‘Een tuintje is onmisbaar’

13 april 2017

Sinds vorig concertseizoen wordt er Frans gesproken onder de soloklarinettisten van het Rotterdams Philharmonisch. Naast de Franse Julien Hervé heeft ook zijn landgenoot Bruno Bonansea plaatsgenomen aan de eerste lessenaar. Helemaal ingeburgerd als Rotterdammer is de klarinettist uit Lotharingen toch niet: hij woont in Amsterdam. Maar met een goede reden.

Op zijn website kijkt hij je recht aan: grote indringende ogen, doorlopende wenkbrauwen als een dubbel poortje daarboven, en waar je z’n mond zou verwachten de vooruitgestoken ronde beker van zijn klarinet. Praat hij via zijn instrument, moeten we dit beeld zo lezen? ‘Ja, dat kun je zo zien,’ zegt Bruno Bonansea (1985) na enig nadenken. Een andere foto, waarop hij zijn instrument als een geweer aanlegt en frontaal op de toeschouwer richt, interpreteren we dan maar even niet.

 

Stil orkest

Vorig jaar maakte Bruno nog deel uit van het Orchestre National de France. Ook als soloklarinettist. Geweldig orkest, in Parijs, waarom wilde hij weg? ‘Ja dat heeft een praktische reden. Mijn vriendin speelt fluit in het Concertgebouworkest. Het was moeilijk om ver van elkaar te wonen. Nu wonen we samen in Amsterdam. Ik was dus heel gelukkig toen ik werd aangenomen in Rotterdam. De auditie was niet makkelijk. Want als je iets heel graag wil en zo’n baan beïnvloedt zo je leven, dan is het moeilijk om je helemaal op de muziek te concentreren. Je leven dringt altijd door in hoe je speelt, in je muzikaliteit. Dat is gevaarlijk bij een auditie.’

Rotterdam heeft hij nog niet zo ontdekt, maar het orkest en chef –dirigent Yannick - ‘een grote eer om onder hem te spelen’ - vindt Bruno fantastisch. ‘Hoog niveau en de sfeer in het orkest is prettig en hartelijk. De mensen hebben geen spatjes en er wordt heel rustig en goed gewerkt. Stil zou ik het willen noemen.’ Een orkest stil? ‘Vergeleken bij Parijs is het stil. De mensen bedoel ik, zijn bescheiden. Het is wat paradoxaal, want het orkest zelf is juist heel direct en aanwezig, enorm energiek en temperamentvol.’

 

De mensen zijn bescheiden. Het is wat paradoxaal, want het orkest zelf is juist heel direct en aanwezig, enorm energiek en temperamentvol

 

Voormalig mijnwerker

Bruno werd geboren in Metz en groeide op in het dorpje Trieux niet ver van de grens met Luxemburg. Een gebied waar het brood verdiend werd in de ijzerertsmijnen. Aanvankelijk wilde hij leren drummen, en hij mocht op les, maar bij de eerste afspraak kwam zijn leraar niet opdagen. Een klap voor de zesjarige Bruno, dus namen zijn ouders hem mee naar de muziekschool van de plaatselijke harmonie. Daar was een leraar beschikbaar en mocht hij kiezen: saxofoon, klarinet of trompet. Hij koos voor de klarinet. Waarom? ‘Eigenlijk weet ik dat niet zo goed. Een oom had een blauwe maandag klarinet gespeeld. Misschien daarom. Maar misschien ook omdat de leraar zei dat ik altijd nog saxofoon kon spelen als ik eerst op de klarinet begon. Die leraar was trouwens een voormalig mijnwerker.’

Het was hoe dan ook een gelukkige keuze want al snel belandde Bruno op het conservatorium van Metz die hij op zijn vijftiende verliet in het bezit van de ‘Médaille d’or’. In Parijs studeerde hij verder en volgde tegelijkertijd de studie Musicologie aan de Sorbonne. Daarna lag de toekomst voor een hoofdvakstudie klarinet voor hem open. Dat hij in Lyon op het Conservatoire National Supérieur de Musique in de handen viel van klarinettist Jacques Di Donato noemt Bruno zijn grootste geluk. ‘Mijn droom was altijd alle soorten muziek te maken: klassiek, jazz, improvisatie, klezmer, hardrock, metal. Muziek is een universele taal, maar niet iedereen maakt dezelfde muziek. Met de klarinet kun je álles spelen en zo de grenzen tussen de genres slechten én tussen de mensen die hun eigen soort muziek maken.’

 

Drumstel

Zijn leraar vond dat geen probleem, vertelt Bruno. ‘Integendeel, hij speelde zelf op hoog niveau klassieke en hedendaagse muziek, naast geïmproviseerde muziek en jazz. Hij drumde ook en verder was hij verschrikkelijk goed in karate en tafeltennis. Zijn filosofie was: alles wat je eromheen doet, rondom klarinetspelen, dat voedt je spel. Je moet je breder ontwikkelen om klarinettist te worden.’

Nou vertel maar: wat doe je nog meer, behalve klarinetspelen?

‘O, heel veel. Ik ben begonnen met slagwerk, mijn vriendin heeft me een drumstel cadeau gedaan. Nee hoor, ze heeft er nog geen spijt van. Ik geef les op een conservatorium in Gennevilliers, in de buurt van Parijs.  Ik ontwerp websites, ik maak grafische ontwerpen voor affiches en cd-hoesjes, en ik fotografeer graag.’

Bruno zit in talloze projecten, vormt het duo Klezrem’x met contrabassist Jérémy Bruyère, het duo Yati met fluitiste Julie Moulin, zijn vriendin.

En dit jaar beleeft het door hem georganiseerde festival Les Echappés Musicales du Médoc zijn tweede editie, in de buurt van bordeaux. Als artistiek directeur probeert hij daar zijn grenzeloze muzikale en artistieke dromen te realiseren.’

 

Torteille

Verder houdt hij – moderne jongen - van koken. Zijn wortels liggen in Italië; de naam Bonansea doet daar niet geheimzinnig over. Zijn grootouders van moeders kant woonden in Calabrië; zijn vaders ouders komen uit de buurt van Venetië en Piemonte. Zuid- en Noord-Italië zijn verenigd in zijn bloed. Als kind bracht hij geregeld vakanties in Italië door en daar werd de kiem gelegd voor zijn belangstelling voor de keuken. Op dit moment maakt hij het liefst een pastagerecht van zijn grootmoeder. ‘Zij noemde het “torteille” - als Italiaanse verfranste ze alle woorden voor ons - met handgemaakte pasta, verse tomatensaus, ricotta, snijbiet, parmezaan en nootmuskaat.’

En dan is nog één ding belangrijk in het leven van de Franse klarinettist: de tuin waarin hij groente verbouwt en kruiden. Hij heeft een tuintje achter zijn Amsterdamse woning dat er nu wat winters uitziet, maar in het voorjaar tot moestuin wordt getransformeerd. ‘Mijn vader had een mooie groentetuin en mijn broer en ik hadden er als kind ook een stukje waarop we wat kweekten. Sindsdien vind ik een tuintje onmisbaar en zoek ik altijd en overal naar een stukje grond.