Rotterdams Philharmonisch Orkest

Artikel

Bij Gergiev staat de teller op 8090 concerten

door Kasper Jansen

Valery Gergiev is legendarisch als de dirigent met de drukste agenda ter wereld. Hij vliegt vanuit Sint Petersburg, waar hij de Mariinski Opera leidt, van hot naar her voor tournees met zijn eigen orkest en voor dirigentschappen en gastoptredens, in New York, Londen, Parijs, München en elders. Hij heeft zijn eigen festivals, in Sint-Petersburg, in het Finse Mikkeli en in Rotterdam, waar hij dertien jaar lang chef-dirigent was. Er zijn nogal eens weken dat hij meer dan zeven concerten leidt, een ‘normale’ dirigent doet er drie of vier. 

Gergiev (68) presteert dat bovendien al vele jaren lang. Toen ik hem in 1994 interviewde voor NRC Handelsblad viel hij in de dirigentenkamer van Rotterdamse Doelen prompt in een diepe slaap. Zijn week zag er zó uit: ’s morgens repeteren in Hilversum voor een opera in de ZaterdagMatinee in Amsterdam, ’s middags repeteren in Rotterdam voor een Brahmsconcert met violist Vadim Repin, ’s avonds dirigeren in Parijs bij de Kirov Opera, zoals het Mariinski heette in de Sovjet-tijd. Tussendoor dirigeerde hij nog in Londen. 

Wat te doen met een slapende dirigent? Na tien minuten was de enige optie het onverbiddelijk wakker maken van Gergjev. Hijzelf wilde dit interview, in Sint-Petersburg was het al een keer mislukt. Daar was hij druk, druk, druk, te druk. Naast het dirigeren bemoeide hij zich in het voormalige tsarentheater obsessief met alles en iedereen, van heel hoog in de Russische regering tot zo laag als de dames in de garderobe. Weer wakker hield hij met zijn vingers één oog open en sprak hij nauwelijks verstaanbaar over zijn toekomst bij het Rotterdamse Philharmonisch Orkest. In De Doelen had hij vanaf 1988 met zijn immense présence en sensationeel intense optredens een onuitwisbare indruk gemaakt en maakte hij razendsnel carrière. In 1988 dirigeerde hij het Rotterdamse orkest voor het eerst, in 1989 werd hij vaste gastdirigent, in 1995 werd hij chef-dirigent en artistiek leider van het door en voor hem opgerichte Gergiev Festival. 

De charismatische gedrevenheid en zijn onuitputtelijke energie kwamen voort uit Gergjevs ambitie om met vooral vele internationale optredens het Russische muziekleven te redden uit de chaos na de instorting van het Sovjet-regime. Hij kon ook zoveel doen omdat hij uiteindelijk het repeteren vaak terugbracht tot een minimum. Af en toe kwam het er bij orkesten die hem goed kenden zelfs helemaal niet meer van. Gergiev gelooft ook niet in een exacte voorbereiding. “Ik repeteer zo weinig mogelijk, ik repeteer sfeer, niet een bepaald tempo, detaillering of een speciaal speelkarakter voor de ene en voor de andere maat. Het echte werk gebeurt tijdens het concert. Tijdens de Eerste symfonie van Mahler gebeurde hier in Rotterdam tijdens het concert van alles waarvan het orkest tevoren geen enkel idee had. ” 

Gergiev had lange tijd helemaal niets met de zo toegankelijke Eerste van Mahler. Die dirigeerde hij in 2007 voor het eerst en hij kwam met een hoogst persoonlijke interpretatie, die veel verder ging dan gebruikelijk: extreem gevoelig, uiterst sfeervol en meestal heel langzaam, ongelooflijk gedetailleerd en onbeschaamd ouderwets sentimenteel. Even opmerkelijk waren zijn vertolkingen van de symfonieën van Brahms: het vaak zonnige en opgeruimde karakter daarvan maakte plaats voor  drama, tragiek en een deprimerende dimensie. Het was een typisch Russische kijk op Brahms als tijdgenoot van Tsjaikovski met diens noodlottige Zesde symfonie ‘Pathétique’, dit jaar op het programma van het Gergiev Festival. 

Routine is uitgesloten bij Gergiev op zijn best. De spanning op het podium tussen orkest en dirigent is hoorbaar het belangrijkste tijdens het optreden. Hetzelfde stuk kan de ene keer anders klinken dan de andere. Zijn wisselende manier van dirigeren – met een gewone dirigeerstok, een Japans eetstokje, stokjes zo klein als een sigaret – of uitsluitend met de handen, dwingt de musici tot grote oplettendheid. “Zonder stok ben ik flexibeler en is de klank expressiever.” Zijn linkerhand waarvan de vingers kunnen wapperen in de trillende lucht van de muziek, is een magisch Gergiev-fenomeen.

Vanwege Covid was Gergjev de afgelopen twee jaar voor het eerst in zijn carrière gedwongen om het kalmer aan te doen, althans in het buitenland. Tussen 12 maart en 20 september 2020, een periode van 192 dagen, werden 123 optredens geschrapt. Daaronder was ook de viering van het 25-jarig bestaan van zijn Gergiev Festival in Rotterdam, die naar dit jaar werd uitgesteld. Een aantal buitenlandse optredens ging toch nog door wegens onderling afwijkende maatregelen in verschillende landen. 

Daardoor kon Gergiev juist weer vaker optreden in Rusland: 196 keer in het  eerste half jaar van 2021. Dat bleek in juli uit de halfjaarlijkse update van het  Gergiev-logboek dat al jarenlang met veel nauwgezette moeite wordt bijgehouden door Peter van Laarhoven, een wiskundige en een voormalig directeur op Schiphol. De totaalteller staat op 8090 concerten, vanaf juni 1972, toen de 19-jarige Gergiev een concert leidde voor de toelating tot de dirigentenopleiding van het Conservatorium van Leningrad, nu Sint-Petersburg. Het logboek, dat Van Laarhoven elk halfjaar digitaal verspreidt, heeft als titel een treffend citaat van de dirigent: ‘Conducting doesn’t tire me’.

Door zijn hectische reizende bestaan, de vele verplichtingen en talloze lange telefoongesprekken met evenzovele mensen overal ter wereld is Gergiev vrijwel altijd te laat. Een Gergiev-concert dat precies op tijd begint is muzikaal wereldnieuws. Al die drukte heeft een  keerzijde. Van Laarhoven: “Bij de Weense Staatsopera was hij enige tijd niet welkom na het afzeggen van voorstellingen. Voor de Wiener heeft hij ooit concerten in Rotterdam afgezegd. In Wenen landde hij vorig jaar vanuit Baden-Baden om half vijf voor een Lohengrin die begon om vijf uur. Hij werd toen vervangen door een standby-dirigent. Bij de Parijse Opéra is hij een keer niet verschenen, een andere keer was hij te laat. Sindsdien heeft hij daar niet meer gedirigeerd. Bij de Scala in Milaan dirigeerde hij eens slechts drie van een serie van vijf voorstellingen. ‘Sorry, ik zit in Moskou.’ Bij het Concertgebouworkest regelde hij een keer hij dat minder hoefde te repeteren en ging hij ondertussen naar Sofia. Om vijf uur ’s morgens was hij terug voor een repetitie om half tien. Die begon stipt op tijd.’’

Even kenmerkend voor Gergiev is zijn oneindige loyaliteit aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat hij – volgens The Times – veranderde in ‘het meest Russische orkest ten westen van Minsk’. In 2008, na dertien jaar chefschap beloofde de eredirigent: ‘’Zo lang ik leef blijf ik terugkeren naar Rotterdam.’’ Dit jaar doet hij dat voor zijn 25ste Gergiev Festival.


Kasper Jansen schreef 38 jaar over muziek in NRC Handelsblad en is nu de cultuurredacteur van het veertiendaagse opinieblad Argus, dat dit stuk publiceert op 15 september.