‘De hoorn zorgt vaak voor kippenvel’

De Rotterdamse hoornist Laurens Otto vergelijkt het orkest met een zwerm vogels: ‘Iedereen zoekt elkaar op’.

Jong geleerd

‘Mijn vader was zeker een stimulator. Hij was muziekdocent en organist en liet mij al snel meespelen tijdens de collecte in de kerk. Ik ben bij hem begonnen met pianoles, maar – zoals vaak gebeurt – vreemde ogen dwingen. Na een demonstratie hoornblazen op het Festival Oude Muziek in Utrecht, mocht ik het instrument even uitproberen en er kwam meteen geluid uit. Ik was elf, had pas gewisseld en dus toevallig net het goede gebit ervoor. Vanaf toen ben ik hoorn gaan spelen.’

 

Passie voor de hoorn

‘Ik werd allereerst gegrepen door de klank, die was meteen raak. Als ik een film zie en er komt zo’n heldhaftig thema voorbij waar de hoorn bij betrokken is, krijg ik nog steeds z’n kippenvelmoment. Ik houd van de diversiteit van de klank, van het feit dat je zowel mee kan doen met de houtblazers als met het grote koper. Het is best een weerbarstig instrument, fysiek zwaar om te spelen. Dat wist ik niet toen ik begon, maar dat neem je allemaal voor lief.’

 

RPhO

‘Als je in Rotterdam studeert, weet je al heel veel van dit orkest. Al op mijn 19de werd ik door mijn leraar meegenomen naar grote producties waaraan bijvoorbeeld zo’n acht hoorns meededen. Dan mocht ik aanschuiven en een beetje proeven van de dynamiek. Na mijn eerste keer meespelen dacht ik: wow, dat gaat even lekker hier! Er zit een soort gretigheid in de groep, die ik herkende. Met het geld van mijn eerste schnabbels schafte ik een rokkostuum aan.’

 

De auditie

‘Het was een drukke periode: ik ging verhuizen en er was een tweede kindje op komst. In mijn vrije zomerperiode heb ik heel hard gewerkt. Heel doelgericht en gestructureerd met oog op succes. Het zoeken naar bepaalde spontane effecten, wat ik normaal gesproken zou doen, liet ik achterwege. Door die focus was ik minder zenuwachtig. Ik dacht: het zou vandaag zo maar eens kunnen gaan lukken. Waarop dat gevoel was gebaseerd, weet ik niet, maar het heeft wel geholpen.’

 

Eerste indruk

‘Heel gastvrij en open. Orkestleden laten merken dat ze het fijn vinden dat er nieuwe mensen bij komen, dat ze blij met je zijn. Ik viel dit jubileumjaar natuurlijk met m’n neus in de boter. Mooie concerten, op tournee met Yannick, de komst van de nieuwe dirigent Lahav Shani. Er hangt een positieve vibe voor de toekomst. Een leukere start kun je niet bedenken.’

 

Groepsgevoel

‘Ik zit met zes hoornisten in het orkest. Binnen dat groepje moet het wel een beetje klikken. Je vormt met elkaar één radertje dat weer samenwerkt met alle andere radertjes in het grotere geheel, het orkest. Ik vergelijk het orkest ook wel eens met een zwerm vogels. Er vliegt een vogel een bepaalde kant op, de rest reageert hierop en vliegt mee. Dit orkest heeft heel erg de neiging om elkaar op te zoeken – er zijn veel concerten en relatief weinig repetities – dus je bent sterk op elkaar aangewezen.’

 

Leermeesters of idolen?

‘Mijn idolen van vroeger waren Herman Baumann en Barry Tuckwell. Het zangerige van de eerste en de no-nonsense stijl van de tweede spraken mij aan. Ik ben in mijn loopbaan veel mensen tegengekomen die soms bewondering afdwongen door één ding. Een bepaalde manier van legato bijvoorbeeld. Ik vind Frans Brüggen heel interessant; hij had een heel frisse benadering van oude muziek. Hoe je een interval uit de tijd van Mozart bekijkt bijvoorbeeld. Zo iemand scherpt je oren en haalt je van je vaste ideeën af.’

 

Ultieme doel?

‘Ik heb eigenlijk wel een plek bereikt die ik wil hebben. Als ik terugkijk, denk ik alleen: misschien had ik tijdens mijn studie wat ruimer moeten denken dan enkel aan mijn instrument. Die bredere basis in het leven heb ik nu wel gevonden. Ik houd me namelijk via mijn muziekcollectief Ludwig ook bezig met de rol van muziek. Zoals wat muziek doet met het brein, bijvoorbeeld bij dementie. Verder kan ik zeggen dat de hoorn heel goed bij me past. De klank kan soms een beetje week zijn, en soms een beetje op de voorgrond treden, maar het is vooral heel erg verbindend. Dat is wel een rol die mij goed ligt.’

 

Even voorstellen

Naam: Laurens Otto
Instrument: hoorn
Geboren: 1980, Rotterdam
Opleiding: Rotterdams Conservatorium, master hoorn 2004
Loopbaan: 2003 hoornist bij Radio Symfonie Orkest, na 2005 bij Radio Filharmonisch Orkest
Bij het Rotterdams Philharmonisch: sinds januari 2018
Privé: getrouwd, twee kinderen

 

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het magazine van de Vrienden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. 

Tekst: Jolanda van der Ploeg

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies