Programmatoelichting

Johannes-Passion

do 18 april 2019 •19.30 uur
vr 19 april 2019 • 19.30 uur

dirigent John Butt
sopraan Anett Fritsch
alt Maarten Engeltjes
tenor Nicholas Mulroy (evangelist)
bariton Mattijs van de Woerd (Pilatus)
bas Lukas Jakobski (Christus)
koor Laurens Collegium
orgel Aart Bergwerff

Johann Sebastian Bach 1685-1750
Koraalprelude Da Jesus an dem Kreuze stund, BWV 621 [1713-15]
voor orgel

Johann Hermann Schein 1586–1630
Da Jesus an dem Kreuze stund [1618]
koraal met publieksparticipatie

Johann Sebastian Bach
Fantasia in g, BWV 542 (fragment) [1720-25]
voor orgel

Johann Sebastian Bach
Johannes-Passion, BWV 245 [1724]
deel 1

Pauze

Johann Sebastian Bach
Koraalprelude Christus der uns selig macht, BWV 620 [1713-15]
voor orgel

Johann Sebastian Bach
Johannes-Passion, deel 2

Johann Sebastian Bach
Koraalprelude Nun danket alle Gott, BWV 657 [1723?]
voor orgel

Johann Crüger (1598–1662)
Nun danket alle Gott [1647?]
koraal met publieksparticipatie

Einde concert circa 22.15 uur

-----

Het concert van vanavond geeft een indruk hoe Bachs Johannes-Passion geklonken zou kunnen hebben binnen de context van de Lutherse liturgie, waarin de kerkgemeente minstens een deel van de koralen zal hebben meegezongen. Ook vanavond wordt het publiek uitgenodigd om van twee koralen enkele verzen mee te zingen. Een half uur voor aanvang van het concert leidt dirigent John Butt een korte repetitie waarin u zich vertrouwd kunt maken met de muziek en de tekst van die koraalverzen.

-----

Over de opzet van deze concertavond

Johann Sebastian Bach schreef zijn Johannes-Passion als een onderdeel van de Lutherse vesperliturgie. Net als de dienst opent dit concert met orgelspel en samenzang. Het koraal Da Jesus an dem Kreuze stund is een Lutherse parafrase van Christus’ laatste woorden, bijeengebracht uit de vier verschillende evangeliën. Een orgelprelude leidt het eerste deel van de Johannes-Passion in, dat begint bij Jezus’ gevangenneming en eindigt met de loochening van Petrus. 

Na de pauze – die in dit concert in plaats van de preek komt – klinkt als inleiding een voorspel: Christus, der uns selig macht, geschreven in dezelfde Frygische modus als het koraal waarmee de avond begon. Dan volgt het tweede deel van de passie, over Jezus’ berechting, zijn kruisiging, dood en begrafenis. Het responsorium, de collecte en zegening die daarop in de Lutherse liturgie zouden volgen, blijven vanavond achterwege, maar we besluiten met de samenzang waarmee ook de dienst zou eindigen: Nun danket alle Gott, een koraal dat bezingt hoe Jezus’ kruisdood onze verlossing betekent.

-----

Bachs Johannes – ‘moderne passiemuziek’

Voor zover bekend heeft Johann Sebastian Bach vijf passies geschreven, waarvan alleen die naar de evangelies van Johannes en Mattheus bewaard zijn gebleven. Van de Lukas-Passion is het auteurschap omstreden, terwijl de Markus-Passion en een passie op een tekst van Picander (librettist van de Matthäus) verloren zijn gegaan. De Johannes-Passion is de oudste overgeleverde passie van Bach.


‘In opdracht van de raad ben ik naar de heer Bach alhier gegaan en heb hem uitgelegd dat de muziek die hij van plan is uit te voeren op de komende Goede Vrijdag niet uitgevoerd mag worden totdat daarvoor toestemming is ontvangen. Daarop antwoordde hij: het was altijd zo gedaan; het kon hem niets schelen omdat hij er toch niets voor kreeg en het was hem alleen maar tot last. Hij zou de bisschop laten weten dat het hem verboden was; en als er bezwaar werd gemaakt vanwege de tekst, dan diende in aanmerking te worden genomen dat die al een aantal malen was uitgevoerd.’ Aldus een verslag van de Leipziger stadklerk, 17 maart 1739.

Intriges
Wat was hier aan de hand? Bach wilde zijn Johannes-Passion na de laatste keer (1732) weer eens ten gehore brengen, maar stuitte plotseling op tegenwerking. We weten niet welke intriges hier een rol speelden – want zoiets moet wel het geval geweest zijn nadat Bach de Johannes sinds 1724 meermalen had uitgevoerd, zonder door iemand te worden gehinderd. Uiteindelijk verving Bach zijn Johannes dat jaar door Telemanns Brockes-Passion. Ook de eerste presentatie van de Johannes-Passion ging met strubbelingen gepaard. Toen Bach in 1723 aantrad als Thomascantor in Leipzig, kende die stad een nog jonge traditie van het uitvoeren van 'moderne' passiemuziek in de hoofdkerken. De vesperdienst in de Thomaskirche op Goede Vrijdag was het muzikale hoogtepunt van het jaar. Kuhnaus Markus-Passion voerde men beurtelings in de Thomaskirche en in de Nicolaikirche uit. Helaas was Bach hierover niet geïnformeerd. Voor Goede Vrijdag 1724 had hij dan ook nietsvermoedend de première van zijn eigen, groots opgezette en experimentele Johannes-Passion in de Thomaskirche gepland, terwijl daar Kuhnau op het programma stond.
Op het laatste moment moest Bach uitwijken naar de Nicolaikirche, met veel gedoe, zoals uit de correspondentie blijkt. Het tekstboekje was al gedrukt, er moest extra ruimte worden gemaakt op de koorgalerij en een spoedreparatie van het klavecimbel was nodig. Dit laatste biedt interessante informatie over de uitvoeringspraktijk: sinds de opkomst van de historisch geïnformeerde vertolkingen van Bachs passies in de jaren ‘70 van de vorige eeuw gold het gebruik van een klavecimbel immers lange tijd als ‘niet-authentiek’.

Retorische stijlmiddelen
In de loop der jaren bleef Bach aan de Johannes sleutelen totdat de ons vertrouwde versie ontstond. Hij verplaatste het oorspronkelijke openingskoor ‘O Mensch, bewein dein Sünde groß’ naar het slot van het eerste deel van de Matthäus en componeerde als nieuw begin van de Johannes het majestueuze koor ‘Herr, unser Herrscher’. Christus wordt hierin als koning geëerd, volgens de tekst van een Saksische gebedsformule. Het slotkoraal ‘Christe, du Lamm Gottes’ verhuisde naar cantate BWV 23, Du wahrer Gott und Davids Sohn. Verder verwijderde Bach de aria’s ‘Zerschmettert mich, ihr Felsen und ihr Hügel’ en ‘Windet euch nicht, geplagte Seele’, en voegde hij ‘Ach, mein Sinn’ en ‘Erwäge, wie sein blutgefärbter Rücken’ plus het arioso ‘Betrachte meine Seel’ toe. Na het slotkoor ‘Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine’ plaatste hij het koraal ‘Ach, Herr, laß dein’ lieb’ Engelein’. 
Een al begonnen revisie voor 1739 liet Bach liggen, toen de uitvoering, zoals hierboven beschreven, werd afgelast. Pas in 1749 zou de Johannes-Passion weer te horen zijn, in een nieuwe, rijkere instrumentatie.
Het verhaal (naar Johannes 18 en 19) focust op de aanhouding van Jezus, zijn berechting en executie. Deze Messias is koninklijk en waardig; naar oude traditie in de passiemuziek is zijn stemsoort een bas.
Bach past vele barokke retorische stijlmiddelen toe, waarvan ik een paar voorbeelden wil noemen. In de sopraanaria ‘Ich folge dir gleichfalls’ maakt de fluit door het herhalen van het motief van de zangstem het ‘volgen’ hoorbaar; in de altaria ‘Von den Stricken meiner Sünden’ lijken de zangstem, de twee hobo’s en het continuo zich met hun krullende lijnen in elkaar te ‘verstrikken’. De schokkende beweging in de tenoraria ‘Ach, mein Sinn’ geeft het ‘niet weten waarheen’ aan en het verdriet van Petrus, nadat deze Jezus heeft verloochend. Ook voor tenor is ‘Erwäge, wie sein blutgefärbter Rücken’, met fraai uitgebeelde – en een lange adem vereisende – ‘Wasserwogen’ en ‘Regenbogen’.
Onconventioneel is de altaria ‘Es ist vollbracht’, met haar snelle, heroïsche middendeel over de held uit Juda. Recitatief ‘Und siehe da’ – een ingevoegde tekstpassage uit het Mattheus-evangelie – en Arioso ‘Mein Herz!’ schilderen plastisch de wonderlijke natuurverschijnselen bij Jezus’ dood.

