1941: de joodse orkestleden

13 maart 1941

1941: de joodse orkestleden

13 maart 1941Het is maar een simpel briefje, dat op 13 maart 1941 door het door de bezetter opgerichte nieuwe departement voor Volksvoorlichting & Kunsten naar het Rotterdams Philharmonisch Orkest wordt gestuurd. Daarin staat dat het orkest het best kan samenwerken met andere orkesten om de komende vacatures in te vullen.

Het is een toespeling op het naderende gedwongen ontslag van de joodse orkestleden. Zij worden weliswaar met geen woord genoemd, maar iedereen begrijpt wat er door de bezetter wordt bedoeld. Anti-joodse maatregelen zijn er in Nederland al sinds oktober 1940, maar die hebben het orkest nog niet direct geraakt. Dat staat nu wel te gebeuren. Een maand na het eerste briefje volgt de bevestiging: het orkest wordt gesommeerd alle joodse musici te ontslaan. Dat moet voor 15 mei 1941 gedaan zijn. Andere orkesten in Nederland krijgen hetzelfde bevel.

Aan het ontslag mag op geen enkele manier ruchtbaarheid worden gegeven. Maar het jaarverslag van het orkest staat er wel bij stil. 'Door dit besluit werden elf orkestleden getroffen (vijf eerste violen, een tweede viool, twee alten, een cello, een contrabas, een basklarinet). […] Het merendeel van de elf leden die het orkest op 15 mei verlieten, was vele jaren aan het orkest verbonden. Voor de grote toewijding waarmee zij hun taak hebben vervuld, moge hier een bijzonder woord van dank worden geuit.'

Op het moment dat die woorden worden geschreven, lijkt het er nog op dat ten minste vijf van de elf ontslagen musici goed terecht zijn gekomen: Herman Brill, Louis van der Sluis, Abraham van Zanten, Sam Gotlib en Meyer Wery spelen dan in het Joodsch Symphonie Orkest, samen met eveneens ontslagen orkestmusici uit andere Nederlandse orkesten. Daardoor hebben ze betaald werk en een Ausweis. Maar het joodse orkest is slechts een kort leven beschoren: opgericht op 16 november 1941 moet het in juli 1942 zijn activiteiten al weer staken. De Joodsche Schouwburg te Amsterdam, die de thuisbasis van het orkest is geweest, wordt die maand in gebruik genomen als eerste station in de deportatie van de Amsterdamse joden.

Deze geschiedenis heeft een vreselijke afloop. Van de elf weggestuurde joodse orkestleden worden er uiteindelijk zes vermoord. De orkestleden Blok, Gotlib, Van Zanten, Van der Sluis, Van der Sluis en Van Tijn overleven de oorlog niet. 

1941 Joods Symfonie Orkest

Het Joodsch Symphonie Orkest waarin vijf leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest spelen

Lees meer over: 

oorlog