Theater van het brein

Op zondag 23 februari dirigeert Yannick Nézet-Séguin een concertante uitvoering van Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss. Lees hier het artikel Theater van het brein waarin kenners hun licht laten schijnen over concertante opera's.

De locaties staan voorgeschreven: een plat dak boven de paleistuinen, het armoedige huis van de verver, het valkenhuis, afgelegen plek in het bos, slaapkamer van de keizerin, onderaards gewelf. Maar op het podium niets van dit al. We zien het orkest, de dirigent, een rij onbeweeglijke zangsolisten. Is dit nog wel opera?

Het is ondenkbaar dat mensen naar de opera gaan en zeggen: geen idee waar het over gaat, het verhaal interesseert me niet, ik kom alleen voor de muziek. Of nog gekker: het zag er prachtig uit, maar ik heb wel mijn vingers in m’n oren gestopt. Opera is per definitie een samenwerking tussen tekst, een libretto dus, muziek uitgevoerd door een orkest in de bak en zangers in kostuums die bewegen in een decor, met rekwisieten en een betekenisvol lichtontwerp. Muzikaal is het de dirigent die de verschillende disciplines bij elkaar moet zien te krijgen, en met het orkest diep weggestopt in de orkestbak en de zangers ver weg op het podium is dat maar al te vaak een hele toer. De inhoud van de opera, het verhaal en de betekenis, ligt in handen van de regisseur. Of Rigoletto, bijvoorbeeld, een nar is aan een negentiende-eeuws hof van Mantua of een zenuwpatiënt in een hedendaags krankzinnigengesticht, zoals onlangs in Amsterdam, bepaalt de regisseur. ‘Met de ogen dicht is het een prachtige uitvoering’, luidde een van de internetcommentaren.

Monoloog
Maar wat nu als je de toneellaag – met decors, attributen, kostuums, schmink, belichting en special effects – eruit sloopt, met andere woorden als je de opera in de concertzaal uitvoert, zoals het Rotterdams Philharmonisch met regelmaat doet. Is zo’n uitgeklede opera dan een halve opera?

Nou nee, zegt operazanger Thomas Oliemans. Hij staat het jaar door in diverse operaproducties en daar zit ook weleens een concertante tussen. Zoals nu in Rotterdam, waar hij de rol van Der Geisterbote vertolkt in Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss. ‘Concertante opera is zeker geen halve opera. Het is een andere tak van sport. Je kunt het vergelijken met een liedrecital, waar je ook te maken hebt met alleen tekst en muziek. Je hebt geen decor en je gaat ook niet als een gek over het podium rennen. Maar je moet wél een verhaal vertellen. De uitdaging is dan: hoe breng je fysiek de spanning en de sfeer van zo’n lied over, zonder dat je het gaat uitacteren? Ik zie het als een acteur die een monoloog brengt. Een goed acteur op een leeg toneel is in staat je een avond lang in de ban te houden. Zo iemand is voor mij als liedzanger een inspiratiebron. Ik kijk hoe zo’n acteur zo’n monoloog zonder groot te acteren gestalte geeft.’

Interpretatie
Nee, zegt ook Hein van Eekert. Hij presenteert wekelijks in het programma NTR Operalive op Radio 4 een vorm van concertante opera waarbij je zelfs de uitvoering niet meer ziet. Volgens Van Eekert verlies je misschien wel iets, maar brengt concertante opera iets unieks daarvoor in de plaats. ‘Zangers hebben een heel eigen interpretatie van hun personage, en vaak hebben ze daar heel goed over nagedacht. Die interpretatie krijg je als publiek rechtstreeks, en onaangetast door de regisseur. Maar wel in harmonie met hun collega-zangers in die concertante opera. En zelfs als een zanger niet zo goed kan acteren – we kennen de voorbeelden – kunnen ze in zo’n concertante uitvoering toch het karakter worden omdat ze het mogen doen met hun stem, en met hun interpretatie van de tekst. Dat kan bijzonder spannend zijn, want het theater van het brein maakt het dan af.’

Interessante uitspraak: het theater van het brein maakt het af. Wat je niet ziet, vul je in met je eigen verbeeldingskracht, en daarmee krijgt de toehoorder een eigen speelruimte. Ruimte die in de geënsceneerde productie door de regisseur volledig wordt ingevuld.

