Van de hoek naar de hoofdrol

Ze worden wel ‘de hoekblazers’ genoemd – naar hun bescheiden plaats in het orkest. Ron Tijhuis, Romke-Jan Wijmenga en Hans Wisse geven normaal gesproken met hun bij-instrumenten binnen de houtblazerssectie extra kleur aan de orkestklank. In het nieuwe Triple Concertino van Martijn Padding is van een bijrol echter geen sprake. Als trio staan ze tegenover het orkest – in de hoofdrol. Hoe ervaren de drie solisten hun plek in de spotlights?

Tekst: Thea Derks | foto: Hélène van Domburg 


Romke-Jan Wijmenga - basklarinet

‘Ik ben opgeleid als klarinettist. Pas in mijn eindexamenjaar aan het conservatorium raakte ik geïnteresseerd in de basklarinet, vanwege zijn diepe, sonore klank. Ik probeerde het uit en was meteen verkocht. Het instrument heeft een enorm bereik, klinkt zowel goed in de lage registers als in de hoogste regionen, een beetje vergelijkbaar met de cello. Bovendien is het dynamisch wendbaar, je kunt heel hard spelen maar ook uiterst zacht.

‘Het is niet fraai als een basklarinet de totaalklank van een orkest domineert. Om een mooie laagte te creëren is de tuba of – bij de houtblazers – de contrafagot geschikter. Als basklarinettist moet je tevreden zijn met een bijrol.’ 

Zijn rol in Triple Concertino is dus best spannend. ‘Solistische optredens wimpel ik normaal gesproken af, ik hoef niet zo nodig op de voorgrond.’ Maar deze keer is het anders. ‘Ik voel me gesteund door de twee andere ‘hoekblazers’. Bovendien zie ik het als waardering van de artistieke leiding voor onze toewijding al die jaren. Ik zie ernaar uit in deze bijzondere bezetting voor ons trouwe publiek te spelen. Hopelijk staan de bezoekers open voor iets nieuws.’ Padding is voor Wijmenga geen vreemde eend in de bijt van het verder geheel aan Mozart gewijde programma. ‘Mozart schreef ook een werk voor vier blazers en orkest, de Sinfonia Concertante voor hobo, klarinet, fagot en hoorn. Dit stuk was voor Padding het vertrekpunt voor zijn Triple Concertino. Anders dan Mozart plaatst hij ons als trio tegenover het orkest. Het betreft dus voornamelijk ensemblespel, we eisen geen van allen een hoofdrol op.’

Omdat de basklarinet het lenigste is, schreef Padding voor hem meer noten en maakt hij grotere intervalsprongen. ‘Martijn vraagt mij echter niet om onmogelijke dingen te doen, effectbejag is hem vreemd.’ Wijmenga licht een tipje van de sluier op: ‘Het eerste deel is uptempo, jazzy, met virtuoos samenspel van ons drieën en wat stevige knallen. Hierna volgt een ingetogen en lyrisch deel, met polyfone zettingen voor het trio. Het derde deel is een polka, in de vorm van een spetterend presto. Zoals in veel muziek van Martijn Padding speelt ook het slagwerk een essentiële, maar subtiele rol. Dat is zijn handelsmerk. Het is muziek met humor, hopelijk net zo onderhoudend als de meesterwerken van die avond.’

Ron Tijhuis - althobo

‘Ik ken Hans en Romke-Jan al heel lang. We hebben diverse keren samen opgetreden buiten het orkest en op tournee trekken we meestal samen op. Het voelt vertrouwd, we weten wat we aan elkaar hebben. Ook onze positie in het orkest schept een band. Ja, we worden de hoekblazers genoemd, maar dat is inmiddels een soort geuzennaam.' 

Soleren is voor Tijhuis niet nieuw. ‘De althobo heeft vaak solo’s in orkestwerken. Veelal zijn dat langzame, lyrische partijen, met prachtige melodieën. Heerlijk vind ik dat.” Solospelen is een enerverende ervaring, vindt Tijhuis. ‘Maar omdat we nu met zijn drieën zijn is het wat minder beladen.’ Het Triple Concertino is wel uitdagend. ‘Martijn probeert het maximale te halen uit wat mogelijk is voor het instrument en zijn bespeler. Hij gaf mij zowel lyrische als lastige, virtuoze partijen.’

