1932: Albert Roussel op bezoek

30 april 1932

1932: Albert Roussel op bezoek

30 april 1932 - Eind april 1932 reist de Franse componist Albert Roussel per trein naar Rotterdam om de Nederlandse première van zijn Derde symfonie bij te wonen. Roussel en zijn vrouw worden door chef-dirigent Eduard Flipse met alle egards ontvangen. Roussel is zelfs van harte welkom om bij hem thuis te komen slapen.

In de Maasstad komt de Fransman, toch wel wat gewend, voor een grote verrassing te staan. Hij ontdekt dat het Rotterdamse orkest doodleuk om half één 's nachts repeteert. Half één! 'Koor en orkest, ze waren er allemaal. Niemand kankerde', zal chef Eduard Flipse daar later over zeggen. Dat niemand moppert is nauwelijks voor te stellen. Veel orkestleden hebben die avond al in het drukke Rotterdamse amusementscircuit gewerkt en gespeeld. Ze zijn moe. Maar de ambitie van Flipse, daar scharen ze zich graag achter.

Albert Roussel - 1932

Eduard Flipse (2e van links) ontvangt Albert Roussel (4e van links)

 

Onder Flipse speelt het orkest meer nieuw werk dan ooit. Stravinsky, Hindemith, Pijper, Orthel: hun composities staan veelvuldig op het programma. Het zijn gedurfde keuzes, maar het Rotterdamse publiek blijkt ervoor open te staan. Na een paar taaie jaren van tegenwind stromen de zalen weer vol. Voor Roussel is het hartverwarmend dat er in die vreemde stad zoveel belangstelling is voor zijn muziek – niet alleen zijn Derde symfonie staat op het programma, maar ook zijn Pianoconcert en twee orkestliederen. De componist beleeft een gouden avond, waarvoor hij later een dankbrief schrijft. De uitvoering en de solisten hebben hem dolblij gemaakt, laat hij weten.
Je zou kunnen zeggen dat april 1932 in het teken staat van de muzikale uitwisseling tussen Rotterdam en Parijs, want eerder die maand heeft Eduard Flipse zijn debuut gemaakt bij het illustere Orchestre Lamoureux – om bij zijn terugkeer in Rotterdam als een held onthaald te worden door een menigte orkestleden en fans. Nu, op 30 april, hoort een van de meest vooraanstaande Franse componisten met eigen oren wat het Rotterdamse orkest in zijn mars heeft. Het zal nog vijf jaar duren voordat het Rotterdams Philharmonisch Orkest voor het eerst in het buitenland optreedt, maar in april 1932 zet het een grote stap richting internationale erkenning.