Gezamenlijk iets moois neerzetten

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was in 2017 haast vanzelfsprekend het eerste Nederlandse orkest dat de Franse contralto Nathalie Stutzmann uitnodigde als dirigent. Eerder trad Stutzmann vele keren op als soliste bij het orkest. Dit seizoen kristalliseert de relatie uit in een intensievere vorm: Nathalie Stutzmann mag zich artist in residence noemen en zal maar liefst vier keer voor het orkest staan.

'Ik heb een lange en gelukkige relatie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest’, zegt Nathalie Stutzmann over de vele keren dat ze als soliste met haar kenmerkende lage vrouwenstem voor het orkest stond. ‘We treffen elkaar niet elk jaar, maar er zit een regelmaat in. Toen ik mijn dirigentencarrière startte, was het orkest direct geïnteresseerd en nodigde mij uit een concert te dirigeren zo snel het in onze beide agenda’s paste. Ik heb toen meteen de Matthäus Passion gedirigeerd. De match die we al hadden, bleek toen ik dirigeerde nog sterker en we hadden veel plezier samen. Dat was mooi, want je hebt als dirigent toch een andere relatie met het orkest dan wanneer je er als solist voor staat. Het afgelopen seizoen heb ik Beethoven en Connesson gedirigeerd. Weer was er die klik. Toen kwam ook het idee van artist in residence langs. Dat leek mij fantastisch. Het orkest heeft een heel sterke identiteit, een heel eigen sound. Daarnaast begrijpen ze mijn ideeën, terwijl ik ondertussen rekening houd met de specifieke klank van het orkest. Zo sta je open voor elkaar en kun je risico’s nemen. Dat vind ik geweldig.’

Rock ’n Roll
Risico’s nemen is Nathalie Stutzmann niet vreemd. Vorig seizoen werd er tijdens een vraaggesprek ter gelegenheid van haar introductie als chef-dirigent van het Kristiansand Symphony Orchestra in Noorwegen gevraagd of ze ook van rock ’n roll hield. Ze antwoordde dat ze leeft voor de klassieke muziek, maar dat ze zeker in haar jonge jaren een rock ’n roll-leefstijl had en gek was op leren jacks en snelle motoren. ‘Ik compenseerde zo het feit dat ik enigszins buiten de boot viel door mijn liefde voor de klassieke muziek.’

Met twee muzikale ouders groeide ze op als musicus, wat veel meer is dan zangeres, benadrukt ze. Stutzmann speelde piano en fagot op hoog niveau, kon overweg met de altviool en de cello, dirigeerde en zong er ook nog bij. Niet zo gek met een moeder die als professioneel sopraan actief was en haar dochter uitstekend zangles gaf. ‘Zingen was altijd te weinig alomvattend voor mij, niet in de laatste plaats vanwege het beperkte repertoire voor de lage vrouwenstem die ik heb. Ik wilde toen vooral dirigeren. Die plannen heb ik uiteindelijk in de ijskast moeten zetten omdat ik een vrouw ben en omdat men voor mij een veel
betere toekomst als zangeres zag. In de jaren tachtig studeerde ik wel voor dirigent, maar de docent gaf mij zelfs nooit de kans om het symfonieorkest van het conservatorium te dirigeren.’

Breed repertoire
Hoewel Stutzmann ook nog een pianistenbestaan overwoog en zelfs enige tijd fagot speelde in professionele orkesten, gaf haar stem de doorslag. Omdat ze een geluid had dat niet veel voorkomt, lag het werk al snel voor het oprapen. ‘Mijn zangcarrière kwam heel vlot van de grond, maar ik heb altijd geleefd met het idee dat ik dirigent wilde worden. Toch vind ik mijn zangcarrière buitengewoon waardevol. Zonder die ervaring zou ik niet de dirigent zijn die ik nu ben.’

Terwijl haar zangcarrière bloeide richtte ze haar eigen ensemble, Orfeo 55, op, bleef ze aan haar dirigentenwens werken en studeerde ze onder anderen bij de Finse dirigentenleverancier Jorma Panula. In 2017 kwam de grote doorbraak met haar benoeming tot vaste gastdirigent van het RTÉ National Symphony Orchestra in Dublin, gevolgd door de benoeming tot chef-dirigent van het Kristiansand Symphony Orchestra. ‘Ik ben tegenwoordig veel meer dirigent dan zangeres. Dirigeren is zo mooi. Ik denk ook niet dat ik in Rotterdam tot artist in residence gekozen ben vanwege mijn dubbeltalent. Ik had het hele programma in kunnen vullen zonder één woord te zingen. Het gaat mij vooral om het brede repertoire waar ik mij als dirigent mee bezig kan houden. Dat is voor een artist in residence zeer interessant. Het feit dat ik zing is slechts een kers op de taart, hoop ik.’

