Programmatoelichting

Yannick dirigeert Sjostakovitsj

do 21 maart 2019 • 20.15 uur
vr 22 maart 2019 • 20.15 uur

dirigent Yannick Nézet-Séguin
bas Mikhail Petrenko
koor Chor des Bayerischen Rundfunks

Gustav Mahler 1860-1911
Totenfeier in c [1888]
Symfonisch gedicht voor groot orkest

Pauze

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Symfonie nr. 13 in bes, op. 113 ‘Babi Yar’ [1962]
• Babi Yar. Adagio
• Humor. Allegretto
• In de winkel. Adagio
• Angsten. Largo
• Carrière. Allegretto

Einde concert circa 22.15 uur

Een uur voor aanvang van het concert geeft musicoloog Emanuel Overbeeke een inleiding op het programma, toegang € 5. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

-----


Een partijlid toont moed

Als Dmitri Sjostakovitsj in 1925 met zijn Eerste symfonie de internationale muziekwereld versteld doet staan is hij pas negentien. In de nog jonge Sovjet-Unie lijkt alles mogelijk, maar niet voor lang.

Tien jaar later beleeft hij nog grote successen met zijn opera Lady Macbeth van Mtsensk. Totdat er een vernietigende recensie van in de Pravda verschijnt. Niemand twijfelt eraan dat de grote leider Jozef Stalin hierachter zit. Het is de tijd van de Grote Terreur; talloze onschuldige burgers worden opgepakt of vermoord. Ook Sjostakovitsj is zijn leven niet meer zeker. Hij componeert nog een spectaculaire Vierde symfonie, maar durft de première op het allerlaatste moment niet aan. Hij moet voortaan op zijn tellen passen. 
Het overlijden van Stalin in 1953 zorgt voor een andere wind, culminerend in het 22e Partijcongres van 1961, waar partijleider Chroesjtsjov openlijk verklaart dat Stalin niet meer heilig is maar grote fouten heeft gemaakt. De tijd is nu rijp voor de verlate première van de Vierde symfonie.

Zware kritiek
En de tijd is ook rijp voor Babi Yar, een omstreden gedicht van de jonge spraakmakende dichter Jevgeni Jevtoesjenko, dat Sjostakovitsj diep raakt. Het gaat over de massamoord op tienduizenden Joden door de nazi’s in de buurt van Kiev in 1941, het in de doofpot stoppen door de Duitsers en de Russen en andere voorbeelden van antisemitisme, zoals Anne Frank en Dreyfus. In de vier laatste regels zegt de dichter dat hij zich een echte Rus voelt door mee te leven met de Joden. Het zijn vooral die slotregels die bij Sjostakovitsj een gevoelige snaar raken. Hij heeft zich al vaker in zijn muziek op dergelijke wijze geuit, weet hoe kritisch de autoriteiten daarop reageren, maar waagt de stap. Als Sjostakovitsj het gedicht op muziek heeft gezet, vraagt hij de dichter om toestemming. Samen besluiten ze het stuk uit te breiden met andere teksten, aanvankelijk nog als zelfstandige delen, vocale symfonische gedichten. Het resultaat wordt een grote symfonie, waarin een indringend beeld van de Russische samenleving geschetst wordt. Sjostakovitsj kiest voor een donkere klank, niet alleen in het orkest, maar ook in de solostem en het vrijwel uitsluitend eenstemmig zingende bassenkoor, en toont zich zo schatplichtig aan Moesorgski. 
Niet alleen het eerste, zeker ook het vierde deel, Angsten, krijgt zware kritiek. Dat is niet verwonderlijk, want de tekst, speciaal voor deze symfonie geschreven, benoemt de angst om je uit te spreken, tegenover een vreemdeling, en zelfs tegen je eigen vrouw en tegen jezelf! Het inspireert Sjostakovitsj tot verrassende effecten in een atonale tubasolo, gedempte trompetfanfares en sobere recitatieven in het koor, dat later losbreekt in holle revolutiefolklore.

Dranghekken
De moed, sommigen zullen zeggen: overmoed, die het verse partijlid Sjostakovitsj drijft, zorgt voor grote problemen bij het realiseren van een uitvoering. Zal de symfonie hetzelfde lot ten deel vallen als de Vierde in 1936? Dirigent Jevgeni Mravinsky van het Philharmonisch Orkest van Leningrad, Sjostakovitsj’ vaste keus, weigert. De componist ervaart het als verraad. Kyrill Kondrasjin, hij bracht de Vierde in première, toont meer durf en plant een concert op 18 december 1962 in de Tsjaikovski-zaal in Moskou, onder de rook van het Kremlin. De Partij zal alles uit de kast halen om het concert tegen te houden. Medewerkenden worden ontmoedigd, het koor dreigt op het laatst nog af te haken, en een reservezanger voor de solopartij blijkt geen overbodige luxe.
Zonder succes: met dranghekken buiten de zaal en een lege regeringsloge binnen wordt het een ware triomf. Een verbod voor verdere uitvoeringen volgt spoedig. Sjostakovitsj beschouwt het concert als een van de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn leven die, net als de première van zijn Eerste symfonie, jaarlijks gevierd moeten worden. 

Humor en ironie
In de eerste helft van het concert klonk de Jupiter-symfonie van Mozart, in stralend C-majeur. Het treurende c-mineur van Mahlers Totenfeier, een symfonisch gedicht uit 1888, lijkt een passender opening. Mahler had zich laten inspireren door een gelijknamig gedicht van Adam Mickiewicz, waarin tijdens een jaarlijks volksfeest de dolende dode zielen worden geëerd. Jaren later schrijft hij over de muziek, dan inmiddels het eerste deel van zijn, eveneens vijfdelige, Tweede symfonie, dat de held uit zijn Eerste symfonie hierin ten grave gedragen wordt. Die held is hij zelf. Zo had ook Sjostakovitsj zichzelf in zijn Dertiende symfonie in zekere zin geportretteerd, maar dan meer als tragische held.
Een held die humor en ironie als wapens gebruikt om de waarheid te kunnen laten klinken en die carrière had gemaakt door het na te laten, zoals het vijfde deel vertelt. De laatste klanken zijn voor het orkest, met een liggend akkoord in de strijkers en een herhaald motief in de celesta, net als in de Vierde. De celesta verwijst naar Mahler, zijn grote voorbeeld, die wel ooit als Jood had geleden onder antisemitisme. De buisklok waar het mee begon, een typisch Russische klankkleur, krijgt ook het allerlaatste woord, als een uitroepteken achter een uniek meesterwerk.

Eelco Beinema


Yannick Nézet-Séguin

Dirigent
Geboren: Montréal, Canada 
Huidige positie: chef-dirigent Metropolitan Opera, New York; Philadelphia Orchestra, Orchestre Métropolitain du Grand Montréal; eredirigent Rotterdams Philharmonisch (tot 2018 chef-dirigent), erelid Chamber Orchestra of Europe 
Studie: Conservatoire de musique du Québec in Montréal; Princeton, Westminster Choir College; orkestdirectie bij Carlo Maria Giulini 
Prijzen: Royal Philharmonic Society Award (2008); Canada’s National Arts Centre Award (2010); Prix Denise-Pelletier (2011); Companion of the Order of Canada (2012); Officer of the Order of Québec (2015) en Montréal (2017); Oskar Morawetz Award Ontario (2017); Cultuurpenning van de stad Rotterdam (2018)
Doorbraak: 2004, debuut Orchestre du Capitole de Toulouse
Daarna: gastdirecties Berliner Philharmoniker, Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Wiener Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Metropolitan Opera New York, Salzburger Festspiele, Teatro alla Scala, Royal Opera House Covent Garden, De Nationale Opera
Debuut Rotterdam: 2005


Mikhail Petrenko

Bas
Geboren: Sint-Petersburg, Rusland
Studie: Rimski-Korsakov Conservatorium Sint-Petersburg bij Bulat Minzhilkiev; Mariinsky Theater Opera Studio
Prijzen: Elena Obraztsova Young Opera Singers Competition (1998); Maria Callas New Verdi Voices Competition Parma (2000) 
Doorbraak: 2004, debuut bij de Berliner Staatsoper als Hunding in Wagners Die Walküre
Daarna: optredens in Opéra National de Paris, Metropolitan Opera (New York), La Scala (Milan), Bayerische Staatsoper, Wiener Staatsoper, Royal Opera House Covent Garden (London), Royal Albert Hall London, De Nationale Opera; Salzburger Festspiele, Festival Aix en Provence 
Gesoleerd bij: Berliner Philharmoniker, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Mariinsky Theatre Symphony Orchestra, Wiener Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Hallé Orchestra Manchester, Orchestre de Paris, Koninklijk Concertgebouworkest, San Francisco Symphony Orchestra 
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2003


Chor des Bayerischen Rundfunks

Koor
Opgericht: 1946, door Robert Seiler 
Artistiek leider: Howard Arman sinds 2016, als opvolger van Peter Dijkstra (vanaf 2005)
Chefdirigent: Mariss Jansons
Koorleden: 49 beroepszangers als vaste kern kunnen worden uitgebreid tot 100 zangers
Repertoire: van Middeleeuwse motetten tot hedendaagse werken, symfonische koormuziek, oratoria en opera 
Specialisaties: oude muziek en nieuwste muziek
Gastdirigenten (recent): Andriss Nelsons, Bernard Haitink, Daniel Harding, Riccardo Muti, Riccardo Chailly, Thomas Hengelbrock, Robin Ticciati und Christian Thielemann Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2019

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies