Kwaliteit als antwoord

12 februari 2016 | 11:45
Column

Door Yannick Nézet-Séguin

De Amerikaanse orkesten liepen voorop, maar in Nederland en de rest van Europa zijn we er inmiddels ook allang van doordrongen: onze muziek mag nóg zo mooi zijn, zonder marketing redden we het niet. We moeten zichtbaar zijn. Dat vindt ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Tien jaar geleden kwamen we nog een heel eind met posters in de stad, nu rijden er trams rond in onze huisstijl met grote portretten van onze musici erop. En daar laten we het niet bij: we trekken ook zelf de stad in. We geven gratis toegankelijke concerten op het Centraal Station en in de Veerhaven. We maken muziek in het museum en in de Markthal. We zetten de deuren open voor kinderen met onze educatieve programma’s en familievoorstellingen. Ik vind die initiatieven geweldig, want ze versterken onze band met de gemeenschap.

De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het orkest zie ik ook als een persoonlijke opdracht voor mijzelf. Ik ontmoet het publiek, onze sponsors, politici en bestuurders, en ga met hen in gesprek. We wisselen ideeën uit, denken samen na over alles wat Rotterdam mooier en succesvoller kan maken, en hoe het Rotterdams Philharmonisch Orkest daaraan kan bijdragen. En ook al geloven sommige van mijn oudere collega-dirigenten dat zulke besprekingen alleen maar de aandacht afleiden van de muziek, zelf vind ik het heel waardevol om me ook buiten het podium in te zetten voor onze stad en ons orkest.

Muziek maken en mensen ontmoeten: voor een orkest en voor een dirigent zijn die twee niet los te zien van elkaar. En soms – als we daarmee een heel nieuw publiek met ons kunnen laten kennismaken – mogen we bij zulke muzikale ontmoetingen wat mij betreft ook best de grens opzoeken met amusement en show business. Dat deden we afgelopen juni met overweldigend succes in onze voorstelling Julia in Ahoy, in november deden we het opnieuw met ons concertprogramma The Best of Musical and Opera en deze maand presenteren we het filmconcert The Matrix Live. In zulke producties is het zaak om een subtiel evenwicht te vinden, als een acrobaat op het slappe koord: de balans tussen het verlagen van onze drempels, en het onverminderd overeind houden van de kwaliteit waar we als orkest voor staan.

Want zichtbaarheid en toegankelijkheid mogen dan belangrijker zijn dan ooit, ze betekenen niets zonder artistieke kwaliteit. Als de vraag gesteld wordt wat ons bestaansrecht is, dan is kwaliteit ons sterkste antwoord. Dat is hoe wij als Rotterdams Philharmonisch Orkest het verschil willen blijven maken: door met uitvoeringen van het hoogste muzikale niveau een onvervangbare bijdrage te leveren aan de dynamiek, de veelkleurigheid en de aantrekkingskracht van de wereld om ons heen.

Deze column verscheen eerder in Intrada, jaargang 2015/16, nr. 2