Programmatoelichting
Sjostakovitsj' Achtste

vr 18 oktober 2019 • 20.15 uur
zo 20 oktober 2019 • 14.15 uur

dirigent Gianandrea Noseda
cello Truls Mørk

Edward Elgar 1857-1934
Concert voor cello en orkest in e, op. 85 [1919]
• Adagio – Moderato
• Lento – Allegro molto
• Adagio
• Allegro – Moderato

Pauze

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Symfonie nr. 8 in c, op. 65 [1943]
• Adagio – Allegro non troppo
• Allegretto
• Allegro non troppo
• Largo
• Allegretto

Einde concert circa 22.20 (vrijdag)/16.20 uur (zondag)

Vorige uitvoering door ons orkest:
Elgar Celloconcert: april 2016, cello Daniel Müller-Schott, dirigent Mark Elder
Sjostakovitsj Achtste symfonie: november 2014, Jukka-Pekka Saraste

Een uur voor aanvang van het concert geeft slagwerker Ronald Ent een inleiding op het programma, toegang € 5. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

-----

Overwinning zonder triomf

Was Edward Elgar in 1914 een paar jaar jonger geweest, hij zou vast een deel van The Great War in de loopgraven in Frankrijk doorgebracht hebben. En waren Dmitri Sjostakovitsj’ ogen niet dermate bijziende, hij had beslist onder de rode wapenen gemoeten. Beide componisten ontsprongen de militaire dans. Ze hielden tijd over om de oorlog in noten neer te leggen.


Componisten als Vaughan Williams en Bliss nemen deel aan de strijd maar Elgar is met 57 jaar te oud. En niet alleen zijn gezondheid maar ook zijn inspiratie laat hem in de steek. Toch levert hij zijn aandeel voor het vaderland met het componeren van gelegenheidswerken als Carillon en Polonia, voor ondersteuning van de Belgische en Poolse bondgenoten, en het sombere The Spirit of England. Pas in 1918, het laatste oorlogsjaar, als hij voor een operatie in het ziekenhuis ligt, keert zijn creatieve energie weer terug.

Elegie voor de wereld
Het blijft aanvankelijk beperkt tot een eenvoudige melodie, later de kiem voor het Celloconcert, maar spoedig vloeien er drie prachtige kamermuziekwerken uit zijn pen, allen in mineur. Het idioom is nieuw, soberder en meer ingetogen dan in zijn vooroorlogse werken. Het klinkt ook in het Celloconcert, vier delen vol nostalgie en pijn. Zo componeert hij zijn laatste grote orkestwerk als een elegie voor een wereld die niet meer bestaat en tegelijk een klaagzang over de verschrikkingen van een oorlog, die weliswaar is gewonnen maar alleen verliezers kent. Voor technische adviezen maakt Elgar, zelf violist, gebruik van cellist Felix Salmond, die zijn nieuwste kamermuziek heeft uitgevoerd. Salmond speelt ook, onder leiding van de componist, de première van het Celloconcert, op 27 oktober 1919, maar daar zal hij nog spijt van krijgen. De dirigent van de rest van het programma eist het leeuwendeel van de repetitietijd op en de uitvoering is ver onder de maat. Dat ligt niet aan Salmond maar voor de eerste plaatopname, een jaar later, kiest Elgar Beatrice Harrison als soliste. Een andere Engelse celliste, Jacqueline du Pré, zal bijna een halve eeuw later met haar opname voor de definitieve doorbraak zorgen. Inmiddels is Elgars Celloconcert één van de meest gespeelde concerten uit het cellorepertoire.

Moedige strijd
Elgar had het oorlogsgeweld vooral op afstand ervaren. Dmitri Sjostakovitsj zit er in 1941 middenin, als de Duitse legers de Sovjet-Unie binnenvallen en in september zijn stad Leningrad bereiken. Het is het begin van een beleg van 900 dagen met als doel de bevolking uit te hongeren en tot overgave te dwingen. Ook de 35-jarige Sjostakovitsj blijkt ongeschikt voor militaire dienst, vanwege zijn slechte ogen, maar hij wordt ingezet als brandweerman, wakend over de veiligheid van het conservatorium. De Zevende symfonie, die hij onder die omstandigheden componeert, zal uitgroeien tot symbool voor de moedige strijd van de stad tegen Hitler, een hart onder de riem, niet alleen voor de Russische bevolking maar ook voor de Westerse Geallieerden. Al voordat de symfonie is voltooid is de componist, overigens tegen zijn wil, met zijn gezin uit de stad geëvacueerd, veilig buiten bereik van de vijand. Daar, in Koejbysjev, klonk in maart 1942 de première, gevolgd door onder meer concerten in New York, gedirigeerd door Toscanini, en in augustus onder de meest problematische omstandigheden in het belegerde Leningrad. Na het enorme succes van deze Leningrad-symfonie zijn de verwachtingen hooggespannen als Sjostakovitsj in juli 1943 aan zijn Achtste begint. De Amerikaanse radiozender Columbia heeft op voorhand al een grote som geld geboden voor uitzending van de Amerikaanse première. Kan de componist de impact van de Zevende overtreffen? Hij woont inmiddels in Moskou en het Rode Leger is aan de winnende hand. De symfonie blijkt, als hij na een korte tijd van twee maanden voltooid is, veel gelijkenis met zijn voorganger te vertonen qua lengte, dramatiek, zeggingskracht en bezetting.