Snelle auto’s
Ze verheugt zich op het weerzien met het orkest. ‘Het Rotterdams Philharmonisch Orkest is een strong animal. Ik houd naast motoren van snelle, sterke auto’s, die moeilijk te beheersen en te besturen zijn. Als het wel lukt geeft dat zoveel vreugde en voldoening. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest is als zo’n snelle auto. Het is heerlijk werken. Het is een orkest dat luistert. Iedereen heeft de oren open, reageert op elkaar, op de solist en ook op de dirigent. Mits deze het orkest verstaat.’

Gretigheid
Stutzmann vertelt dat ze in haar eerste concert ook Strauss dirigeert. ‘Toen ik begon met dirigeren wilde iedereen maar dat ik Mozart op de lessenaar zette, juist omdat ik een vrouw ben. Voor Brahms moet je sterk zijn, was de gedachtengang. Nou, dat ben ik! Geef mij maar Brahms, Wagner, Tsjaikovski, Bruckner en Strauss. Ik ben een verhalenverteller, en Strauss vertelt een verhaal. Dat daagt mij uit.’ De uitdaging die ze met het Weihnachtsoratorium neerzet, is weer van een andere orde. Het koor van dienst is Toonkunst Rotterdam, een koor bestaande uit goede amateurs. ‘Ik werk meestal met amateurkoren’, verheldert Stutzmann. ‘Dat komt omdat ik houd van grote koren. Zo heb ik in Liverpool de Matthäus-Passion uitgevoerd met een koor van honderdtwintig zangers. Het gaat dwars in tegen de heersende stromingen in de historische uitvoeringspraktijk waar het koor steeds kleiner wordt, maar ik vind de muziek beter uitkomen met meer volume, meer kracht. Al laat ik ze absoluut wel zingen met de finesse van een kamermuzikale groep. Verder werk ik met amateurs hetzelfde als met professionals. Ik dirigeer, luister naar wat ik terugkrijg en ga dan in op de details die ik anders wil. Soms moet ik terug naar de basis, naar fraseringen die ik anders wil hebben, intonaties ook. Dan geef ik wel eens een soort masterclass, maar met wat kleine technische aanwijzingen kun je het eindresultaat vaak al enorm verbeteren. Ik ga er altijd vol vertrouwen in. Maar mijn grote droom is uiteindelijk om te beschikken over een koor van professionele kwaliteit met de frisheid en gretigheid van de amateurzanger.’

Relatie
Een zangeres die dirigent wordt komt niet zo veel voor, maar het kan een orkest veel brengen. 'Vooral op het gebied van ademhaling. Ik houd ervan om iedere frase helder te vormen. Ik kan zoiets gewoon voorzingen. Dat doet meer dan vijftien minuten praten.’ Dat ze haar zangkwaliteiten deze keer juist in werk van Bach combineert met de dirigeerstok is een heel bewuste keuze. ‘Als er één componist zorgvuldig omging met frasering, dan was het Bach wel. En bovendien is het fantastische muziek. Ik geloof dat elke musicus een grote liefde heeft voor Bach. Alles begint bij Bach. Bach is bovendien op elke manier goed voor lichaam en geest. Er zijn vele grote studies gedaan die uitwijzen dat de muziek van Bach een direct fysiologisch effect heeft. Zelfs de koeien in Zwitserland geven twee keer zo veel melk als ze de hele dag Bach horen, zo heeft een onderzoek vastgesteld. De muziek van Bach kalmeert. Dat zal iets te maken hebben met de georganiseerde manier waarop het is geschreven. Dat is tenminste een deel van het geheim. Het is mathematisch zo gebalanceerd. Combineer dat met de emoties en de verbondenheid die de muziek uitstraalt en je bent een heel eind.’

Bach spelen is bovendien ook in kleinere bezetting een verdere stap in het ontwikkelen van de relatie met het orkest, vindt Stutzmann. ‘Het lastige van gastdirigent zijn is dat je een orkest altijd weer moet verlaten. Als je na drie jaar weer eens bij een orkest terugkeert moet je eigenlijk weer opnieuw beginnen. Daarom houd ik zo van het chef-dirigentschap. Je wordt één familie. Artist in residence zijn is een mooie tussenstap die de relatie ook verdiept omdat je elkaar vaker in een seizoen tegenkomt. Ik hoop de relatie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest hierna ook op regelmatige basis voort te zetten, zodat we echt iets op kunnen bouwen en werkelijk samen muziek kunnen maken. Want wanneer ik voor een orkest sta, gaat er voor mij niets boven het gevoel dat gezamenlijk iets moois neerzetten met zich meebrengt.’ ◆

Tekst: Paul Jansen | Foto: Simon Fowler

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies