Vier vragen aan Corinna Niemeyer

1 november 2018

Corinna Niemeyer is op 25 september gekozen tot nieuwe assistent-dirigent. In deze rol zal zij ook concerten dirigeren, te beginnen met het familieconcert Piccolo en Saxo (4+) op 9 december 2018. Haar tv-debuut maakte zij al eerder tijdens de uitreiking van de Edison Publieksprijs bij Podium Witteman op 11 november 2018. Om Corinna Niemeyer beter te leren kennen, stelden we haar vier vragen.

Hoe ziet de rol van assistent-dirigent eruit?
Als assistent ga ik verschillende projecten doen met chef-dirigent Lahav Shani en ook met Yannick Nézet-Séguin en Valery Gergiev. Incidenteel zal ik repetities leiden, maar de werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het assisteren bij de repetities. Vooraf en tijdens de repetities bespreken we welke klank de dirigent nastreeft. Het is vervolgens mijn taak om te horen of de gewenste klank wordt gerealiseerd. Ik zal niet alleen aanwezig zijn bij repetities in de Doelen, maar ook bij concerten in andere zalen. Iedere zaal heeft zijn eigen akoestiek, waardoor je iedere keer moet afvragen wat nodig is om de gewenste klank in de zaal te bereiken. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat ik het externe oor van de dirigent ben. En soms, als de concertdirigent vertraagd is, neem ik de repetities van hem of haar over.

Had u altijd al de ambitie om dirigent te worden?
Mogelijk, al kwam het besef dat ik dirigent wilde worden pas later. Toen ik vijf jaar oud was begon ik met cello spelen, later ben ik ook piano gaan spelen, in een koor gaan zingen en in orkesten gaan spelen. Omdat ik merkte dat ik graag met groepen werk en muziek wil doorgeven, ben ik de docentenopleiding muziek gaan volgen aan de Hochschule für Musik München. Maar ik heb ook altijd een voorliefde gehad voor orkestrale muziek. Voor mijn eindexamen dirigeerde ik het orkest van de hogeschool. Toen ik dat deed was ik overweldigd door de ervaring en wist ik écht dat ik wilde dirigeren. Ik heb toelatingsexamen gedaan en ben vervolgens directie gaan studeren. Aanvankelijk leek het een impulsief idee, maar achteraf gezien viel het allemaal op z’n plaats. Toen ik in orkesten speelde was het leuk wanneer de cello de melodie had, maar eigenlijk interesseerde ik me altijd meer voor het totale orkest. Ook speelde ik graag continuo, wat in de barokmuziek toch de motor van het ensemble is. Toen ik verhuisde voor mijn dirigentenopleiding vond ik een vijf jaar oud dagboek terug. Daarin schreef ik: ‘dirigeren, dat geeft mij zoveel plezier. Moet ik dat niet doen?’. Kennelijk speelde het altijd al wel in m’n hoofd.

Waarom denkt u dat de musici voor u gekozen hebben als assistent-dirigent?
Ja, dat is een vraag die alleen de musici kunnen beantwoorden… Maar ik weet wel waarom ik voor de musici gekozen heb. Om me voor te bereiden op de proefdirectie heb ik in augustus een concert in Keulen bijgewoond, waarbij Yannick Nézet-Séguin dirigeerde. Tijdens dit concert voelde ik zo’n bijzondere spirit in het orkest. Iedereen in het orkest durft risico te nemen. Voorheen had ik al veel over het Rotterdams Philharmonisch Orkest gehoord, maar na het horen van het concert was ik echt overtuigd en dacht ik: dit wil ik!

De bereidheid om risico’s te nemen klinkt enigszins abstract, kunt u dat toelichten?
Bij het concert in augustus speelde het orkest een adembenemende pianissimo. De limieten van het zacht spelen werden echt opgezocht, dat vraagt van het hele orkest om een risico te nemen. Het gevaar schuilt er namelijk in dat de noten zo zacht zijn dat je ze niet hoort, of erger nog, dat slechts één te hard gespeelde noot alles vernietigt. Je merkt dat iedereen in het orkest deze uitdaging aan wil gaan en elkaar daarin ook vertrouwt. Deze risicobereidheid en teamgeest ervaar ik als zeer positief. Het is een geweldige inspiratie en sluit aan bij mijn eigen ideeën over het maken van muziek. Ik verheug me dus ongelofelijk om met dit orkest te gaan werken.