Vuurwerk met Beethoven

2020 is Beethovenjaar met de viering van de 250ste verjaardag van de componist. Dirigent Jan Willem de Vriend over de muzikale geweldenaar. ‘Zonder Beethoven waren we arme mensen geweest.’

Stuiterend van enthousiasme praat dirigent Jan Willem de Vriend over de Weense klassieken Haydn, Mozart en Beethoven. Met hun muziek geeft hij de Nieuwjaarsconcerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit jaar een heel andere Weense invulling dan de zwierende en walsende Wiener Philharmoniker sinds mensenheugenis op Nieuwjaarsdag doen met hun Strauss-muziek.
Voor De Vriend is het Weense muziekleven rond 1800, dat voor een goed deel bestond uit honderden wereldpremières van absolute meesterwerken, nog altijd actueel. ‘Ik had pas nog een interview over de laatste Mozartsymfonieën nrs 39, 40 en 41 bij het Residentie Orkest. Ik kom net van een Schubertrepetitie en nu gaan wij het hebben over Haydn, Mozart en Beethoven. Niet te geloven! Wat is er in die honderd jaar tussen pakweg 1730 en 1830 allemaal niet gebeurd: van de Matthäus Passion van Bach tot de Negende symfonie van Schubert. Onwaarschijnlijk!’
Met drie door De Vriend gekozen stukken van Mozart, Haydn en Beethoven wordt veel muzikaal vuurwerk en roerig Nieuw-jaarskabaal de Doelen binnengehaald. Uitbundig gerinkel en gestamp in Turkse stijl klinkt in de ouverture van Mozarts opera Die Entführung aus dem Serail. Dreigende paukenroffels kenmerken Haydns Symfonie nr 100 ‘Militaire’. En donderend oorlogsgeknal stijgt op uit Beethovens realistische schildering van de slag bij Vitoria (1813), waarin Wellington de troepen van Napoleon versloeg. Hier klinkt ook het Engels-nationalistische Rule Britannia!, nog steeds populair tijdens de jaarlijkse Last Night of the Proms.
Maar zo militaristisch en propagandistisch als het op het eerste gezicht lijkt, is die muziek zeker niet, zegt De Vriend. Hij hoort daarin juist veel humor en relativering. ‘Bij Mozart klinkt er aan het slot van die Turkse muziek één forteslag expres verkeerd, waardoor het martiale, de arrogantie en de trots ervan juist wordt geridiculiseerd. De stukken van Haydn en Beethoven laten horen dat geweld tot niets leidt en onzinnig is. Op die manier zeggen ze iets over wat we elkaar als mensen kunnen aandoen. Ze eindigen positief.’
De Vriend is zelfs buitengewoon geamuseerd door het dubbelzinnige karakter van Wellingtons Sieg. ‘Beethoven komt hier aan met een beetje kitsch. Maar het is wel de allerbeste kitsch. De Treurmars is fantastisch gecomponeerd en er is ook veel amusement. Het is schieten en kanongebulder in de porseleinkast, zó krachtig geschreven dat het orkest uit elkaar vliegt. Dan zet Beethoven de contrabassen in om de maat aan te geven en orde te scheppen voor een grote triomfscène. Geweldig gedaan, vooral omdat hij tegelijkertijd alles ook een beetje belachelijk maakt. Componisten kunnen geweld beter aan met muziek dan met woorden. Of, zoals Napoleon het zei: ‘De macht en kracht van de muziek is groter dan die van het woord.’
Hoewel Wellingtons Sieg in Beethovens tijd een enorme hit was – er waren talloze bewerkingen voor verschillende bezettingen – is het inmiddels een hoogst zelden gespeeld stuk. De Vriend houdt hartstochtelijk van het programmeren van zulke curiosa.
Er is, ook in het oeuvre van Beethoven, nog veel te ontdekken, denkt De Vriend en dat heeft volgens hem een dubbel belang. ‘Door het zeer grote onbekende repertoire van Beethoven te leren kennen, ontdek je meer in de bekende werken. We zijn in onze tijd erg geneigd alleen maar de zogenaamde Serieuze Muziek of het A-werk te willen horen en de zogenaamd meer amuserende B-muziek niet serieus te willen nemen. Daar zijn twee dingen over te zeggen. Ten eerste dat de componisten in de 17de, 18de en 19de eeuw niet alleen maar A-werken schreven omdat het gewoonweg te veel was om op één avond uitsluitend serieuze werken te beluisteren.
‘Ten tweede, in de suites van Bach, Telemann of Händel werden serieuze en amusementsdelen binnen één stuk afgewisseld. Vrijwel alle muziek van Haydn had verrassende en diverterende passages en niet alleen maar, zoals in de symfonie nr 94 ‘met de paukenslag’ om het publiek wakker te houden.’ Het ‘gewoonste’ stuk in het Nieuwjaarsconcert is Beethovens Tweede pianoconcert, in feite zijn eerste pianoconcert, geschreven in de jaren 1787 - 1801. Het is ouder dan het eerder uitgegeven Eerste pianoconcert (1795, herzien 1801).

