1966: Opening de Doelen

18 mei 1966

1966: Opening de Doelen

18 mei 1966 - Voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest was de opening van de Doelen in 1966 de vervulling van een lang gekoesterde wens. In het bombardement van mei 1940 was het orkest zijn vaste repetitie- en concertruimte kwijtgeraakt; nu had het eindelijk weer een eigen huis.​

‘We repeteerden in het lokaaltje naast de oude Schouwburg, het latere Piccolotheater. De eigen abonnementsconcerten waren in die Schouwburg en in de Rivièrahal, die akoestisch een stuk beter was. De jeugdserie en concerten met koren gaven we in de Koninginnekerk.’ Het staat Fré Lantinga nog helder voor ogen: toen zij in 1960 als pas afgestudeerd violiste een plaats kreeg in het Rotterdams Philharmonisch, leidde het orkest een zwervend bestaan. ‘We speelden vaak in de regio en moesten ons behelpen met krappe ruimtes, soms achter een kamerscherm. Onze dirigent Eduard Flipse heeft met succes gevochten voor de bouw van een eigen concertzaal in Rotterdam.’ Een van de jonge collega’s van Fré was fluitist Raymond Delnoye. In 1957 was hij op zeventienjarige leeftijd van het Zuid-Limburgse Gulpen naar Rotterdam gekomen om zijn intrede bij het orkest te doen. De lege plekken in de stad herinnerden hem aan het naoorlogse Aken, waar hij als jongetje van elf aan het conservatorium was gaan studeren. Rotterdam was nog volop bezig met de wederopbouw.

Voor de stad – en zeker ook voor de orkestmusici – was het een belangrijk moment toen Eduard Flipse op 9 juli 1962 de eerste heipaal voor de Doelen sloeg. ‘We volgden de bouw op de voet,’ vertelt Raymond. ‘Er was een proefconcert met een gevulde zaal, om de akoestiek te testen. Het publiek zat op het kale beton, want er waren nog geen stoelen. Om de afmetingen van het podium te kunnen bepalen, was er een proefopstelling met het hele orkest georganiseerd, op de bovenste verdieping van het stationspostkantoor.' Fré: 'Desondanks bleek het podium al vrij snel te klein. Het is toen met een meter vergroot, wat de akoestiek natuurlijk ook beïnvloedde. Enfin, de opening van onze eigen concertzaal was een feest. Niet alleen qua klank, maar ook qua comfort en faciliteiten in het gebouw.’ Raymond herinnert zich dat hij dagelijks naar de Doelen kwam.  ‘Voor het orkest, kamerorkest, blaaskwintet, de Knaakconcerten en fluit/harp-duetten, noem maar op. Ik had het hier naar mijn zin. Rotterdam werd mijn stad en de Doelen mijn thuis.’

Lees meer over: 

De Doelen