Wij stellen ons moeiteloos een vrouw zonder schaduw voor. Regisseur Andreas Homoki had het er jaren geleden bij zijn geënsceneerde productie van Die Frau ohne Schatten in Nationale Opera & Ballet juist moeilijk mee. Hij moest zich in bochten wringen om de schaduwloze Keizerin vorm te geven. ‘Een vrouw zonder schaduw kun je op het podium niet laten zien. Dan zou het podium donker moeten zijn.’ Homoki gaf de Keizerin een kostuum dat eruitzag als de ruimte om haar heen: een witte ruimte beschilderd met fantasieruen. ‘Ze verdwijnt tegen die achtergrond als was ze een kameleon. Dat betekent dat ze transparant is, geen schaduw heeft.’

Balans
Als de regisseur uit de opera wordt gehaald, wordt het orkest het middelpunt van de opera. De musici kruipen vanuit de altijd te krappe orkestbak naar het podium en dat heeft natuurlijk grote voordelen voor de klank en de onderlinge communicatie. Thomas Oliemans: ‘Het orkest op het toneel kan voor balansproblemen zorgen – die partituren zijn natuurlijk geschreven voor een orkest in de bak – maar je staat als zanger wel in een voortdurend contact met zowel de klank van het orkest als met de dirigent. Je bevindt je niet ineens tien of twintig meter achter iedereen, je hoeft niet op een rare tafel te klimmen terwijl je een moeilijke scène doet en je hoeft nooit te liggen. Je hebt muzikale omstandigheden die gunstiger zijn dan in een geënsceneerde opera.’

Voor Oliemans is het ook de sport uit te vogelen hoe weinig hij nodig heeft. ‘Dat is wel een goede les. Op het toneel kun je trappen in de val van te veel bewegen. Dat je het gaat zoeken in allerlei fratsen en poses, en verzandt in gedoe dat eigenlijk voor de muziek en de expressie niet nodig is. Zo’n concertante opera functioneert dan als een opschoningsproces.’

Of hij uit z’n hoofd zal zingen weet hij nog niet. Die Frau ohne Schatten is een gecompliceerde opera en er is weinig repetitietijd. ‘Minder dan bij een geënsceneerde versie natuurlijk, waarbij we veel meer tijd hebben om ook muzikaal aan elkaar te wennen. Maar het is niet per se een voorwaarde voor een betere uitvoering om uit ons hoofd te zingen. Het geeft vaak extra stress waardoor we minder vrij zijn om te musiceren. Als je weet dat je gewoon in je partituur kunt kijken, versterkt dat je vertrouwen. Je hoeft nooit paniekerig om je heen te kijken waar we precies zijn.’

Huiveringwekkend
Zoals bij zovelen was voor operakenner Hein van Eekert de concertvorm zijn allereerste kennismaking met het genre opera. Zijn ouders namen hem al jong mee naar operaconcerten en hoewel de regieopera hem inmiddels minstens zo boeit, koestert hij de herinneringen aan de opera’s die hem vormden in zijn jeugd.

Ook Thomas Oliemans koestert een indringende luisterervaring. ‘Ik denk aan de concertante Salome met Edo de Waart in de ZaterdagMatinee. Het moment dat het hoofd van Johannes de Doper in de cisterne wordt afgehakt, wordt helemaal verbeeld door een hoog tremolo van de contrabassen en dat was zo’n spannend en huiveringwekkend geluid, dat moment heb ik nooit meer met zoveel kippenvel meegemaakt als toen juist in die concertante uitvoering. Je ziet dan hoe Strauss gewoon puur muzikaal al de hele thrillersfeer en -spanning in die maten neerzet. In de geënsceneerde versie zie je dan maar al te vaak dat Herodias aan het overacten is op het linkerzijtoneel en Herodes likkebaardend de zaal inblikt. Je hebt dan soms te veel afleiding van mensen die van alles gaan doen. Voor mij was dat zo’n duidelijk moment dat ik me realiseerde dat Strauss alles al in de muziek heeft opgeschreven. Het vraagt meer van de verbeeldingskracht van de toehoorder, maar zo’n concertante versie geeft daar ook de ruimte toe.’ Laat het theater van het brein maar beginnen. ◆

Tekst: Joke Dame

Die Frau ohne Schatten
zo 23 februari 2020 · 14.15 uur 
Klik hier voor meer informatie en tickets

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies