Programmatoelichting

Sibelius Festival: Liederen

zo 19 mei 2019 • 13.00 uur

sopraan Helena Juntunen
piano Eveliina Kytömäki

Jean Sibelius 1865-1957
Liederen
• Flickan kom ifrån sin älsklings möte
• Den första kyssen,
• Våren flyktar hastigt
• Var det en dröm?
• Illalle
• Kaiutar
• Små flickorna
• Hundra vägar
• Norden

Einde concert circa 14.00 uur

-----


Subtiele lyriek met Sibelius

Het wekt op het eerste gezicht verbazing dat van de meer dan honderd liederen van Jean Sibelius volgens de huidige onderzoeksresultaten slechts vijf gebaseerd zijn op gedichten in de Finse taal. Verbazing omdat het hier gaat om een componist die als weinig andere Finse kunstenaars zich sterk heeft gemaakt voor de nationale cultuur en daarmee uiteindelijk ook voor de staatkundige zelfstandigheid van zijn land.

De achtergrond 
Dat Sibelius circa tachtig procent van zijn liederen op Zweedse teksten heeft gebaseerd laat zich makkelijk verklaren. In het negentiende-eeuwse Finland was ten gevolge van eeuwenlange Zweedse heerschappij de taal van dit andere grote Noord-Europese land nog steeds in zwang, naast het Fins dat in opmars was. De familie Sibelius sprak dan ook Zweeds. Hetgeen de componist er echter niet van weerhield zich al op jonge leeftijd grondig te verdiepen in de oude Finse sagen zoals die zijn opgeschreven in de Kalevala, het Finse nationale epos vol heroïek en drama. Daaraan ontleende onderwerpen zouden herhaaldelijk terugkeren in werken als zijn vroege Kullervosymfonie en in zijn latere symfonische gedichten.

Voor dramatiek had Sibelius het orkest nodig. In zijn talrijke liederen daarentegen kon hij in optima forma zijn ontvankelijkheid tonen voor subtiele lyriek waarbij hij zich in het bijzonder voelde aangetrokken tot het werk van Johan Ludvig Runeberg, de Zweedstalige ‘nationale dichter’ van Finland. Sibelius concentreerde zich voornamelijk op het karakter en de atmosfeer van een tekst, niet op de betekenis van de afzonderlijke woorden. Daarin onderscheidt hij zich van veel Duitse collega’s onder wie Hugo Wolf. Sibelius’ liederen hebben over het geheel genomen een individueler karakter dan zijn meeste werken voor zowel piano als viool, die hij voornamelijk componeerde wanneer hij – daar maakte hij geen geheim van – in geldnood zat. Liederen componeerde hij uit vrije wil, al dan niet gestimuleerd door enkele zangers die hem dierbaar waren, onder wie de beroemde sopraan Aino Ackté. 

De liederen
Flickan kom ifrån sin älsklings möteHet meisje kwam terug van een ontmoeting met haar geliefde. Dit lied dateert van een periode, rond 1900, waarin Sibelius enkele van zijn meest romantische, spontane composities schreef zoals de Tweede symfonie met haar overstelpende, jubelende melodieën. In dit gedicht van Runeberg keert een jonge vrouw na een afspraak met haar minnaar terug bij haar moeder die ziet dat haar dochter opvallend rode handen heeft. De moeder krijgt te horen dat dit is veroorzaakt door het plukken van rode rozen. Na een tweede ontmoeting vallen haar vuurrode lippen op. Zij heeft frambozen gegeten, zegt zij. Na de derde keer is zij lijkbleek. Graaf een graf voor me, zegt het meisje. Haar minnaar heeft haar bedrogen.

Den första kyssen – De eerste kus. 
In dit gedicht van Runeberg vraagt een meisje zich af of ze in de hemel reageren wanneer zij haar eerste kus krijgt. In een visioen ziet zij hoe verheugd de engelen daarover zijn. Alleen de Dood wendt zich af en weent. Een van zijn ernstigste en meest verheven liederen componeerde Sibelius kort nadat zijn eerste dochter Kirsti was overleden. 

Våren flyktar hastigt – De lente vliegt voorbij. Het voorjaar en de zomer duren te kort, in tegenstelling tot de herfst en de winter waaraan maar geen einde lijkt te komen. Maar, zegt de dichter Runeberg, laten we geen tijd verliezen en naar hartenlust liefhebben en kussen. De vluchtigheid van de seizoenen – en in het algemeen de vergankelijkheid van het leven – is een thema dat bij Sibelius ook op andere plaatsen naar voren komt. Dit is een van de liederen die de componist zelf georkestreerd heeft.

Var det en dröm? – Was het een droom? De gedachten van iemand die terugkijkt op een intense liefde en tegelijk de realiteit daarvan in twijfel trekt. Het gedicht van Josef Julius Wecksell, vertegenwoordiger van de Fins-Zweedse nationalistische school, werd voorzien van een pianopartij waarin niet alledaagse ritmische patronen de aandacht trekken. Sibelius schreef dit lied in 1902 voor de sopraan Ida Ekman, een toegewijd vertolkster van zijn muziek. Zij voerde enkele liederen van Sibelius in Wenen uit in aanwezigheid van Johannes Brahms, die zijn bewondering voor zangeres en muziek uitte. 

Illalle – Aan de avond (Forsman). Dit is een van Sibelius’ liederen op een Finse tekst. De componist toont ook hier zelfbeperking. Een enkele malen herhaalde noot wordt telkens gevolgd door een korte, dalende melodische lijn in deze gloedvolle impressie van de avondschemer. 

Kaiutar – De echonymf (Kyösti). Nadat een nymf in de steek is gelaten door haar minnaar neemt zij wraak op de mannen door weerloze reizigers het moeras, haar verblijfplaats, in te lokken. Ook voor dit lied greep de componist naar een Finse tekst. De melodische lijnen zijn als het ware gedrapeerd rond de woorden van het gedicht.

Små flickorna – Jonge meisjes (Procopé). Een van Sibelius’ late liederen heeft de vorm en het karakter van een frivool walsje. De vrolijke tekst geeft de grilligheid en de vlotheid van het moderne leven weer. Aan het eind een advies aan de dames. Ben je eenmaal oud, ga dan niet bij de pakken neerzitten. Altijd het raam openen wanneer een geschikte man voor het venster staat.

Hundra vägar – Honderd richtingen (Runeberg). Een meisje bekent dat wanneer zij in de kerk zit haar aandacht voor de Allerhoogste geregeld op de achtergrond raakt bij het denken aan haar aardse geliefde. De Britse Sibelius-expert Andrew Barnett meent dat de componist dit lied heeft gemodelleerd aan de hand van een oude runen-melodie.

Norden – Het noorden (Runeberg). Poëtisch beeld van zwanen tijdens hun statige trek naar het zuiden. Wat maakt dat zij telkens terugkeren naar het koude noorden? Het lied is een lang, monotoon en zwevend crescendo, uitmondend in het laatste woord ‘hemel’.

Aad van der Ven

-----


Helena Juntunen

Sopraan
Geboren: Kiiminki, Finland
Studie: Oulu Conservatorium bij Airi Tokola; Sibelius Academy bij Anita Välkki
Prijzen: Lappeenranta Singing Competition (2002), Karita Mattila prize (2006)
Doorbraak: 2002, als Marguerite in Gounods Faust tijdens het Savonlinna Opera Festival
Daarna: Finse Nationale Opera, Opéra National de Lyon, De Munt Brussel, Theater an der Wien, Staatsoper Dresden, Vlaamse Opera, Opéra National du Rhin, Festival d’Aix-en-Provence, Wiener Festwochen Gesoleerd bij: Royal Stockholm Philharmonic Orchestra, Berliner Philharmoniker, BBC Symphony Orchestra, BBC Scottish Symphony Orchestra, Antwerp Symphony Orchestra, Radio Filharmonisch Orkest 
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2019
 

Eveliina Kytömäki

Piano
Geboren: Turku, Finland
Studie: Sibelius Academy bij Tuija Hakkila, Ilmo Ranta, Jussi Siirala; Cornell University bij Malcom Bilson
Prijzen: Kudasniemi Liedpianist Competition (1998); Helmi Vesapianowedstrijd van de Sibelius-academie (1999); eervolle vermelding Fortepiano Competition Brugge (2004) 
Opgetreden: Kuhmo Chamber Music, Savonlinna Opera Festival, Oulu en Turku Music Festival, Sibelius Academy Concert Series, Zweden, Noorwegen, Estland, België, Frankrijk, Oostenrijk en de Verenigde Staten
Kamermuziekpartners: sopraan Helena Juntunen, MiNenensemble Noorwegen Docentschap: lied en liedbegeleiding aan het Conservatorium van Turku
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2019

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies