Programmatoelichting
Sibelius: Kamermuziek

Printversie programmatoelichting (pdf)

vr 29 november 2019 • 17.00 uur

viool Baiba Skride en Frank de Groot
altviool Roman Spitzer
cello Pepijn Meeuws
piano Jeroen Bal

Jean Sibelius 1865-1957
Malinconia voor cello en piano, op. 20 [1900]

Jean Sibelius
Pianokwintet in g, JS 159 [1890]
• Grave – Allegro
• Intermezzo. Moderato
• Andante
• Scherzo. Vivace
• Moderato – Vivace

Jean Sibelius
Andante festivo voor strijkkwartet [1922]

Einde concert circa 18.00 uur

-----

Finse tongval en symfonische grandeur

Jean Sibelius groeide rond de voorlaatste eeuwwisseling uit tot het boegbeeld van de Finse muziek en de Finse volksaard. Hij deed dat vooral in grootse symfonische werken waarin hij de volksmythen en volksmuziek gebruikte om ’s lands wijs en ’s lands eer tot klinken te brengen. Minder bekend is dat hij zijn hele leven lang schitterende kamermuziek schreef waarin de piano vaak een belangrijke rol speelt.

In zijn jonge jaren was de kamermuziek vooral een familieaangelegenheid. Samen met zijn cellospelende broer Christian en zijn pianospelende zus Linda vormde de violist Jean een trio en deed hij veel ervaring op met het schrijven van pianotrio’s en andere werken waarin strijkers en piano de hoofdrol spelen. Ook tijdens zijn studie aan het Helsinki Music Institute (tegenwoordig de Sibelius Academy) van 1885 tot 1899 schreef hij veel kamermuziek. Daar kwam de van huis uit Zweedssprekende Sibelius ook in aanraking met kringen rond de Finse krant Päivälehti, die sterk anti-Russisch was en ijverde voor een eigen Finse identiteit.

Persoonlijke stukken
Finland zuchtte aan het einde van de negentiende eeuw nog steeds onder de Russische overheersing die al bijna een eeuw duurde. Sibelius werd door een paar uitgesproken werken het boegbeeld van de Finse geestkracht en het verlangen naar zelfstandigheid. Hoewel de componist zich rekenschap gaf van zijn zelfopgelegde taak met werken als de suite Kullervo (1892) en Finlandia (1899) – wat in eerste instantie het laatste deel was van een soort suite die hij schreef om de Finse krant Päivälehti te steunen die vanwege anti-Russische taal tijdelijk het zwijgen was opgelegd door de Russische machthebbers – bleef er ook ruimte voor zeer persoonlijke stukken. Zo’n werk is Malinconia (Melancholie) voor cello en piano. Sibelius schreef het in 1900 kort nadat zijn vijftien maanden oude dochter Kirsti slachtoffer werd van een tyfusepidemie. De componist sprak vervolgens zelden meer over dit verlies, maar schreef het wel van zich af in dit extreem sombere werk. Hij noemde het in eerste instantie Fantasia, wat een weergave is van de vorm van het werk dat als een vrije rapsodie ontspruit aan het cellorecitatief waarmee het begint. Later doopte hij het om naar Malinconia, volgens sommige Sibeliusvorsers omdat hij wilde aangeven dat de inspiratie voortkwam uit het gelijknamige doek uit 1895 van de Finse symbolische schilder Magnus Enckell.

Puur afval
Ook het Pianokwintet in g, dat Sibelius in 1890 schreef tijdens zijn vervolgstudie in Berlijn bij Ferruccio Busoni, kent een ander kunstwerk als belangrijkste inspiratiebron. Hoewel de suggestie om een pianokwintet te schrijven van Busoni kwam, nadat hij het Strijkkwartet in a van Sibelius had doorgespeeld, was het Pianokwintet van de Noorse componist Christian Sinding het grote voorbeeld voor Sibelius. De componist had het werk gehoord tijdens de eerste uitvoering in Leipzig met Busoni achter de piano en was geraakt door de combinatie van internationale kwaliteit en een duidelijk eigen Noorse taal. Sibelius’ vertaling van een pianokwintet naar de Finse tongval leek in eerste instantie goed uit te pakken. De eerste uitvoering met Busoni achter de vleugel in Berlijn van het eerste en derde deel van het bijna veertig minuten durende werk werd enthousiast ontvangen. Maar na de première van het volledige werk in Finland, kwam zoals wel vaker de twijfel bij Sibelius. Hij noemde het werk zelf ‘puur afval’ en weigerde het uit te geven. Het Pianokwintet werd na deze première zelden nog uitgevoerd en dat is jammer, want het is een sleutelwerk in de ontwikkeling van de grote Finse symfonicus die Sibelius zou worden.

Symfonische uitdrukking
Het Pianokwintet is wat dat aangaat een prachtig voorbeeld van een werk van een jonge componist die zijn eigen stem aan het ontdekken is. Zo is het begin van het eerste deel een krachtig statement met de tremolerende kwinten in de piano en de chromatisch gekleurde wanhoop in de strijkers waar uiteindelijk het eerste thema uit groeit. Ook in de andere delen blijft de band met het openingsmateriaal manifest, wat bijdraagt aan de eenheid van het complete kwintet en wat vooral ook het omvangrijke laatste deel met schijnbaar geheel verschillende thematische ideeën tot een deel van het geheel maakt. Opvallend is dat Sibelius al in deze kleine bezetting zocht naar een haast symfonische uitdrukking, een gegeven dat veel van zijn kamermuziek kleurt. Ook de schaarse kamermuziek die hij tijdens zijn verdere studie in Wenen schreef is een zoektocht naar maximaal effect met minimale bezetting zoals zijn Pianokwartet in C, waarvan het Thema met variaties met terugwerkende kracht tot een voorstudie van het langzame deel van zijn Vijfde symfonie beschouwd kan worden. Na zijn studie keerde hij zelden terug naar de kamermuziek. Opvallende uitzonderingen zijn het strijkkwartet in D ‘Voces Intimae’ dat hij schreef in 1909 en het Andante festivo voor strijkkwartet uit 1922.

Symfonische rijkdom
Dat laatste werk kwam voort uit het verzoek van Walter Parvainen om een feestelijke cantate te schrijven voor het vijfentwintigjarig bestaan van de zaagmolens van Säynätsalo. Hoewel Sibelius vele schetsen maakte kwam hij uiteindelijk uit op een charmant werk voor strijkkwartet, Andante festivo. Later, in 1924, keerde hij nog terug naar het thematisch materiaal voor het pianowerk The village church. Toch was hij, net als bij het Pianokwintet, niet tevreden over de uiteindelijke sound van het werk. In zijn zoektocht naar de symfonische rijkdom besloot hij Andante festivo in 1929 tijdens de bruiloft van zijn nichtje Riitta Sibelius uit te laten voeren door twee strijkkwartetten. Nog later, in 1939, bewerkte hij het stuk voor strijkorkest en pauken, maar toen had Sibelius zijn zeven symfonieën al geschreven en een ruime ervaring opgedaan met een groot orkestapparaat.

Paul Janssen

Cookies

We maken gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content van derden af te beelden, zoals video’s, voor marketingdoeleinden en voor verschillende andere toepassingen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door ‘akkoord’ te klikken, stemt u hiermee in. Als u niet akkoord bent, kunt u via de knop ‘Instellingen aanpassen’ uw voorkeuren opgeven. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketingactiviteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Klik hier voor ons volledige cookiebeleid.

Cookie instellingen