In Arabische sferen

21 november 2018

Wat gebeurt er als je twee muzikale culturen samenbrengt? Op 30 november verlegt het  Rotterdams Philharmonisch Orkest haar grenzen naar het Midden-Oosten. Tijdens de Arabic Symphonic Night brengt het orkest een eerbetoon aan Arabische legendes als Fairouz en Oum Kalthoum.

We spreken erover met Alexander Verbeek en Mireille Bittar, die beiden hun muzikale bijdrage zullen leveren aan de Arabic Symphonic Night. Alexander is trombonist in ons orkest. De uit Syrië afkomstige Mireille zal optreden als een van de drie solisten. Zij ontmoeten elkaar voor een geanimeerd gesprek over twee muzikale werelden. Het gesprek geeft een voorproefje van de magie die kan ontstaan als twee culturen samenkomen tijdens een muzikale reis.

Mireille is klassiek operazangeres en afgestudeerd aan het conservatorium in Amsterdam. Ze is medeoprichtster van het Mozaïek Ensemble, een achtkoppig gezelschap dat bestaat uit een mix van Syrische en westerse muzikanten. Met dit ensemble brengt Mireille Arabische muziek, gearrangeerd en gemixt met klassieke muziek voor een gemengd publiek. ‘Ik ben klassiek geschoold, maar mijn wortels liggen in het Midden-Oosten. De samensmelting van westerse muziek met Arabische muziek is voor mij vanzelfsprekend en inherent aan wie ik ben’.

Alexander speelt trombone in ons orkest en het Nederlands Blazersensemble. Ook voor hem is het samenbrengen van meerdere werelden op één podium niet nieuw. Zo speelde hij mee in ons feestelijke Brasil Sinfônico. Ook maakte hij deel uit van het Blazersensemble toen op een avond West-Afrikaanse en klassieke muziek samenkwamen. ‘En dat zijn maar twee voorbeelden. Interculturele muziek komt wel vaker op mijn pad. Ik hou erg van de vrijheid, de interactie en die zo sfeervolle diversiteit van interculturele concerten’.

Zowel Alexander als Mireille denkt dat de mix van muzikale stijlen het publiek uit beide werelden iets ongekends kan bieden. Het min of meer vaste publiek van het orkest zal kennismaken met een heel ander soort muziek dan het gewend is. Tegelijkertijd verwacht het orkest een ander publiek aan te spreken, een publiek dat het normaliter niet gauw bereikt. ‘Ja, want we leven dan wel in een multiculturele samenleving, maar de culturen kennen elkaar niet echt,’ zegt Alexander. ‘En dat is jammer, want iedere cultuur heeft zoveel moois. Met concerten zoals deze bouwen we een brug tussen culturen die maakt dat we elkaar beter leren kennen.’

Mireille voegt daaraan toe: ‘Doordat we muziek spelen van bijvoorbeeld de Arabische zangeres Fairouz kunnen we dit doen op een heel toegankelijke manier. Haar composities en muziek zijn zo universeel! En dat laat zich dus prachtig vertalen naar de verschillende luisteraars. Zelfs al versta je de Arabische tekst niet, je zult de muziek begrijpen’.

De ervaring leert dat de ambiance in de zaal tijdens concerten waarin culturen samenkomen wezenlijk anders is. ‘Dat klopt ja,’ zegt Alexander. ‘De sfeer in de zaal is bij ieder concert anders, maar bij dit soort concerten bemerk ik doorgaans meer vrijheid bij het publiek. Er wordt meegezongen, gedanst of geklapt. Dat zal bij een klassiek concert niet gauw gebeuren! Maar bij Arabische, Zuid-Amerikaanse of Afrikaanse muziek gebeurt dat heel spontaan. Die interactie vind ik erg leuk’. Voor zijn beleving van de muziek maakt het overigens niet uit. ‘Het muisstille van een zaal tijdens een klassiek concert vind ik ook geweldig. Het één is niet beter of leuker, het is ánders’.

Mireille beaamt dit. ‘Als ik in het Arabisch zing, ben ik steeds weer verrast als Nederlands publiek meeklapt, enthousiast is en voelt wat de muziek wil overbrengen. Dit toont de universaliteit van muziek en hoezeer muziek kan verbinden, ongeacht de achtergrond’. De kruisbestuiving tussen de muzikale culturen is overigens in volle gang. Zo verschillen klassieke en Arabische muziek ritmisch bijvoorbeeld steeds minder van elkaar. ‘Moderne klassieke componisten schrijven steeds vaker ingewikkelde ritmes en kijken voorbij de westerse grenzen. Hoewel de oorsprong anders is, is er hierdoor meer onderlinge herkenbaarheid’.

