Schilderen in de tijd

This article is only available in Dutch

Componiste Mathilde Wantenaar is nog jong, maar krijgt sinds haar afstuderen aan het conservatorium al de ene na de andere opdracht. Intussen studeert ze ook nog klassieke zang. Op 11 oktober gaat een opdrachtcompositie voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest in première. ‘Het compositieproces bestaat uit emotionele pieken en dalen.’

Tekst: Hein van Eekert | Foto: Karen van Gilst
1.
Je wordt overladen met opdrachten, hoe ga je daarmee om?
‘Op dit moment heb ik inderdaad de grote luxe dat mij regelmatig meer werk wordt aangeboden dan ik kan aannemen. Dan kan ik dus kiezen. Het is zowel een luxe als een kwelling, want het liefst zou ik alles wel willen doen. Iedere keer dat ik een verzoek krijg ben ik weer blij verrast en nieuwsgierig. Vaak is de opdracht al vrij duidelijk omschreven, lengte, bezetting en context zijn dan al bekend, maar is er ook nog ruimte die verder ingevuld moet worden. Mijn fantasie gaat dan meteen werken en ik kan het nieuwe stuk al bijna voor me zien. Dat blijkt later een illusie, want dan komt er toch nog heel wat bloed, zweet en tranen bij kijken om het stuk daadwerkelijk te schrijven.’
 
2. Komen ideeën voor composities ineens je gedachten binnen?
‘Tja… ja en nee. Het is zelden zo dat er opeens onder het flossen een idee binnen komt waaien. Ik moet wel eerst bewust en intensief met een stuk bezig zijn, me erover buigen, dag in dag uit, piekeren en fantaseren. Als ik er zo intensief mee bezig ben, is het soms wel zo dat ik onbewust in mijn hoofd aan het doorwerken ben en tijdens een alledaagse bezigheid een idee krijg. Dat is dus niet helemaal ineens, maar ook weer een beetje wel. Als ik ergens vastloop ga ik regelmatig even liggen, koffie drinken of een wandeling maken om te resetten. Dan kan ik het vaak niet laten om in mijn hoofd toch even door te nemen wat ik tot dusver heb en kan het zo maar zijn dat een nieuw idee zich voordoet.’

3. Je bent ook klassiek zangeres. Hoor je jezelf wel eens ineens een flard van een nieuwe compositie neuriën?
‘Zeker! Tijdens het componeren maak ik veel gebruik van zowel de piano als mijn stem en soms ook gitaar of cello, maar de piano en mijn stem gebruik ik het vaakst. Ik componeer meer vanuit mijn muzikale intuïtie dan door middel van formules aan een tekentafel. Dat gezegd hebbende heb ik wel degelijk blaadjes met schetsen waarop ik de ideeën meer abstract uiteenzet en bijvoorbeeld de vorm teken. Dat laatste is heel belangrijk.’

4. Waarom precies?
‘Ik stel het me soms zo voor: een schilder maakt voordat hij begint met schilderen een vorm op een leeg canvas en een componist maakt ook een vorm, maar dan in de tijd in plaats van op een canvas. Tijd en tijdsbeleving zijn mysterieus en ongrijpbaar. Het schilderen in de tijd is iets eigenaardigs en om meer grip te krijgen en overzicht is het belangrijk om vormschetsen te maken. Het componeren bestaat, voor mij althans, sowieso uit een wisselwerking tussen vrije improvisatie, het opdoen van ideeën, het intuïtieve en het ordenen, analyseren, bijslijpen en verwerken van die ideeën ‘aan de tekentafel’. Die processen wisselen elkaar af en voeden elkaar.’

5. Je zegt dat we beter nog niet kunnen vragen naar de nieuwe compositie. Waarom niet?
‘Vragen mag altijd natuurlijk, maar ik vind het niet prettig om te praten over een stuk dat in wording is. Wel in besloten kring, juist om mijn ideeën voor te leggen en te testen, maar nog niet met de buitenwereld. Ik wil graag de vrijheid behouden om nog alle kanten op te gaan en als ik er al over communiceer, heb ik het gevoel dat ik de mogelijkheden beperk en het pad in moet slaan waarvan ik gezegd heb dat het dat wordt. Daarbij komt dat het compositieproces voor mij bestaat uit emotionele pieken en dalen; het ene moment ben ik enthousiast en volledig overtuigd van het stuk in wording, het volgende moment vind ik het niks meer en wil ik het liefst opnieuw beginnen. Het is lastig om er een helder verhaal over te vertellen. Als het moment nadert dat ik er een punt achter moet zetten, probeer ik mijn eventuele onzekerheid opzij te zetten. Alles moet dan in het teken staan van een zo goed mogelijke uitvoering. Pas enige tijd daarna, als er wat afstand is, is het tijd voor een evaluatie. Is het stuk geworden wat ik wilde? Hoe was het voor de musici om het stuk te spelen en hoe reageerde het publiek? Zijn er ideeën die ik graag verder zou willen ontwikkelen in een nieuw werk? Dus dán mag je me alles vragen.’
Mathilde Wantenaar

Geboren: Amsterdam, 1993 
Opleiding: Studeerde compositie bij Willem Jeths en Wim Henderickx en volgde de bijvakken cello en piano aan het conservatorium van Amsterdam. Studeert nu klassieke zang aan het conservatorium van Den Haag bij Rita Dams en Noa Frenkel. Ze schreef onder meer composities voor De Nationale Opera, Liza Ferschtman, Wishful Singing, Ralph van Raat, het Groot Omroepkoor en Johanette Zomer.
Prijzen: Koninklijk Conservatorium Prijs voor Jong Talent (2011), Donemus Aanmoedigingsprijs voor vrouwelijke componisten (2012), eerste prijs en publieksprijs Alba Rosa Viëtor Composition Prize (2014), tweede prijs Prinses Christina Compositie Concours (2015) en haar strijkoctet werd geselecteerd voor het 64ste International Rostrum of Composers (2017).

Concert: Adams en Reich - vrijdag 11 oktober 2019

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het kwartaalblad van het Rotterdams Philharmonisch Orkest

Cookies
We make use of cookies. Cookies are small text files which are placed on your computer, tablet or telephone. In this way we ensure that our website works efficiently and that we can adapt our content to the interests of our visitors.
More about cookies