Foto: Stijn te Hennepe

De sjablonen voorbij - directeur George Wiegel over de lessen van de coronacrisis

‘We kunnen een hele lijst maken van wat er allemaal niet meer kan,’ zegt George Wiegel over de coronacrisis. ‘Maar dan gaan we zitten omkijken naar hoe het was. Ik vind het interessanter om erover na te denken wat we morgen kunnen doen.’ Het virus lijkt hem Siberisch te laten. Des te warmer spreekt hij over de musici van zijn orkest en over het trouwe publiek.

Tekst: Bart Diels 

Je vertelt erg nuchter over de coronacrisis. Het was toch geen kleinigheid toen die over ons heen kwam?
Het hele verhaal is begonnen met een gigantisch drama. We moesten onze grote Amerikatournee afblazen toen we zo ongeveer op het punt stonden om te vertrekken. De instrumenten waren al op het vliegveld, klaar om op transport te gaan, we konden ze nog net tegenhouden. En toen ging Nederland in lockdown. De eerste week waren we vooral bezig met de schade-afhandeling van alles wat niet meer doorging. Maar geleidelijk aan begon ik me te realiseren dat de musici heel lang niks te spelen zouden hebben, en dat dat het allerergste was. Ik zei tegen André Heuvelman en Mike Schäperclaus, ons innovatieteam: verzinnen jullie iets waarmee we ze weer wat te doen geven, want hun hele wereld is in één keer ingestort. Samen met onze videomaker Stijn te Hennepe produceerden ze onze opname van Beethovens ‘Ode an die Freude’. Die video heeft zóveel goeds gedaan, in de hele wereld. Maar eigenlijk maakten we hem dus omdat we iets wilden doen voor onze eigen mensen. Heel egoïstisch. Ik had er althans van tevoren nooit bij stilgestaan dat het zo’n indruk zou kunnen maken. 
 
En achteraf?
‘Alle Menschen werden Brüder’: die positieve boodschap was precies wat iedereen nodig had in deze tijd van isolatie. Het was het eerste signaal dat je niet bij de pakken neer hoefde te zitten. Dat kreeg een enorme lading, en het was erg prettig dat dat gewoon in drie minuten kon in plaats van in zeventig. Je kon het als een oppepper gebruiken. Ik kreeg reacties van mensen uit de gezondheidszorg, die verschrikkelijke periodes hebben meegemaakt. Die zeiden: ik heb de video op mijn telefoon gezet; als ik er even doorheen zit, dan luister ik ernaar en dan kan ik er weer tegen. Dan denk ik: het is goed als we ons bewust worden dat we die impact dus niet alleen live kunnen maken, maar ook online. Juist omdat je daar niet dogmatisch aan het origineel hoeft vast te houden om het maximale effect te bereiken. 
In de online wereld zijn de triggers van de emotie aan andere wetten onderhevig dan in de concertzaal, waar je langdurig geconcentreerd bent, en met elkaar in dezelfde stemming komt. Als ik jouw huiskamer binnendring met een filmpje, weet ik niet in welke staat ik jou aantref. En als jij het aanklikt, weet je ook niet wat er met jou gaat gebeuren, want jouw verwachtingspatroon bij een filmpje van drie minuten is niet dat je een diepzinnige onderdompeling in Beethoven 9 gaat krijgen. Maar die uitwerking kan het wel hebben – ook als je een aantal wetten overtreedt. Niet de originele bezetting. Ingekort. In elkaar geknutseld. Zonder dirigent. Allemaal dingen die normaal not done zijn. Maar het werkt. Ik vind dat buitengewoon fascinerend.
 
Mooi, dat online succes. Maar wat voor perspectief hebben we de liefhebbers van live te bieden?
We zijn nu voor de korte termijn heel hard bezig om te kijken wat er overeind kan blijven van het komende seizoen. Vast staat dat er op alle geplande data concerten zullen zijn; mensen die daar nu kaarten voor hebben, zijn dus in ieder geval zeker van een plaats. Maar we hebben de kaartverkoop wel tijdelijk stilgezet, omdat we nog niet weten hoeveel bezoekers we na de zomer per concert mogen toelaten - dat aantal hangt af van het nieuwe veiligheidsprotocol dat nu nog wordt ontwikkeld. We hebben met de Doelen uitgerekend: als we anderhalve meter afstand aanhouden, kunnen er vijf- à zeshonderd bezoekers in de Grote Zaal. We hopen dat dat vanaf september is toegestaan. De concerten zullen maar één uur duren, zonder pauze, want er is misschien nog geen koffie of thee, en toiletbezoek is nog ingewikkeld. We gaan twee van zulke concerten per avond geven; ook voor de concerten waarvoor we al duizend stoelen hebben verkocht, kunnen we dan iedereen die een nu kaart heeft een concert van een uur aanbieden. 
Met de huidige veiligheidsvoorschriften past het orkest met 65 tot 68 musici op het podium. Welke stukken overeind blijven, en welke vervangen zullen moeten worden door ander repertoire, dat moet nog bepaald worden. En kunnen alle geplande dirigenten en solisten wel bij ons komen? Gelden er reisbeperkingen voor hen? Ook dat moeten we allemaal uitvinden. Wat we zeker weten: als alles over is – er is een vaccin en we zijn weer veilig – dan hebben we een prachtig programma klaar staan, dat we dan normaal gaan uitvoeren. 
 
Terug naar vroeger is het streven?
Weet je, ik denk dat deze crisis laat zien hoe kwetsbaar we zijn. Dat geldt voor iedereen individueel, maar ook voor ons orkest. Concerten geef je met veel mensen bij elkaar, in kleine ruimtes. Als dat opeens niet meer veilig is, dan kun je somber gaan zeggen: onze business is kapot. Maar dat is natuurlijk niet waar, want mensen blijven nog steeds naar muziek luisteren en kijken. Dus het gaat ook om de vraag: ben je bereid om erover na te denken dat het misschien wel helemaal nooit meer wordt zoals het was? Zo’n virusuitbraak kan vaker gebeuren, dus we moeten ons op een onzekere toekomst voorbereiden. Daarom is dat wat we online hebben gedaan en uitgevonden van enorme waarde, want daarmee kun je de wereld blijven bereiken als live concerten wegvallen, of als we maar weinig publiek in de zaal mogen toelaten. 
Een ander gevolg van de crisis: reizen wordt ingewikkeld, dus we komen tot een herwaardering van onze omgeving. We zijn opeens veel afhankelijker van het lokale. Dat zet ons als orkest ook aan het denken over onze verhouding tot andere Rotterdamse kunstenaars. Het Rotterdams Philharmonisch en het talent van dichtbij: wat kunnen we voor elkaar betekenen? Kunnen we met elkaar de dialoog oppakken die zo lang op een laag pitje heeft gestaan? Onze video’s van de afgelopen tijd - met Y.M.P, Roufaida, Scapino - laten zien dat daar mogelijkheden zijn die beide partijen passen. En dat is nog maar een eerste probeersel: die vernieuwing, die het op video heel goed doet, willen we graag ook naar een live-ervaring vertalen. Dat is een tweede creatief spoor dat we voor onszelf uitzetten, naast alles wat we online blijven doen. 
Het experiment aangaan, daar zijn wij al langer in geïnteresseerd. En het past wel bij ons om daar nu nog iets meer ruimte voor te maken. Maar niet ten koste van ons derde oorspronkelijke creatieve spoor, de traditionele programmering. Wij zullen nooit ons trouwe publiek in de steek laten. De nieuwe dingen die we proberen, ontwikkelen we naast die traditie: daar is ruimte genoeg voor. En dat doen we om een nieuw publiek op te bouwen, naast het bestaande. Want onze kwetsbaarheid waar ik het over had, die zit hem ook in de homogeniteit van ons bestaande publiek. Dus we moeten harder werken aan meer variatie. Niet omdat ons traditionele publiek niet zou deugen – we kunnen ons geen beter publiek wensen – maar omdat we met een bredere publieksbasis beter zijn opgewassen tegen een onzekere toekomst.
 
Hoe staat het orkest tegenover die nieuwe ideeën?
Ik werk niet voor niks graag hier. Dat is omdat het Rotterdams Philharmonisch als orkest en als organisatie een van de meest enthousiaste clubs is die ik ooit heb meegemaakt. Natuurlijk: als je een beetje uit je comfort zone stapt, dan zijn er mensen die dat ingewikkeld vinden en ter discussie stellen. Maar ik denk dat we met elkaar een vorm gevonden hebben waarin steeds meer mensen het durven te proberen, en daarná beoordelen of we ermee door moeten of niet. En dat is volgens mij hoe het moet gaan. Mensen en organisaties denken vaak in sjablonen. En wij hebben door de coronacrisis gemerkt: als je de sjablonen die niet meer van toepassing zijn wegdoet, dan geeft dat heel veel ruimte om alternatieven te ontwikkelen. Veel collega’s hebben daar lol aan gehad. Sommigen hebben zich achter de oren gekrabd, maar ik denk dat ze aangenaam verrast zijn door het succes: er zitten echt mensen op te wachten. Het kan dus wel degelijk een toekomst zijn – en laten we het er dan over hebben hoe we het nog beter gaan doen. Dat is typisch Rotterdams: naar morgen werken, en vooral niet tevreden zijn over hoe we het vandaag doen. Het kan altijd weer beter. Die denkhouding, die vind ik nog steeds het allerbeste medicijn tegen de verzuring.

Cookies

We use cookies and similar techniques to analyze the use of the website, to make it possible to display third-party content such as videos, for marketing activities and for various other applications. These cookies are also placed by third parties. By clicking “Yes, I accept”, you agree. If you do not agree, you can specify your preferences via the "Adjust settings" button. More information…

Cookies are required for the website to function properly. This way the content of your shopping cart will be remembered during the order and you can log in on the website with your account.

Cookies are also needed to enrich your experience on the website. For example, media from third parties such as videos. We also keep statistics to continuously improve the site.

Finally, cookies are used to process further information about our marketing activities, such as newsletters and advertisements, in the most efficient and personal way.

Click here for our cookie policy.

Cookie settings