Toch blijven er genoeg onderscheidende factoren te benoemen. En ze hebben natuurlijk allemaal hun charme. Alexander: ‘Zo ben ik enorm gecharmeerd van de tonaliteit van Arabische muziek. Vanuit een westers perspectief gezien zou je kunnen zeggen dat de kwarttoon, die zo uniek is voor Arabische muziek, niet zuiver is, maar daar past het precies. Het maakt Arabische muziek tot wat het is en daarom waardeer ik de kwarttonen juist zo. In de westerse muziek spreekt vooral de kracht van de muziek me erg aan. Zeker als je met een orkest werkt kun je veel gewicht meegeven aan muziek. En zo kan klassieke muziek je enorm overweldigen.’

Mireille: ‘Bovendien zijn de instrumenten anders. Klassieke instrumenten zijn vaak akoestisch sterker. Een viool bijvoorbeeld kan zonder ondersteuning een prachtig stuk vertolken. Hier wordt bij Arabische instrumenten minder snel voor gekozen. De qanûn of de percussie komen beter tot hun recht met ondersteuning van elkaar en andere instrumenten. Dat verschil maakt ook dat de muziek een heel ander gevoel geeft’. Ook in haar zang merkt Mireille dit verschil. ‘Als ik Arabisch zing, doe ik dit bij voorkeur met een microfoon, bij klassieke zang niet altijd. Het komt van een andere plek en heeft daardoor een andere resonantie’. Maar nee, Mireille zou niet willen kiezen tussen Arabische en klassieke zang. Zolang ze beide soorten zang maar niet in één concert hoeft te gebruiken. ‘Hun verschillende technieken vereisen een heel andere voorbereiding, zowel lichamelijk als emotioneel. Het is lastig dit in één concert in te passen.’

Er zijn nog wel meer verschillen. Mireille: ‘Anders dan bij klassieke muziek ben je in de Arabische muziek je eigen leraar. Natuurlijk leer je van anderen, maar de meeste grote oosterse muzikanten hebben hun techniek zelf verbeterd’. Alexander vult aan: ‘Mijn ervaring is dat Arabische muzikanten al doende leren. Zij bepalen wat ze willen horen en gaan vervolgens oefenen tot ze dat punt bereiken. Terwijl wij beter worden in onze muziek door de techniek te leren. Het is een andere weg die wordt afgelegd.’ Mireille: ‘Op het conservatorium in Damascus bestuderen leerlingen klassieke muziek om hun techniek te verbeteren, ook al bespelen ze de qanûn. Het klopt, technieken van de Arabische muziek leer je door oefenen, herhalen, luisteren’.

Wat opvalt is dat Alexander en Mireille dezelfde uitdagingen zien in het werken met verschillende culturen. Mireille: ‘In klassieke muziek zijn alle nuances uitgeschreven. In Arabische muziek is dat allesbehalve het geval. Daar zijn de nuances afhankelijk van de emoties van de muzikanten. Door te repeteren en op elkaar ingespeeld te raken, moeten we tot een punt komen waarop iedereen hetzelfde voelt op hetzelfde moment. Dit is al een hele kunst als je werkt met enkel Arabische muzikanten, maar met klassieke muzikanten is die uitdaging nog weer iets groter’. Alexander knikt en zegt: ‘Het arrangement dat gemaakt is, verandert zodra we samen gaan spelen. Tegelijk is dit precies wat zo bijzonder is aan deze manier van werken. Door met elkaar te gaan spelen, komen we namelijk automatisch tot elkaar. Prachtig is dat!’

De grootste magie zit voor beide muzikanten toch wel in de saamhorigheid die ontstaat. ‘De afstand verdwijnt, iedereen is samen, iedereen geniet en we begrijpen elkaar. Dat is wat muziek doet en dat hopen we met Arabic Symphonic Night ook te bewerkstelligen’.

De ontmoeting van Alexander en Mireille was er een die vol is van herkenning, enthousiasme en gedrevenheid. Beiden zoeken vol passie naar de bruggen die, ondanks alle verschillen, tussen de twee muziekculturen geslagen kunnen worden. Dus dat belooft wat te worden op 30 november.

Tekst: Eva Kruijs Foto's: Antim Wijnaendts van Resandt

​Dit artikel verscheen eerder in het magazine Intrada