1919: Eerste jaarverslag

10 juni 1919

1919: Eerste jaarverslag


10 juni 1919 - Per aspera ad astra. Of, in het Nederlands, door duisternis tot licht. Die rake woorden sluiten het allereerste jaarverslag af van het 'Genootschap van beroepsmusici tot onderlinge kunstbeoefening'. Het is op de dag van verschijnen, 10 juni 1919. Nog maar een jaar geleden dat het orkest geboren werd. Het gezelschap noteert heel voorzichtig een plus van negentien gulden en elf cent in de kasboeken. Dat is geweldig nieuws. Eerdere pogingen een orkest op te richten sneuvelden wegens geldgebrek. Dáár heeft het nieuwe genootschap dus geen last van.

Toch zijn er allerlei andere risico's die het orkest in dit eerste jaar kwetsbaar maken. De opkomst bij repetities is soms zó slecht dat het bestuur dikwijls twijfelt aan de levensvatbaarheid. Binnen een jaar stappen negentien muzikanten weer op. Niet gek. Veel van hen hebben hun handen vol aan hun werk. De hele avond spelen en dan 's ochtends vroeg weer aan de bak moeten, maar dan als hobby, dat is voor hen te veel gevraagd. 38 leden telt het orkest als het jaarverslag op 10 juni 1919, exact twaalf maanden na de oprichting, wordt uitgebracht.

Lees meer over: 

oprichting