Diepgaand inzicht
Maar er zijn ook grote verschillen. De heroïek van de Zevende ontbreekt, de finale eindigt zelfs in stilte. Dat is bepaald niet waar de machthebbers en het publiek op gerekend hebben. De première in november in Moskou wordt koel ontvangen. Een half jaar later zitten in Amerika 25 miljoen mensen aan hun radio gekluisterd, maar de Sovjet-autoriteiten zullen dat na de oorlog alleen maar als extra reden gebruiken om de componist zwart te maken en van formalisme te beschuldigen. Jarenlang zal de symfonie niet meer in de Sovjet-Unie gespeeld worden. Een plaatopname van het werk klinkt in 1954 bij de kist van Sjostakovitsj’ overleden vrouw, maar pas na een rehabilitatie in 1958 zal de Achtste haar rechtmatige plaats in de symfonische canon kunnen opeisen. Een ereplaats: voor pianist Sviatoslav Richter is de symfonie Sjostakovitsj’ belangrijkste levenswerk en een van de meesterwerken van de twintigste eeuw. Valery Gergiev spreekt over de Achtste als dé symfonie van Sjostakovitsj, een hoogtepunt in de cyclus, een symfonie waar alles inzit wat je ervan kunt verwachten. Het begint vanuit een uitzichtloze tragiek en diepe menselijke emoties met tegen het eind van het eerste deel een eenzame althobo, als de laatste mens in een verlaten wereld. Dan volgen een groteske mars met een eigenzinnige rol voor de piccolo, een toccata met een eindeloos voortrazende, martelende motoriek en de rouwende klanken van een passacaglia. Deze rouw geldt vermoedelijk niet alleen de slachtoffers van deze oorlog, maar ook die van Stalin onder zijn eigen bevolking en van oorlogen en totalitaire regimes van alle tijden. Daarna kan in het vijfde deel het licht gaan schijnen. Het is deze balans tussen angst, agressie, bitterheid en momenten van grote schoonheid en visionaire vergezichten die de Achtste maakt tot het unieke meesterwerk dat het is. Sjostakovitsj componeerde een symfonie over oorlog en strijd, zonder nostalgische blik naar het verleden, zoals bij Elgar, zonder het gevoel van triomf, waar men naar verlangde, maar met een diepgaand inzicht in de problemen van zijn eigen tijd en met hoop voor de toekomst.
Eelco Beinema

-----

Gianandrea Noseda

Dirigent
Geboren: Milaan, Italië
Huidige positie: chef-dirigent National Symphony Orchestra in Washington; eerste gastdirigent London Symphony Orchestra en Israel Philharmonic Orchestra; eerste dirigent van het Orquestra de Cadaqués; artistiek directeur van het Stresa Festival in Italië; vanaf seizoen 21/22 algemeen directeur van het Operahuis Zürich
Studie:Conservatorio Giuseppe Verdi di Milano, piano, compositie en orkestdirectie; verder bij Donato Renzetti, Myung-Whun Chung en Valery Gergiev
Prijzen: Cadaqués Orchestra International Conducting Competition (1994)
Directiedebuut: 1994 met het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi
Daarna: gastdirecties bij orkesten en operahuizen in Europa en de Verenigde Staten; music director van Teatro Regio Torino in Italië; eerste gastdirigent Rotterdams Philharmonisch Orkest, Pittsburgh Symphony Orchestra, Mariinsky Theater Sint-Petersburg
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 1997


 

Truls Mørk

Cello
Geboren: Bergen, Noorwegen
Studie: Edsberg Muziek Instituut bij Frans Helmerson, bij Heinrich Schiff en Natalia Tsjakovskaja
Prijzen: Internationaal Tsjaikovski Concours Moskou (1982); Cassado Cello Concours in Florence (1983); UNESCO Prijs Bratislava (1983); Naumberg Competition New York (1986); Sibelius Prijs (2010); Norwegian Critics Prize (2011)
Doorbraak: 1989 Europese concerttour; 1994 tournee in de Verenigde Staten met het Filharmonisch Orkest van Oslo en Mariss Jansons
Daarna: Orchestre de Paris, Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker, Koninklijk Concertgebouworkest, Philharmonia Orchestra, Münchner Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Gewandhausorchester Leipzig, New York en Los Angeles Philharmonic Orchestra, symfonieorkesten van Philadelphia, Cleveland en Boston
Instrument: de Esquire uit 1723, bouwer Domenico Montagnana
Debuut Rotterdams Philharmonisch Orkest: 1993

Cookies
We make use of cookies. Cookies are small text files which are placed on your computer, tablet or telephone. In this way we ensure that our website works efficiently and that we can adapt our content to the interests of our visitors.
More about cookies