Programmatoelichting
Mozart, Strauss en Schumann


do 14 november 2019 • 20.15 uur
vr 15 november 2019 • 20.15 uur

dirigent Nathalie Stutzmann
hoorn David Fernández Alonso

Wolfgang Amadeus Mozart
1756–1791
Concert voor hoorn en orkest nr. 4 in Es, KV 495 [1786]
• Allegro maestoso
• Romance. Andante cantabile
• Rondo. Allegro vivace

Richard Strauss
1864-1949
Tod und Verklärung, op. 24 [1888-89]
Symfonisch gedicht

Pauze


Robert Schumann

Symfonie nr. 3 in Es, op. 97 ‘Rheinische’ [1850]
• Lebhaft
• Scherzo. Sehr mäßig
• Nicht schnell
• Feierlich
• Lebhaft

Einde concert circa 22.00 uur


Vorige uitvoering door ons orkest:

Mozart Vierde hoornconcert: januari 2012, hoorn Bob Stoel, dirigent Carlos Kalmar
Strauss Tod und Verklärung: februari 2012, dirigent Robin Ticciati
Schumann Derde symfonie ‘Rheinische’: september 2011, dirigent Yannick Nézet-Séguin

Een uur voor aanvang van het concert geeft pianist en musicoloog Bart de Graaf een inleiding op het programma, toegang € 5. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

-----


Weerklank van het leven

Mozart werd geïnspireerd door een virtuoos musicus, Strauss was gefascineerd door het filosofisch gedachtegoed van Goethe. Schumanns ‘Rheinische’ Symfonie is de weerslaag van zijn nieuwe leven in Düsseldorf. In elke compositie weerklinkt een stukje van het leven van de componist.

Het is in Wenen hartje zomer 1786 als Mozart een nieuw hoornconcert bijschrijft in zijn werkenlijst. ‘Een waldhoornconcert voor Leutgeb’ tekent hij aan. Joseph Leutgeb, een van de beste hoornisten van die tijd, is een goede vriend van de familie Mozart. Ze kennen elkaar nog uit Salzburg en de 25 jaar jongere Mozart heeft een zwak voor de man voor wie de hoorn geen beperkingen lijkt te hebben. Het instrument – in die tijd nog zonder ventielen –brengt maar een beperkt aantal natuurtonen voort, maar door je hand in de beker te stoppen kun je ook tussenliggende noten laten klinken.

Slakkenhuisje
Joseph Leutgeb was een meester in die subtiele handbewegingen en stond bekend om zijn prachtige klank en fenomenale precisie. Hij had zich vier jaar eerder dan Mozart in Wenen gevestigd, volgens vader Leopold in een ‘klein slakkenhuisje met kaasmakerij’, en bestelde meerdere hoornconcerten bij zijn vriend. De warme band tussen de twee blijkt wel uit de speelse commentaren die Mozart in de marge neerkrabbelde. Bij een rust schreef hij ‘Ademhalen!’ en bij een moeilijke noot ‘Leutgeb vraagt om hulp’. Het hoornconcert uit 1786 ontstond in een drukke en zeer vruchtbare periode voor Mozart. Zijn opera Le nozze di Figaro was net in première gegaan, Mozart had zijn eigen concertserie, hij was actief in zijn vrijmetselaarsloge, gaf liefdadigheidsconcerten en had ook nog leerlingen. En tussendoor schreef hij dagelijks gemiddeld zes bladen vol nieuwe muziek. Van de 23 bladen die het oorspronkelijke manuscript van het hoornconcert geteld moet hebben, zijn er slechts zes in Mozarts eigen handschrift bewaard gebleven. Opmerkelijk is dat hij verschillende kleuren inkt gebruikte. Lange tijd werd gedacht dat dit weer een grap ten koste van Leutgeb was, maar nadere bestudering laat zien dat Mozart hiermee de musici aanwijzingen gaf. Met rood liet hij belangrijke passages extra uitkomen. Groen klonk bescheidener, maar wel met een mooie solistische klank. Blauw gebruikte hij voor een echo-effect, vooral bij de lage strijkers.

Verheffing van de ziel
Als jonge twintiger had Richard Strauss al de nodige successen op zijn naam. Hij dirigeerde zijn eigen werk en een criticus omschreef zijn pianospel als adembenemend. En hij was verliefd op de vrouw van een cellist uit het orkest van zijn vader. Dora Wihan scheidde, maar een serieuze relatie met de jonge componist zag ze niet zitten. Juist toen Strauss in het voorjaar van 1889 aan zijn symfonisch gedicht Tod und Verklärung werkte had ze hem haar besluit meegedeeld. Strauss schreef zijn Dora: ‘O hemeltje, ik wil niet sentimenteel worden, maar als mijn nieuwe orkestwerk meer dissonanten bevat dan je kleine oortjes kunnen verdragen, dan heb je geen recht om te klagen! Vaarwel, en blijf dol op mij.’ Het schijnt dat Dora haar hele leven een foto van Strauss op de piano heeft laten staan, met de opdracht ‘aan zijn enige geliefde’. Hoe hartverscheurend ook, deze ongelukkige liefde was vermoedelijk niet de inspiratie voor dit vroege meesterwerk. Strauss was net als veel jonge mensen in de negentiende eeuw al langer gefascineerd door het idee van ‘Verklärung’, de transformatie door het sterven. Het verhaal voor zijn compositie bedacht hij zelf. Een zieke man ligt in bed, zijn laatste uren zijn gekomen (in de pauken hoor je zijn zwakke hart kloppen). Hij strijdt met de dood, maar herinnert zich ook de mooie momenten in zijn leven. Als aan het einde zijn ziel het lichaam verlaat, bereikt hij het ideaal dat tijdens zijn leven ongrijpbaar leek. Het succesvolle werk zou zijn hele leven een rol van betekenis blijven spelen. Op tachtigjarige leeftijd maakte hij er in 1944 nog een opname van met de Wiener Philharmoniker. In ‘Im Abendrot’, een van zijn Vier letzte Lieder, verwees hij in de allerlaatste maten nog eenmaal naar de ultieme transformatie die hij zestig jaar eerder had verklankt.

