Stadse sfeer in de Doelen

15 november 2018

Met de serie Core Classics worden nieuwe muziekliefhebbers naar de Doelen gelokt. Projectleider en gastheer Martin Baai wil het publiek dat nog nooit een avond live symfonische muziek heeft beleefd, graag een intense luisterervaring bieden. Daarbij put hij uit zijn eigen muzikale reiservaring: van Radio Rijnmond tot het Rotterdams Philharmonisch.

Om een nieuw publiek warm te maken voor een klassiek concert dat live door een orkest wordt uitgevoerd, is een bevlogen gastheer nodig. Nou, dat is Martin Baai. In de foyer van de Doelen vertelt hij vol enthousiasme over het project Core Classics. En met trots over het orkest. ‘Een bezoek aan de Doelen om het Rotterdams Philharmonisch te horen spelen vind ik vergelijkbaar met een bezoek aan het
Rijksmuseum om de Nachtwacht te gaan zien. Dat hoort op je bucketlist.’ 

Core Classics richt zich op cultuurliefhebbers die niet zo snel naar een klassiek concert zullen gaan. Hoe trek je die doelgroep over de streep? Slagwerker Martin Baai is al vanaf het begin bij de serie betrokken. Wat
begon als een soort talkshow met bekende Nederlanders en voorspeelmomenten, is teruggebracht tot de kern: één presentator en het voltallige orkest op het podium. Martin: ‘Je moet gewoon aanbieden wat het is. Want de muziek is al top. Ik help alleen om de opening aan te wijzen waardoor iedereen de muziek ook echt kan beleven.’

Bezoekers van de eerste series waren onder de indruk van het orkest, maar ze bleken zich niet thuis te voelen in de setting. ‘Wij hebben een ontwerpbureau ingeschakeld dat werkt voor hippe festivals en de Museumnacht. Zo ontstond een nieuwe huisstijl, ik noem het Core Classics 3.0. Met De Vuurvogel zijn we deze weg ingeslagen en het was meteen een groot succes.’

Hoe ziet zo'n avond eruit? 
‘De foyer van de Doelen wordt in een voor deze doelgroep herkenbare, beetje urban sfeer aangekleed. Met een graffitiwand en gekleurd licht op witte pilaren. Voor aanvang is de bar open, een dj draait lekkere lounge-achtige muziek. De laatste keer hadden we hier 1100 mensen over de vloer en de sfeer was frisser, stadser en gemêleerder. In de zaal luisteren ze naar een inleiding van een kleine 20 minuten en direct
aansluitend het concert. Heel compact. Daarna blijven ze hangen voor een drankje en een praatje met musici. Vorige keer werd de sfeer na afloop behoorlijk bruisend, de dj volgde waardoor er een soort feeststemming
hing. Dat is niet wat we per se ambiëren hoor, maar voor de bezoekers die er toen waren werkte het wel. Overigens komen hier niet alleen maar jonge hipsters op af. Je ziet ook vaders die met hun zoon komen bijvoorbeeld, of mensen die je normaal gesproken op jazzfestivals tegenkomt.’

Hoe zorg jij voor een intense muziekbeleving?
‘Sommige muziekstukken zijn ongrijpbaar of lijken zware kost. Die probeer ik toegankelijk te maken door informatie te geven die ertoe doet, waardoor je het stuk anders kan beleven. Er zijn zelfs orkestleden die zeggen dat ze door mijn introductie meer geraakt worden. Ik snap dat omdat ik deze reis zelf ook heb meegemaakt. Ik kom uit een gezin waar Radio Rijnmond aanstond, klassieke muziek was er gewoon niet. Als slagwerker heb ik regelmatig een halfuur niks te doen en dan geniet ik heel erg van het samenspel of het hoge individuele niveau. Maar de essentie van zo'n muziekstuk ontgaat me soms als ik enkel technisch
luister. Een eenvoudig verhaal dat een luisterrichting geeft, kan er dan voor zorgen dat de muziek echt binnenkomt.’

Kun je illustreren hoe je dat overbrengt?
‘Stravinsky gebruikte bij De Vuurvogel voor alles wat met de magische wereld te maken heeft chromatiek, en voor de echte wereld diatoniek. Dus aan de muziek kun je horen waar je in het verhaal bent beland; dat maakt het geheel minder ongrijpbaar. Grof gezegd: kun je het niet nazingen dan zit je in de sprookjeswereld, klinkt het harmonieus, dan ben je in de realiteit. Een ander voorbeeld is Dvořák. Hij maakt in het celloconcert veel gebruik van overgangen van majeur naar mineur. Ik vertel dit niet om de mensen muziektheorie bij te brengen, maar om ze bewust te maken van het beoogde effect. In dit geval heb ik het
de bezoekers zelf laten ervaren: door de zaal tweestemmig te laten zingen. Dat werkte heel goed.’

Hoe bereid je je voor?
‘Ik zet mijn muzikantenoren uit en probeer te ervaren wat er gebeurt. Samen met cellist Eelco Beinema, zoek ik de kern: wat zorgt er nou echt voor dat die muziek iets met je doet? Een beetje de werkwijze van Gergiev. Na het doorspelen van een werk zoomt hij soms een halfuur lang in op een stuk van 15 seconden, slaat de partituur dicht en stuurt ons het concert in zonder iets over de rest gezegd of gerepeteerd te hebben. Door aan het detail te werken brengt hij zijn diepe visie op het muziekstuk over aan de musici en krijgt hij alle neuzen dezelfde kant op. Met Core Classics doen we ook zoiets. We halen er iets uit om te laten zien hoe het werkt en wat het met je doet en dan komt de rest van het stuk vanzelf binnen op de manier waarop dat bedoeld is.’

Tekst: Jolanda van der Ploeg
Foto: Joost Hoving 
Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het magazine van onze Vriendenvereniging.