Column van Yannick

1 februari 2017
Column

Tekst Yannick Nézet-Séguin
Foto Hans van der Woerd


Hoog en laag


High culture en low culture, daar wordt in de klassieke-muziekwereld vaak een scherp onderscheid tussen gemaakt. Symfonieën zijn high culture, jazz is low culture. Opera: high. Filmmuziek: low. Die tweedeling is lang niet altijd zo strikt geweest. Populaire muziek en muziek die wat meer inspanning van de luisteraar vraagt: in vroeger tijden lagen ze een stuk dichter bij elkaar en hun grenzen waren heel wat minder scherp afgebakend. Maar tegenwoordig worden ze gezien als twee duidelijk gescheiden domeinen, en dat maakt het lastig om ze samen te brengen.

Sommige componisten hebben geprobeerd een brug te slaan. Gershwin en Bernstein zijn daar mooie voorbeelden van. En ook Rachmaninov op zijn eigen manier. In zijn Symfonische dansen omarmde hij de Amerikaanse populaire cultuur, misschien met enige reserve, maar toch ook met plezier en bewondering. Dansritmes laat hij versmelten met een obsessief Dies Irae, totdat low culture en high culture niet meer uit elkaar te houden zijn. Glashelder maakt hij hoorbaar – zoals Gershwin en Bernstein dat ook deden – hoe de jazz in het begin en midden van de 20ste eeuw verbonden was met de zogenaamde klassieke muziek.

Bruggenbouwers als Gershwin, Bernstein en Rachmaninov: in de klassieke-muziekgeschiedenis zijn ze bepaald niet oververtegenwoordigd. Maar ze hebben me altijd gefascineerd, omdat ze me lieten inzien dat muziek in wezen één grote familie is. Cultuur is cultuur, muziek is muziek – de tweedeling tussen hoog en laag is zonder betekenis. Het enige onderscheid dat er écht toe doet, is dat tussen goede en slechte muziek. De beste jazz en de beste wereldmuziek zijn niks minder waard dan de beste symfonische muziek, ze staan niet lager op de ranglijst.  In de wereld van de klassieke muziek zijn we altijd vatbaar geweest voor een zeker snobisme, maar we moeten ermee ophouden om onszelf superieur te wanen ten opzichte van andere genres. Als we de anderen omarmen, zullen we zelf ook meer omarmd worden.

Goede muziek hoeft helemaal niet altijd op een diep-filosofische manier over kwesties van Leven en Dood te gaan. Er is geen enkele reden waarom een orkest zijn neus zou moeten ophalen voor het wat meer populaire werk. Natuurlijk moet je niet alleen nog maar dat repertoire spelen, want daarmee zou je je musici én je publiek tekort doen. Maar als je een goed evenwicht vindt, dan kun je een heel nieuw publiek aanspreken. Bruggen slaan: precies wat wij hier in Rotterdam proberen te doen. Als een orkest niet alleen de klassieke canon speelt, maar af en toe ook goede filmmuziek en jazz, dan wordt het daar alleen maar rijker en veelzijdiger van. Niet hoog of laag, maar kwaliteit en evenwicht: dát is waar het in de klassieke-muziekwereld van de 21ste eeuw over zouden moeten gaan.

 

Lees ook