1986: Rusland lonkt, maar niet zomaar

30 september 1986

1986: Rusland lonkt, maar niet zomaar

30 september 1986 - Over de concerten zelf zijn geen twijfels. Het Rotterdams Philharmonisch zal heus wel indruk maken, daar is iedereen wel van overtuigd. Maar hoe zit het met de organisatie? Afreizen naar Rusland, tijdens de Koude Oorlog, kan dat wel? Het antwoord blijkt al snel: slechts met de grootst mogelijke moeite. De trip die het Rotterdams Philharmonisch in 1986 naar Rusland maakt heeft gigantisch veel voeten in de aarde.

De uitdagingen beginnen al twee jaar voor het daadwerkelijke vertrek. De weigering van de Russen om een visum te geven aan concertmeester Viktor Liberman hakt er direct in. Wat nu? Rotterdam, dat met een zakelijke delegatie mee wil reizen in het kader van een 'Rotterdam Week' in Leningrad, zit met de handen in het haar.

Zonder concertmeester afreizen is geen optie. Het is alles of niets. Dat Liberman nog voor de reis zelf vertrekt naar het Concertgebouworkest is een geluk bij een ongeluk. Dat probleem is dus opgelost, maar er volgen meer uitdagingen. De Russen verstrekken óók geen visum aan een Zuid-Koreaanse violist en aan een Israëlische violist. Pas als er gedreigd wordt met het schrappen van de hele tournee komen die visa er toch.

Op 30 september 1986 vertrekt het Rotterdams Philharmonisch naar Rusland. Tot op het allerlaatste moment zijn er orkestleden die hun twijfels hebben. De kernramp van Tsjernobyl is nog maar vijf maanden geleden. Pas als deskundigen hebben verklaard dat het veilig is, stapt het orkest het vliegtuig in – maar sommigen nemen voor de zekerheid wel hun eigen eten mee.

Kan er dan eindelijk muziek worden gemaakt? Nee, want bij aankomst is er eerst de ellende van een heel strenge douane. Zelfs de mondstukken van trompetten worden bekeken. Ook de bladmuziek wordt gescreend; als blijkt dat er stukken niet op een ingediende lijst staan wordt er gedreigd die in te nemen.

Het zijn stuk voor stuk absurde toestanden, die invloed hebben op de kwaliteit van de concerten. Maar het publiek in Leningrad is de eerste avond al tevreden. Het orkest speelt drie toegiften en groeit vervolgens in zijn rol en speelt de avonden daarna steeds beter.

Na Leningrad volgt Moskou, waar het orkest zich nóg prettiger voelt; op de laatste avond daar moet dirigent Conlon het wonderlijke aantal van vijftien (!) keer terugkomen voor applaus.

Ook in Moskou blijft er achter de schermen van alles fout gaan, maar de smaak van een muzikale triomf overheerst dan al. Tegen alle stromen in heeft het Rotterdams Philharmonisch dan toch Rusland veroverd. Een knappe prestatie, gezien de omstandigheden.

Lees meer over: 

tournees