Bob Bruyn

'Ik plaats mezelf soms voor het blok'

Hed Yaron-Meyerson is plaatsvervangend eerst concertmeester in het orkest. De grote vioolsolo in Rimski Korsakovs Sheherazadezal hij instuderen. Maar zal hij deze ook spelen?

Meestal speel ik ze niet, al die solo’s die ik moet instuderen als plaatsvervangend concertmeester, want de concertmeester speelt ze natuurlijk gewoon. Zeker bij een mooie grote solo zal hij of zij niet gauw verstek laten gaan, zelfs niet als er sprake is van griep. Ik vind het niettemin heel fijn om die solo’s te oefenen. Als het om een nieuw werk gaat voor mij – ik zit nog niet zo lang in de orkestwereld – kijk ik ernaar uit om het stuk in het orkest te horen, want dan pas weet ik waar die solo precies om gaat. Zo’n solo studeer je niet met de concertmeester samen, omdat je er je eigen solo van moet maken, dat doen de concertmeesters uiteindelijk ook. Zij beslissen zelf over frasering, stokgebruik, vibrato, klankkleur, dat soort dingen. En dat geldt voor mij, als plaatsvervangend concertmeester, precies zo.

Je moet solo’s als in Sheherazade ruim van tevoren in je vingers krijgen: je moet op je hand kunnen vertrouwen, dus dagelijks de techniek studeren. Maar mentaal moet je ook voorbereid zijn om plotseling te kunnen invallen. Soms hoor ik pas op de repetitiedag dat ik de concertmeester moet vervangen. Dat oefen ik door mezelf voor het blok te plaatsen. Dan speel ik ’s ochtends als eerste die solo’s, zonder te zijn ingespeeld, zonder warming up. Of juist als ik heel moe ben. In ieder geval onder minder optimale omstandigheden. Een ander probleem is het verschil tussen mijn kleine oefenruimte en de grote zaal. Als ik oefen moet ik me een grote zaal voorstellen om me te preparen op veel groter spelen, op verschillende dynamische niveaus en op maximale projectie.

Dat ongewisse vind ik wel spannend. Toen ik in het orkest kwam wist ik dat er flexibiliteit van me werd verwacht. Het is een uitdaging die nooit slecht is. En ik leer ontzettend veel van naast de concertmeester te zitten. Ik speel de solo’s die ik studeer ook wel eens voor vrienden en collega’s. Dan krijg ik opmerkingen zoals: kan dit met iets meer vibrato. Die suggesties overweeg ik stuk voor stuk, maar ik moet het er natuurlijk mee eens zijn. En daarom maak ik opnames. Dan kan ik objectiever luisteren, want je doet niet altijd precies wat je denkt dat je doet. Je werkt wel eens voor twee, als plaatsvervanger, want je moet je eigen partij studeren én die van de concertmeester, maar het blijft een enerverend avontuur.’

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het kwartaalblad van het Rotterdams Philharmonisch Orkest

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies