In memoriam Jeffrey Tate

3 juni 2017 | 11:45

 

Bedroefd hebben wij kennis genomen van het overlijden van onze oud-chef-dirigent Jeffrey Tate.

Jeffrey Tate koos aanvankelijk voor een loopbaan in de geneeskunde, maar al tijdens zijn studie medicijnen in Cambridge maakt hij naam als pianist, cellist, zanger en regisseur van theaterproducties. Na korte tijd als arts in Londen te hebben gewerkt, koos hij definitief voor de muziek. Na assistentschappen bij Herbert von Karajan, Pierre Boulez en Georg Solti en zijn operadebuut met Carmen in Göteborg kwam zijn grote doorbraak in 1979 bij de Metropolitan Opera, New York.

Zes jaar later, in 1985, dirigeerde Jeffrey Tate voor het eerst ons orkest. ‘Fascinerend … een dirigent met een visie’, schreef het Rotterdams Nieuwsblad over dat debuut. Bij zijn terugkeer – drie jaar later, met de Negende van Bruckner ­– maakte Tate opnieuw indruk met zijn muzikale visie, waarin ‘behalve de monumentaliteit de intimiteit zo duidelijk voelbaar was’ (de Telegraaf). Toen het chef-dirigentschap van James Conlon bij ons orkest afliep, werd Jeffrey Tate dan ook met veel enthousiasme als zijn opvolger aangewezen, met ingang van 1991.

In aanloop daarnaartoe maakte Jeffrey Tate plaatopnamen met ons orkest van Bruckners Negende en van Mendelssohns complete toneelmuziek bij A Midsummer Night’s Dream – illustratief voor zijn grote liefde voor het muziektheater. Met de Russische componisten had Tate weinig affiniteit. Hij vond ze ‘veel te emotioneel’ en liet hun muziek graag over aan Valery Gergiev, die in de zelfde tijd onze vaste gastdirigent werd. Geldingsdrang was hem vreemd: bij zijn aantreden verklaarde Tate publiekelijk dat hij niet ‘de grote maestro wilde uithangen’.

Met zijn gedurfde programmering maakte Jeffrey Tate niet alleen maar vrienden. Zo ontketende hij onbedoeld een kleine rel onder de bezoekers van de traditionele C-serie door Dvořáks Vijfde symfonie vooraf te laten gaan door het Kammerkonzert van Alban Berg. ‘Het RPhO heeft lef’, schreef het Rotterdams Dagblad – ‘Publiek slikt muziek niet’, kopte het Algemeen Dagblad. Daar stonden zeer geslaagde concerten tegenover, waaronder een briljant Amerikaans programma en schitterende uitvoeringen van Bruckners Vierde en Tweede symfonie.

Toch kwam er geen vervolg op Jeffrey Tates eerste periode als chef-dirigent. ‘Het orkest streeft naar de internationale erkenning, die het verdient. Maar ik heb die brandende ambitie niet,’ vertelde hij in Vrij Nederland. ‘Misschien dat ik daarom niet de juiste persoon ben om dit orkest naar het sterrendom te brengen.’ Na zijn afscheid als chef – hij werd opgevolgd door Valery Gergiev – was hij onder meer chef-dirigent van het San Carlo Theater in Napels en van de Hamburger Symphoniker.

In 2004 keerde Jeffrey Tate nog één keer terug naar Rotterdam om ons orkest te dirigeren in Bruckners Vijfde symfonie, een werk dat hem na aan het hart lag. Mildheid en grote oprechtheid kenmerkten zijn interpretatie: een dierbare herinnering aan een groot musicus en een warme persoonlijkheid.

 

In memoriam

Ons concert in Zuid-Korea wordt opgedragen aan onze voormalige dirigenten: oud-chef-dirigent Jeffrey Tate en vaste gastdirigent Jiří Bělohlávek. Directeur George Wiegel en orkestleden halen herinneringen op aan de twee heren die beiden deze week overleden.