De Vriend hecht een bijzonder belang aan dat ‘eerste’ en zeer beladen Tweede pianoconcert, waarmee Beethoven zich op 29 maart 1795 in het Burgtheater presenteerde aan het Weense publiek dat wachtte op een nieuwe Mozart. ‘Er was een collectief schuldgevoel over de dood van Mozart, nadat de aristocratie hem had laten vallen en hij vrijwel geen openbare concerten had kunnen geven. Er moest iets worden goedgemaakt, maar daaraan had Beethoven zelf geen enkele behoefte.
‘Als je als jongetje van 6 in elkaar wordt geslagen door je vader en daarbij steeds de naam ‘Mozart’ hoort... Als je als 17-jarige, als de toekomstige ‘Neue Mozart’ in Wenen door Mozart wordt ontvangen, maar door ziekte van je moeder onmiddellijk terug moet naar Bonn... Als je in 1792 terug bent in Wenen, als Mozart al bijna een jaar dood is … Hoe moet dat voelen als je weet dat Mozart, met wie je wordt vergeleken, een ongekend genie was… Ik heb de theorie gehoord dat hij wel doof móést worden om zichzelf te worden, Louis van Beethoven…’
Voor De Vriend is het fascinerende van Beethoven dat hij zichzelf als kunstenaar totaal niet ontzag. ‘Hij ging door roeien en ruiten om te maken wat hij wilde. Iedereen hoort en voelt dat in zijn muziek. Al dat denken, schrappen, zwoegen, ongelooflijk.’
Als Beethoven er niet was geweest, hoe was dan de muzikale 19de eeuw begonnen? De Vriend: ‘Dat is de ultieme vraag. Als Beethoven er niet was geweest, was er geen Brahms geweest, de schakel die het huidige klassieke muziekleven verbindt met Beethoven. Als de depressieve Beethoven in 1802 zich niet door de kunst had laten weerhouden en in Heiligenstadt zelfmoord had gepleegd, dan waren we arme mensen geweest.’ 

Beethoven-weetjes

1783

De 12-jarige Ludwig van Beethoven voer samen met zijn moeder in november 1783 vanuit Bonn over de Rijn naar Rotterdam. Ze bezochten Anna Maria Magdalena Rovantini, de zuster van een Bonner violist, die als gouvernante werkte bij een rijke weduwe. Beethoven trad als pianist op in de salons van de Rotterdamse elite en verbaasde zijn publiek met zijn virtuositeit en zijn eigen composities. Daarna trad Beethoven in het Haagse Paleis Noordeinde op voor Stadhouder Willem V en de overige Oranjes. Hij was ontevreden over zijn beloning van 63 gulden en zwoer nooit meer naar Nederland te komen. Daar hield hij zich aan.

50

Beethoven is aan minstens 50 symfonieën begonnen, zo is te reconstrueren uit zijn aantekenboekjes. Het waren invallen of eerste schetsen, soms stonden ze al flink in de steigers toen Beethoven afhaakte. Het was een uitdaging voor componisten en musici om Beethoven achteraf een handje helpen. Cees Nieuwenhuizen voltooide het Vioolconcert in C, dat in 2006 een wereldpremière beleefde in de Doelen. Op basis van Beethovens schetsen reconstrueerde Barry Cooper een Tiende symfonie en aan de Engelse paragnoste Rosemary Brown gaf Beethoven vanuit de hemel nog een Elfde symfonie door.

1808

Beethoven organiseerde op 22 december 1808 hét ultieme Beethovenconcert van de 19de eeuw. Voor de pauze klonken de wereldpremières van de Zesde symfonie ‘Pastorale’ en het Vierde pianoconcert. Na de pauze waren er de wereldpremières van de Vijfde symfonie en de Koorfantasie voor piano, vocale solisten, koor en orkest. Tussendoor klonken nog de concertaria Ah! Perfido, het Gloria en het Sanctus uit de Mis in C groot en een geïmproviseerde Fantasie voor piano. In alle gevallen was de componist, de pianist en de dirigent Ludwig van Beethoven.

Vrouwen

Beethoven en vrouwen is een bijzonder kort hoofdstuk in zijn biografie. Er was de geheimzinnige ‘unsterbliche Geliebte’. En verder eigenlijk niets, behalve dan in de film Immortal Beloved (1994) de suggestie dat zijn neef Karl, officieel de zoon van Beethovens broer Kaspar Anton Karl, de zoon zou zijn van Ludwig, verwekt bij zijn schoonzuster Johanna. Beethoven nam neef Karl (1806-1856) na de dood van zijn vader in huis en vocht met diens moeder een vijf jaar durende juridische strijd uit over het voogdijschap, die zij verloor. In Beethovens obsessie met Karl kan men hem zien als zijn vader.

1811

Al in 1811 maakte Beethoven aantekeningen voor zijn Negende symfonie, die in 1824 in première ging. Het was de eerste symfonie ooit waarin werd gezongen. Dat was in het laatste deel van de symfonie van de ode An die Freude van Friedrich Schiller met het legendarische ‘Alle Menschen werden Brüder.’ Beethoven gebruikte de tweede versie van het gedicht. In de eerste versie had Schiller God nog opgeroepen tot gelijkheid in de hemel en het afschaffen van de hel: ‘Allen Sündern soll vergeben und die Hölle nicht mehr sein.’

Tekst: Kasper Jansen

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het kwartaalblad van het Rotterdams Philharmonisch Orkest

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies