Programmatoelichting

Mozart forever

do 4 april 2019 • 20.15 uur
vr 5 april 2019 • 20.15 uur
zo 7 april 2019 • 14.15 uur

dirigent Jan Willem de Vriend
viool Rosanne Philippens
althobo Ron Tijhuis
basklarinet Romke-Jan Wijmenga
contrafagot Hans Wisse

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Concert voor viool en orkest nr. 5 in A, KV 219 [1775]
• Allegro aperto
• Adagio
• Rondo. Tempo di menuetto

Pauze

Martijn Padding *1956
Triple concertino voor althobo, basklarinet, contrafagot en orkest [2018]
wereldpremière
• First movement
• Quiet and simple
• Polka swing 

Wolfgang Amadeus Mozart
Symfonie nr. 39 in Es, KV 543 [1788]
• Adagio – Allegro
• Andante con moto
• Menuetto. Allegretto
• Finale. Allegro

Einde concert circa 22.10/16.10 uur

Een uur voor aanvang van het concert geeft Jan Willem van Ree een inleiding op het programma, toegang € 5. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

* De compositieopdracht voor Triple concertino werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Podiumkunsten.

-----


Door Mozart omarmd

De muziekgeschiedenis kent een grote hoeveelheid soloconcerten die al zo’n kleine tweehonderd jaar vrijwel nooit ontbreken op symfonische concertprogramma’s. Geen wonder: het soloconcert is een mooie vorm waarin de dialoog tussen solist en groep en de dramatische mogelijkheden die dat biedt muzikaal worden benut.

Wolfgang Amadeus Mozart begreep dat als geen ander en hij ontwikkelde in zijn concerten meer ruimte voor de solist – vaak was hij dat zelf – dan zijn componerende voorgangers om zijn technische vaardigheden en bijzondere muzikaliteit te kunnen etaleren. Die ruimte werd vanaf Beethoven nog groter, tot de solist in de Romantiek een bijna heroïsche rol krijgt toebedeeld en niet alleen mét het orkest speelt maar er soms ook een verwoede strijd tégen levert. 

Personage
In Mozarts Vijfde vioolconcert – hij schreef zijn vijf vioolconcerten achter elkaar in het jaar dat hij negentien werd – is van strijd tussen solist en orkest geen sprake. Maar Mozart voert met de violist in zijn Vijfde wel een krachtig personage ten tonele. In plaats van een thema uit de introductie op te pakken, legt de solist het orkest het zwijgen op om in te zetten met een volslagen eigengereid adagio. Aanvankelijk zonder het orkest, maar al snel leunend op een vriendelijk kabbelende strijkersbegeleiding ontwikkelt de solostem zich tot een kordate en virtuoze protagonist. Mozart houdt zich niet in met dynamische accenten en dramatische melodische gebaren. In het langzame deel plaatst de viool zijn dromerige en serene melodielijn in gevarieerde kleuren tegen de lieflijke begeleiding van het orkest. het slotdeel begint met een elegant rondo. Het exotisch aandoende vervolg, met zijn grote sprongen en beukende ritmes, leidde ertoe dat Mozarts Vijfde vioolconcert de bijnaam ‘Turks’ verwierf. 

Manke groove
Voor componist Martijn Padding is Mozart een grote inspiratiebron. ‘Niet alleen omdat in Mozarts concerten solist en orkest altijd dicht bij elkaar blijven en heel snelle en ter zake interacties hebben, maar ook omdat de muziek plotseling kan omslaan: iets dat eerst vederlicht of bijna vulgair was kan zomaar heel dramatisch worden. Het is listige en ambigue muziek’. En daar is Padding zelf ook op uit. Zijn Tripleconcertino voor de bezetting van althobo, basklarinet, contrafagot en orkest mag wel een unicum heten. Padding is een liefhebber van concerten voor underdogs, getuige zijn concerten voor harmonium, mandoline, basfluit en clavichord (komend jaar), maar deze bezetting met lage houtblazers komt uit de koker van het artistiek team van het Rotterdams Philharmonisch. Evenals het plan om de solo’s te laten spelen door musici uit het orkest. Padding omarmde beide suggesties van harte. ‘Het idee om een concert te maken voor instrumenten die in het orkestrepertoire weliswaar prachtige partijen hebben maar toch dienend zijn vond ik direct meesterlijk.’ In zijn Triple concertino speelt Padding het ongewone solistentrio niet uit elkaar. ‘De blazers opereren bijna non-stop als één instrument zonder enige hiërarchie. Wel kennen ze een muzikale rolverdeling die te maken heeft met de natuur en de omvang van de instrumenten. Samen ontwikkelen ze één karakter en als trio zijn zij steeds in dialoog met het orkest. In die zin heeft het concertino ook wel wat weg van een concerto grosso uit de barokperiode.’ 
In het eerste deel keren steeds dezelfde ritmische en melodische motieven terug. Het deel eindigt met een passage waarin alle musici één beweging maken. Het tweede deel is een zachte sobere aria voor het solistentrio dat sporadisch door het orkest wordt begeleid of geëchood. Tegen het einde komen contrafagot en basklarinet in een manke groove terecht om zo de althobo naar het povere einde te begeleiden. Het laatste deel is een presto met een handvol muzikale beweringen die op steeds andere wijze aan elkaar zijn gekoppeld. Het deel ontleent zijn naam aan de opgefokt dansachtige opening: een te snelle polka van het solistentrio. Triple concertino kent geen lange cadensen waarin het orkest zwijgt, maar wel korte, felle breaks van de drie solisten die deel uitmaken van de doorlopende muzikale stroom.

Keizerlijke stijl
In de laatste jaren van zijn leven verschoof Mozarts aandacht van de soloconcerten – belangrijke bron van inkomsten met hemzelf als solist – naar de grotere muziekvormen als opera en symfonie. In 1788, het eerste jaar van zijn aanstelling als hofcomponist in dienst van keizer Jozef II, schrijft hij drie symfonieën vanuit een artistieke behoefte zich explicieter in het genre uit te drukken, zijn eigen muzikale dramaturgie te ontwikkelen, en niet in de laatste plaats zich te meten met de ‘vader van de symfonie’ Joseph Haydn. Hij kan het ook, wil hij maar al te graag aantonen, en dat de drie laatste symfonieën in dezelfde toonsoorten zijn geschreven als de eerste drie Parijse van Haydn, maar dan in omgekeerde volgorde, geeft aan dat Mozart de handschoen opnam. Het is onduidelijk of en door welke orkesten het drietal tijdens Mozarts leven is uitgevoerd. Maar dat ze het begin vormen van een nieuw elan in Mozarts creatieve leven, zoveel maakt Mozart-auteur Christoph Wolf duidelijk als hij spreekt van Mozarts ‘imperial style’. Symfonie nr. 39 in Es, de eerste van de drie, begint met een langzame inleiding: een toegangspoort waardoor je als luisteraar het stuk binnentreedt – niet heel gebruikelijk voor Mozart, terwijl Haydn zo’n inleiding juist veelvuldig toepaste. Die plechtige entree wordt gevolgd door een elegant en fijnzinnig Allegro. Het lyrische Andante wisselt ernst af met pure dramatiek. Het menuet begint wat bruusk om in het trio de klarinetten naar voren te schuiven. Het snelle en virtuoze slotdeel heeft het karakter van een volksdans en knipoogt vrolijk naar Haydn. De symfonie getuigt van een ‘bis zum Übermut gesteigerter Daseinsfreude’, dicht Mozartbiograaf Hermann Abert over deze symfonie. Dat geldt zeker voor de Finale.

Martijn Padding en Joke Dame


Jan Willem de Vriend

Dirigent
Geboren: Leiden
Huidige positie: vaste dirigent Residentie Orkest Den Haag; eerste gastdirigent Orquestra Simfónica de Barcelona; vaste gastdirigent Orchestre National de Lille
Eerder: chef-dirigent Orkest van het Oosten (2006-2018); vaste gastdirigent Brabants Orkest (2008-2013)
Studie: viool, conservatoria Amsterdam en Den Haag
Prijzen: Radio 4-prijs (2012) 
Doorbraak: 1982, als oprichter en artistiek leider Combattimento Consort Amsterdam
Daarna: gastdirecties Koninklijk Concertgebouworkest, Mozarteum Orchester Salzburg, Tonhalle Orchester Zürich, Konzerthausorchester Berlin, Radio-Sinfonieorchester Stuttgart, NDR Sinfonieorchester Hannover
Opera: zeventiende en achttiendeeeuwse opera’s met Combattimento Consort; Festival van Sankt Moritz Basel (Don Giovanni en La Gazetta van Rossini)
Debuut Rotterdam: 2014


Rosanne Philippens

Viool
Geboren: Amsterdam
Studie: Koninklijk Conservatorium Den Haag; Hochschule für Musik ‘Hans Eisler’ Berlin
Prijzen: Nationaal Vioolconcours Oscar Back (2009); Internationale Violin Wettbewerb Freiburg (2014).
Doorbraak: 2014, concert met Rotterdam Philharmonic Strings en Yannick Nézet-Séguin
Gesoleerd bij: Radio Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta, Orquestra Symfónica de Barcelona, Jerusalem Symphony Orchestra, Philharmonisches Orchester Freiburg, Orchestra International de Genève, Symphonieorchester St. Gallen Kamermuziekpartners: Guy Braunstein, Thorleif Thedeen, Amihai Grosz, Julien Quentin, Itamar Golan, Vilde Frang, Nicolas Altstaedt
Instrument: ‘Barrere’-Stradivarius uit 1727
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2017

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies