Vijf vragen aan Matthias Pintscher

4 oktober 2018
Concert

De Duitse componist en dirigent Matthias Pintscher (1971) maakt zijn debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij dirigeert de Nederlandse première van zijn eigen shirim voor bariton en orkest naast Le chant du rossignol van Stravinsky en De wonderbaarlijke mandarijn van Bartók: ‘Een kleurrijk programma, waarin het draait om verlangen, verleiding, afwijzing en dood.’

Hoe bereidt u zich voor op uw debuut?
Precies hetzelfde als op een concert met een orkest dat ik al vaker heb gedirigeerd. Je focust op de muziek, op het werk zelf. Zo bezien is het leven van een dirigent een levenslange voorbereiding. Je werkt met de erkende meesterwerken en soms heb je maar twee dagen om het allemaal weer terug te halen. Dan zie je opeens een detail dat je inspireert een andere richting op te gaan, maar dat is altijd afhankelijk van de context. Ik vind het sowieso geweldig een nieuw orkest te ontmoeten, ben er nooit nerveus voor. Het is juist opwindend, alsof je naar een feestje gaat waar je potentieel nieuwe vrienden kunt ontmoeten.

Toch hoor je vaak dat een orkest in het begin vijandig is. Hoe gaat u daarmee om?
Ik heb gelukkig nog nooit slechte ervaringen gehad. Dat is ook een kwestie van zelfreflectie: waarom is de ontvangst lauw of juist hartelijk? Dat gaat over menselijke interactie, hoe je contact maakt, mensen in de ogen kijkt. Psychologie is enorm belangrijk en zodra je dat hebt gecoverd kun je verder. Het is niet simpelweg: de trombone moet hier luider. Je moet kunnen uitleggen waarom. Soms bereik je dit zelfs zonder te spreken, dan herken je een gezamenlijk gevoel en word je een met het orkest. Dat is de magie van muziek: wanneer je samen ademt en beweegt kun je tot een geïnspireerde uitvoering komen.

Hoe is het om eigen werk te dirigeren?
Ook hierin ervaar ik geen enkel verschil met wanneer ik Beethoven of Mahler dirigeer. Ik moet mijn eigen stukken net zo geconcentreerd bestuderen om te doorgronden wat ik bedoeld heb. Je bent altijd pleitbezorger van de partituur. Zodra je een compositie opnieuw gaat uitvoeren voel je dat die in je systeem zit, je lichaam herinnert zich als het ware de muziek.

Shirim staat naast De nachtegaal van Stravinsky en De wonderbaarlijke mandarijn van Bartók. Zijn er raakvlakken?
Mijn stuk is gebaseerd op het Hooglied, Stravinsky en Bartok grijpen terug op Chinese thema’s. Je kunt hier de sticker ‘oriëntalisme’ op plakken maar dat beschrijft enkel het type keuken, er is nog zoveel meer. Bartók presenteert in de Mandarijn een compleet nieuwe manier van melodievorming. Neem de prachtige, verleidelijke lijnen van de klarinet, die schijnbaar uit het niets tevoorschijn komen en bijna lijken te zweven. Stravinsky schrijft tegen het einde van de Nachtegaal ook een schitterende trompetlijn. Maar zijn solo’s komen altijd voort uit het ritme, de klok tikt constant door. Bij Bartók staat de melodie los van die tikkende klok, soms verlies je zelfs helemaal het gevoel van tijd. Dat maakt het enorm expressief. Dit concert gaat over verlangen, afstoting, dood, obstructie en het mechanische versus het fysieke. Mijn stuk beschrijft de verleiding van geuren, parfums, specerijen en kleuren. Het is de oudste liefdespoëzie, het Hooglied van Salomon uit het Oude Testament – Shir ha Shirim in het Hebreeuws. De tekst heeft vele betekenislagen, het Hebreeuws is zeer rijk en gevarieerd. Het is vergelijkbaar met kubisme: je ziet een gezicht tegelijkertijd vanuit verschillende perspectieven. Soms weet je niet of het de vrouw is die tegen de man praat, de man die tegen de vrouw praat of God die tegen zijn volk, Israël, praat. De poëzie is emotioneel geladen en spiritueel, maar tegelijkertijd sensueel en aards-seksueel, net als de Mandarijn. Alle drie stukken zijn bovendien rijk aan klankkleuren.

U bent zelf componist, hoe staat u tegenover eigentijdse muziek?
Er zijn duizenden getalenteerde componisten, met veel persoonlijkheid. Helaas overladen sommigen hun partituur zonder duidelijke motivatie met overgedetailleerde en onrealistische instructies. Maar als iemand wel een duidelijke visie heeft, vind ik het fantastisch deze te helpen realiseren

 

Biografie
Geboren: 1971 in Marl, Noordrijn-Westfalen
Opleiding: Studeert piano, viool en slagwerk. Nadat hij op zijn 14de het plaatselijke jeugdorkest heeft gedirigeerd besluit hij zelf te gaan componeren.
1988: Studie compositie aan de Hochschule für Musik Detmold. Hij studeert vervolgens ook bij Hans
Werner Henze en Manfred Trojahn.
1997-1998: Eerste successen met het strijkkwartet Ritratto di Gesualdo en de opera Thomas Chatterton.
2010: Eerste Artist-in-Association bij het BBC Scottish Symphony Orchestra.
2013: Chef-dirigent Ensemble Intercontemporain.
2016: Chef-dirigent van de Lucerne Festival Academy.

Tekst: Thea Derks. Dit artikel verscheen eerder in ons magazine Intrada.