Geluk in Düsseldorf
De bijnaam van zijn laatste symfonie ‘Rheinische’ doet vermoeden dat ook Schumann een verhaal in gedachten had bij het componeren. Schumann had de bijnaam echter niet zelf bedacht en van een verhaal bij de muziek moest hij weinig hebben. ‘Soms raakt een componist geïnspireerd door wat hij ziet, soms is het de muziek zelf die nieuwe ideeën voortbrengt. Hoofdzaak blijft dat het goede muziek is, die ook zonder verhaal bevredigt,’ zo schreef hij aan een collega. Maar in kleine kring liet hij zich wel degelijk uit over zijn gedachten bij het componeren. Een bezoek aan de Dom van Keulen – toen nog in aanbouw – had indruk gemaakt en boven het statige vierde deel noteerde hij ‘Met het karakter van de begeleiding van een feestelijke ceremonie’. Na de première in februari 1851 schreef een recensent dat hij het Rijnlandse leven erin hoorde, met de rivier tussen groene heuvels en vrolijke wijnfeesten. De bijnaam snijdt wel degelijk hout, want de opgewekte en energieke stemming van Schumanns eerste tijd in Düsseldorf klinkt door in de muziek. Enkele maanden eerder was het echtpaar Schumann hartelijk ontvangen op het nieuwe station van Düsseldorf en nog dezelfde avond bracht een koor het paar een serenade, twee dagen later gevolgd door het orkest van de stedelijke muziekvereniging. Eindelijk een eigen orkest waarmee Schumann zijn composities kon uitvoeren; in het eerste seizoen in Düsseldorf componeerde hij zo’n twintig werken, waaronder zijn Derde symfonie. En in zijn enthousiasme bracht hij alles zelf met zijn orkest in première, wat al snel tot enige wrevel leidde. Een reis naar Nederland was in 1853 een welkome afleiding. Op 1 december dirigeerde hij zijn symfonie in Rotterdam met het orkest Eruditio Musica. Zijn vrouw Clara schitterde in een pianoconcert van haar man. Er kwam geen eind aan het applaus en toen het paar ’s nachts terugkeerde naar het hotel werden ze opgewacht door een fakkeldragende menigte die hen toezong.
Carine Alders

-----


Nathalie Stutzmann

Dirigent
Geboren: Suresnes, Frankrijk
Huidige positie: oprichter en dirigent van kamerorkest Orfeo 55; associate artist Sao Paulo State Symphony Orchestra
Studie: zang bij Christiane Stutzmann; conservatorium van Nancy; Ecole d’Art Lyrique de l’Opéra de Paris bij Hans Hotter; orkestdirectie bij Jorma Panula, Seiji Ozawa, Simon Rattle
Debuut: 1985, met Bachs Magnificat in Salle Pleyel
Daarna: optredens in Théâtre des Champs-Elysées, Royal Festival Hall/BBC Proms, Carnegie Hall, Musikverein, Mozarteum, Concertgebouw Amsterdam, Muntschouwburg Brussel, Suntory Hall Tokio, La Scala Milaan, Opéra de Genève, Berliner Philharmonie
Gastdirecties: Orchestre de chambre de Paris, Orchestre National de Bordeaux, London Philharmonic, Konzerthausorchester Berlin, filharmonische orkesten van Bergen, Oslo, Stockholm, Swedish Chamber Orchestra, symfonieorkesten van Washington, Baltimore, Detroit
Opera: Radamisto, Giulio Cesare (Händel), Orfeo ed Euridice (Gluck)
Dirigeerdebuut Rotterdam: 2017

David Fernández Alonso

Hoorn
Geboren: Igo, Spanje
Studie: Conservatorio Superior de Música de Vigo; Musikhochschule te Karlsruhe bij Prof. Will Sanders
Prijzen: 1e prijs en publieksprijs ARD-concours te München (2001); winnaar Sparda Bank Hoorn Concours (2006); ECHO Klassik prijs voor blazersensemble met achttiende-eeuwse kamermuziek (2012)
Huidige positie: eerste hoornist Rotterdams Philharmonisch Orkest
Eerdere aanstellingen: eerste hoornist Nationaal Jeugd Orkest van Spanje (JONDE); eerste hoornist Europees Jeugd Orkest (EUYO); plaatsvervangend eerste hoornist Symfonieorkest van Galicië; eerste hoornist Gustav Mahler Jugendorchester; 2/3e hoornist Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks München; eerste hoornist Community Orchestra Palau de les Arts Valencia
Kamermuziek: Miró Ensemble
Solodebuut Rotterdams Philharmonisch: 2019

Cookies
We make use of cookies. Cookies are small text files which are placed on your computer, tablet or telephone. In this way we ensure that our website works efficiently and that we can adapt our content to the interests of our visitors.
More about cookies