Sereen slotkoor
De turbaekoren zijn dramatisch en breed uitgemeten, in overeenstemming met de aandacht van het Johannesevangelie voor de schreeuwende menigte, die Jezus’ lijden omringt en zijn marteldood steeds dichterbij brengt. Onderling zijn deze koren thematisch verwant, wat bijdraagt aan de structuur van de Johannes, die het moest stellen zonder de briljante tekstdichter van de aria’s en koren van de Matthäus. Dat laatste verklaart wellicht waarom de componist zelf zoveel werk heeft gehad aan de opbouw van het stuk en waarom hij er verschillende versies van maakte.
Het serene slotkoor staat in dezelfde toonsoort als dat van de Matthäus: c-klein. Dit is geen toeval, want in beide wordt Jezus in het graf toegezongen met de wens dat hij vredig moge rusten in zijn (tijdelijke) doodsslaap. Componist en muziektheoreticus Johann Mattheson typeerde in 1713 c-klein als 'lieflijk en toch ook triest [...] zeer geschikt om de slaap uit te drukken als een stuk daarom vraagt.' In het slotkoraal ‘Ach Herr, laß dein lieb’ Engelein’ hopen de gelovigen op de jongste dag door God te worden opgewekt uit de dood om de hemelse vreugden te genieten.
Frits Vliegenthart

-----

John Butt

Dirigent
Geboren: Solihull, Engeland
Huidige positie: music director Dunedin Consort; Gardiner Chair of Music University of Glasgow
Studie: King’s College, Cambridge University
Specialisatie: barokmuziek; J.S. Bach
Gastdirecties: Philharmonia Baroque Orchestra, The English Concert, Scottish Chamber Orchestra, Hallé Orchestra

Anett Fritsch

Sopraan
Geboren: Plauen, Duitsland
Studie: Musikhochschule 'Felix Mendelssohn Bartholdy' Leipzig
Prijzen: Gesangswettbewerb Schloss Rheinsberg (2006 en 2007); Johann-Sebastian-Bach-Wettbewerb (2001)
Ensemble: Deutsche Oper am Rhein
Doorbraak: 2011, debuut Glyndebourne Festival als Alminera in Händels Rinaldo

Maarten Engeltjes

Alt
Geboren: Zwolle
Studie: Koninklijk Conservatorium Den Haag; lessen bij Maria Acda, Manon Heijne, Andreas Scholl
Doorbraak: 2004, na tv-programma met countertenor Michael Chance en Gustav Leonhardt
Specialisatie: barok- en eigentijds repertoire
Ensemble: PRJCT Amsterdam
 

Nicholas Mulroy

Tenor
Geboren: Liverpool, Engeland
Studie: Care College Cambridge; Royal Academy of Music
Gesoleerd bij: Monteverdi Choir, Les Musiciens du Louvre, Le concert d'Astrée, Gabrieli Consort, Orchestra of the Age of Enlightenment, Kölner Akademie, Dunedin Consort
Opera: Glyndebourne, Opéra Comique Paris, Théâtre Capitole de Toulouse
 

Mattijs van de Woerd

Bariton
Geboren: Rotterdam
Studie: conservatoria van Rotterdam en Amsterdam
Prijzen: Vriendenkrans (2001); Wigmore Hall Song Competition (2003)
Opera: Papageno in Die Zauberflöte, Sid in Albert Herring
Premières: opera’s van Louis Andriessen, Willem Jeths, Klaas de Vries
Ensemble: Frommermann
 

Lukas Jakobski

Bas
Geboren: Koszalin, Polen
Studie: Royal College of Music
Opera: Royal Opera House, Glyndebourne On Tour, Grange Park Opera, Opéra de Lyon, De Nationale Opera, Theater an der Wien, Zürich Opera
Orkesten: Academy of Ancient Music, City of Birmingham Symphony Orchestra, London Symphony Orchestra
 

Laurens Collegium

Rotterdam
Opgericht: 2002
Huidige dirigent: Wiecher Mandemaker
Koorleden: jonge professionele zangers
Repertoire: alle stijlperiodes in kamerkoorbezetting
Wapenfeiten: jaarlijks in diverse Doelenseries; ‘Choir in Residence’ Koorbiënnale Haarlem (2009)
Premières: werken van Vanessa Lann, Klaas de Vries en Daan Verlaan
 

Aart Bergwerff

Orgel
Geboren: Rotterdam
Studie: Rotterdams Conservatorium; bij Marie-Claire Alain en bij Harald Vogel
Functies: organist van de Grote-of O.L.V.-Kerk te Breda; cantor-organist Remonstrantse Gemeente/Arminius Rotterdam
Samenwerking: met videokunstenaar Jaap Drupsteen; met derwisj-danser Kadir Sonuk

John Butt
Anett Fritsch
Mattijs van de Woerd
Lukas Jakobski
Maarten Engeltjes
Nicholas Mulroy
Laurens Collegium Rotterdam
Aart Bergwerff
Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies