30 jaar Gergiev in Rotterdam

13 september 2018
Evenement

Dertig jaar geleden kwam Valery Gergiev voor het eerst naar Rotterdam. Zijn dirigeerdebuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest leidde tot een unieke band tussen Gergiev, het orkest, de stad en het muziekfestival dat zijn naam draagt. Het jubileum van de maestro in Rotterdam wordt feestelijk gevierd tijdens de 23ste editie van het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival. 
Tekst: Olga de Kort

Dertig jaar is een jubileum dat een terugblik verdient. Welke plaats neemt Rotterdam in uw leven in?
“Ik beschouw deze stad als een zeer waardevol en onmiskenbaar deel van mijn leven. Ik zie het als mijn muzikale thuis, waar ik inmiddels de belangrijkste jaren van mijn leven heb doorgebracht. Op de eerste plaats staat natuurlijk Sint-Petersburg: daar heb ik gestudeerd en werk ik in het Mariinskitheater. Maar Rotterdam is en blijft een dierbare plek, waar ik mij zonder meer thuis voel.”

Als 35-jarige dirigent debuteerde u in 1988 bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zeven jaar later werd u chef-dirigent, en nog een jaar later volgde het klassieke muziekfestival, dat u aan de stad Rotterdam opdroeg.
“In de loop der jaren is het een ware drie-eenheid geworden: de stad is verbonden met zijn orkest, en via het RPhO ook met het festival. Wij hadden in 1993, nog voor mijn benoeming, het idee om een muziekfestival te organiseren dat een aanwinst voor het Rotterdamse muziekleven zou worden. In tegenstelling tot veel steden waar naast een symfonieorkest ook een operatheater is gehuisvest, heeft Rotterdam geen eigen operapodium. Ik zag dus meteen een mogelijkheid voor operaproducties in het kader van het festival, wat meteen het aandeel van operamuziek in de stad kon verhogen. Dat het gelukt is, reken ik tot een van de grootste verdiensten van het festival.”

Welke festivaledities zijn u het meest bijgebleven?
“De eerste, zonder meer. Dat was meteen veelzeggend en zelfs symbolisch, met een programma dat twee Russische en een Franse componist verenigde. Ook nu vind ik dat Stravinsky, Debussy en Prokfiev samen een ideaal festival- en concertprogramma vormen. Alle drie hebben ze de wereld van de klassieke en symfonische muziek veranderd, en dat deden ze op hun geheel eigen manier.”

Dit jaar komen Debussy en Stravinsky, met respectievelijk Prélude à l’après-midi d’un faune en L’histoire du soldat, ook terug.
“Als we allemaal voldoende kracht, gezondheid en geluk hebben, dan zien muziekliefhebbers deze namen nog vaker terug. Ik kan mij in ieder geval niet voorstellen dat ik ooit genoeg zou krijgen van Debussy, Stravinsky of Prokofiev.”

In de afgelopen jaren had het Gergiev Festival ook thematische programma’s, zoals de muziek rondom de Eerste Wereldoorlog, Prokofiev, Rachmaninov of Russische avant-garde. Hoe denkt u over thematische programmering, is het aantrekkelijker?
“Ik vind het altijd interessant en intrigerend als er een bepaalde rode draad valt te bespeuren, maar ook hier geldt dat achter elk briljant idee ook een briljant programma moet staan. Ik weet nog dat we ons tweede festival in Rotterdam rondom Bartók en Schönberg hadden opgebouwd. De muziek van Bartók was toen al vrij bekend, maar de combinatie van beide namen bleek minder geslaagd te zijn dan wij hoopten. Samen en afzonderlijk, oefenden deze componisten aanzienlijk minder aantrekkingskracht uit dan de zoveelste uitvoering van bijvoorbeeld De Notenkraker. Ik herinner mij dat we toen niet zoveel kaartjes voor Schönberg hebben verkocht.”

In de voorbijgaande jaren heeft u in Rotterdam naast de 19de- en 20ste-eeuwse klassiekers ook hedendaagse muziek gepresenteerd. Ook dit jaar staat Wagner, Mahler, Debussy, Stravinsky en Rachmaninov, maar ook Sofia Goebaidoelina op het programma.
“We leven in een interessante tijd: de muziek die twintig jaar geleden nog moeilijk en onbegrijpelijk leek, wordt tegenwoordig graag door de meeste festivals en symfonieorkesten geprogrammeerd. Overal ter wereld – ook in Rotterdam en Sint-Petersburg – zie ik veel jonge mensen in de zaal, die open en nieuwsgierig zijn naar alles wat nieuw en onbekend is. Daarom ben ik een optimist; ik vind dat we het moeten aandurven om hedendaagse muziek te programmeren. In de afgelopen jaren hebben we veel onbekend en weinig gespeeld repertoire geïntroduceerd in Rotterdam, zoals werken van Kantsjeli, Tisjtsjenko, Sjtsjedrin en Silvestrov. Dan mag Goebaidoelina’s naam hier niet ontbreken. Ik ken haar al lang, ze is een geweldig componiste. Ze woont als een kluizenaar – in de letterlijke zin van het woord – geheel in dienst van haar muziek. Dat hoor je terug in haar werken. Klassiek en hedendaags, bekend en grensverleggend; dat hebben we allemaal de afgelopen jaren met succes gebracht in concertseries en tijdens de festivals. Mede mogelijk gemaakt door zowel het RPhO, het festival als de stad Rotterdam. Reden te meer om mij hier muzikaal thuis te voelen.” 

Bekijk het volledige programma op de website van het Gergiev Festival
Dit artikel verscheen in klassieke muziekmagazine Luister, nr. 733, juli-augustus 2018, www.luister.nl