1928: Schmuller wordt chef

12 juli 1928

1928: Schmuller wordt chef

12 juli 1928 - Chef-dirigent Willem Feltzer vertrekt, moegestreden in de tien jaar sinds de oprichting. Zijn logische opvolger? Dat is natuurlijk de jonge Eduard Flipse, sinds twee jaar de tweede dirigent van het orkest. Maar de geschiedenis neemt op 12 juli 1928 plotseling een andere wending. De nieuwe nummer één komt helemaal niet uit Rotterdam, maar uit Rusland, en hij luistert naar de naam Alexander Schmuller. De benoeming van deze Russische violist past bij de ambities van het orkest, dat bezig is aan een serieuze opmars. Met vioolvirtuoos Schmuller kiest het voor een eerste man die een grote naam heeft opgebouwd. 

Helaas zegt dat niet alles. De samenwerking tussen het orkest en zijn nieuwe dirigent loopt al snel stroef. Het publiek loopt al evenmin met Schmuller weg: het orkest ziet de zalen leger worden. De pers is verdeeld. Sommige gezaghebbende journalisten zijn aanvankelijk nog lovend, anderen laten al snel geen spaan van zijn dirigeerwerk heel. 'Als violist onbetwist van reputatie; als dirigent evident heel geen sensatie. Als violist slechts lof! Als dirigent… Een vergissing!', staat er zelfs in de Rotterdamsche Concertkalender van 1929-1930. Er moet iets gebeuren. Hier wordt niemand gelukkiger van. Twee jaar na de benoeming zetten de chef en het orkest een punt achter de samenwerking.

Alexander Schmuller overlijdt drie jaar later, in 1933, dan pas 52 jaar oud. In grote 'in memoriams' in kranten als De Telegraaf wordt hij vooral geroemd om zijn persoonlijkheid. 'Schmullers machtige en woord, zijn geste en zijn gestalte had een waarde die slechts ingewijden kennen', noteert die krant. 'Hij was een nobel man.' Over zijn periode als dirigent in Rotterdam wordt discreet gezwegen.

Lees meer over: 

chef-dirigenten