Het voelde als familie

19 december 2017

Vier voormalige chef-dirigenten staan komend jaar nog eens voor ‘hun’ Rotterdams Philharmonisch. Edo de Waart, David Zinman, James Conlon en Valery Gergiev blikken terug op hun tijd bij het orkest. ‘Als je elkaar goed kent, maak je veel betere muziek.’

 

Nog maar 24 jaar was Edo de Waart, toen hij in januari 1966, kort voor de opening van de Doelen, zijn eerste concerten bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest dirigeerde. Als winnaar van het Dimitri Mitropoulos Concours in New York had hij al Leonard Bernstein geassisteerd bij het New York Philharmonic Orchestra en Bernard Haitink bij het Concertgebouworkest, waar hij hoboïst was geweest. ‘Ik was hartstikke groen, maar ik explodeerde van enthousiasme. Al die ervaring in Rotterdam was goud voor mij.’ Al snel kreeg hij een vaste aanstelling naast dirigent Jean Fournet, tijdens een Amerikaanse tournee leidde hij acht van de 25 concerten. Van 1973 tot 1979 was De Waart met zijn animerende jeugdige optreden de gevierde chef-dirigent en artistiek leider in Rotterdam.

Het opzienbarende debuut van De Waart past in een patroon dat als een rode draad door de geschiedenis van het orkest loopt sinds de benoeming van de 34-jarige Eduard Flipse in 1930: het Rotterdams Philharmonisch Orkest is vooral uit op ‘jong en briljant’. Die criteria waren, soms ruimschoots, van toepassing op de latere chefs James Conlon, Valery Gergiev, Yannick Nézet-Séguin, evenals destijds op de vaste gastdirigent Simon Rattle. Lahav Shani is 29 als hij in september 2018 aantreedt als de nieuwe chef, en daarmee de jongste Rotterdamse chef ooit.