Het stuk is nog niet helemaal af. ‘Maar het eerste deel hebben we al met Martijn doorgenomen. Hij wilde weten of zijn compositie in de praktijk werkt, goed klinkt, uitvoerbaar is. Het was even aftasten. Zo staan er in onze partij soms pijltjes omhoog of omlaag, om aan te geven dat we geleidelijk naar de volgende noot toe moeten klimmen of dalen, vergelijkbaar met een glissando voor strijkers. Gelukkig weet Martijn zeer duidelijk te verwoorden wat hij in zijn hoofd heeft.’ 

Dirigent Jan Willem de Vriend is ook geen onbekende voor Ron Tijhuis. ‘In mijn tijd bij
het Combattimento Consort heb ik onder zijn leiding vaak mogen soleren. Ik ken hem al een jaar of dertig.’ De afstand die er vaak is tussen solist en dirigent ontbreekt dus. Een geruststellende gedachte, vindt Tijhuis. ‘Bovendien is Jan Willem zeer benaderbaar en staat hij altijd open voor ideeën van anderen. Ik heb alle vertrouwen in hem.’

Hans Wisse - contrafagot

Wisse houdt erg van de kenmerkende klank van zijn instrument: ‘Donker, sonoor, vol, resonerend, ernstig, machtig, somber. De contrafagot komt dan ook het best tot zijn recht in plechtige, tragische en zware emotionele stemmingen. Liefst laag en traag, want in hogere registers wordt het geluid minder sterk en bovendien dunner.'

Hij vindt het instrument uitermate geschikt voor het (laat-) romantische en 20e- eeuws repertoire: ‘Precies de muziek waarin het Rotterdams Philharmonisch Orkest gespecialiseerd is. Binnen het orkest wordt het niet vaak solistisch ingezet, maar een prachtig voorbeeld zijn de soli voor contrafagot in het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel en in diens Ma mère l’Oye.’ 

Dat de contrafagot zo weinig vóór het orkest te horen is, komt door zijn voornamelijk dienende rol. Wisse: ‘Vergelijk het met de kruiden in je gerecht: peper en zout moeten er wel in zitten, maar niet overheersen. Bovendien leent de contrafagot zich vanwege zijn traagheid wat moeilijker voor virtuoze partijen – de snelheid van een fluit ga je nooit halen. Ik heb Martijn Padding daarom voorgesteld lage en trage partijen voor me te schrijven.

Tijdens de oriënterende repetitie hebben we enkele schetsen doorgespeeld en de do’s and don’ts besproken.’ Enkele kanttekeningen heeft Wisse inmiddels al: ‘Ik ga Martijn vragen de frasering hier en daar te wijzigen. Sommige bindingen, vooral in grote intervalsprongen, hebben bij zo’n log instrument nou eenmaal meer tijd nodig en vertragen daarmee het tempo. Veel moderne componisten schrijven graag in extremen: hoge tempi en ultrahoge of juist ultralage registers, wat het karakter van mijn instrument niet echt zou dienen. Het eerste deel is in elk geval veelbelovend, dat heeft een funky karakter.’

Hoe het is om als solist voor zijn eigen orkest te spelen, kan Wisse zich nog niet echt voorstellen. ‘Zenuwen zullen zeker een rol spelen. Goed voorbereiden en niet voor verrassingen komen te staan is het devies. Ik weet me gelukkig volledig gesteund door twee fantastische collega’s, allebei geweldenaren op hun instrument. Maar gestudeerd zal er moeten worden, zoveel is duidelijk.’

Mozart forever
4, 5 en 7 april 2019, de Doelen, Rotterdam

dirigent
Jan Willem de Vriend
viool Rosanne Philippens
althobo Ron Tijhuis
basklarinet Romke-Jan Wijmenga
contrafagot Hans Wisse

Mozart
Vijfde vioolconcert
Padding Triple Concertino (wereldprèmiere)
Mozart Symfonie nr. 39

Klik hier voor meer informatie en tickets.

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, het kwartaalmagazine van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies