Rotterdams Philharmonisch Orkest

Programmatoelichting

Vrijdagavondsalon

Vrijdag 17 september 2021
Aanvang: 22.30 uur
Einde: 23.30 uur
Locatie: Jurriaanse Zaal, de Doelen

***

viool Saskia Otto
viool Cecilia Ziano
altviool Galahad Samson
cello Daniel Petrovitsch
verteller Julika Marijn

***

Sokolov
Polka

Blumenfeld
Sarabande

Borodin
Strijkkwartet Nr. 2

Glazunov
'Alla Spagnuola' en 'Oriëntale' uit 5 Novelettes Op. 15

***

Mecenas en muziekuitgever
Een man van middelbare leeftijd met halflang donker haar, gekleed in een zwart pak, een hand losjes in zijn broekzak, zijn andere hand plukkend aan zijn gesoigneerde baardje. De uitdrukking op zijn zelfbewuste gezicht is nadenkend, gericht op een verre horizon, alsof hij op het punt staat belangrijke plannen te gaan verwezenlijken. Zo portretteerde Ilya Repin in 1886 de schatrijke Russische houthandelaar, muziekliefhebber en mecenas Mitrofan Beljajev (1836-1904) uit Sint-Petersburg, die in deze periode net het besluit had genomen om zijn leven een andere wending te geven. Nadat hij dertig jaar lang met succes de houthandel van zijn vader had gerund, besloot hij zijn ware passie achterna te gaan: de muziek.    

Als schooljongen had Beljajev viool, altviool en piano leren spelen en als amateur altviolist speelde hij jarenlang in een strijkkwartet. Hij was lid van een vriendenkring van musici uit Sint-Petersburg die veel kamermuziek speelden en ondernam met componisten als Ljadov en Borodin reizen door Rusland en Europa om meer muziek te leren kennen. Om zijn kennis te kunnen verdiepen leerde hij verschillende vreemde talen, waaronder Duits. Toen Beljajev in 1882 de tiener Glazunov ontmoette, van wie de Eerste symfonie in première ging, raakte hij zo onder de indruk van het talent van de 16-jarige jongen, dat hij besloot zich geleidelijk aan uit de houthandel terug te trekken. In 1884 riep hij de Glinka Prijs in het leven, die o.a. werd uitgereikt aan Borodin, Balakirev, Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, César Cui en Ljadov. 

In 1885 richtte Beljajev de muziekuitgeverij ‘M.P. Belaieff’ in Leipzig op, met de bedoeling het internationale auteursrecht veilig te stellen voor Russische componisten. Tot dan toe gold het internationale auteursrecht namelijk niet voor muziek die in Rusland was gepubliceerd. Uiteindelijk publiceerde hij meer dan 2000 composities van Russische componisten, waarvan de eerste Glazunovs Ouverture op Griekse thema's was. De door Beljajev gepubliceerde werken werden op hoog niveau uitgegeven, terwijl de auteurs betere honoraria ontvingen dan gebruikelijk was en volledige controle over de uitvoeringsrechten behielden. Zo leverde Beljajev een belangrijke bijdrage aan de promotie en verspreiding van de Russische muziek. Na de Oktoberrevolutie bleef de uitgeverij van Beljajev opereren vanuit Leipzig tot aan de Tweede Wereldoorlog. Bonn werd de nieuwe standplaats en weer later verhuisde de uitgeverij naar Frankfurt am Main, waar C.F. Peters in 1971 de leiding overnam.

Aanvankelijk selecteerde Beljajev zelf de werken uit die hij wilde publiceren, maar na verloop van tijd liet hij de keuze over aan een jury, die gevormd werd door Rimsky-Korsakov, Ljadov en Glazunov. Er werden niet alleen nationalistisch georiënteerde componisten uit Sint-Petersburg uitverkoren, maar ook meer westers georiënteerde componisten als Tanejev en Scriabin uit Moskou. Net als de Russische componisten van het al in de jaren 1865-1870 geformeerde ‘machtige hoopje’ (Balakirev, Borodin, Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov), geloofden Beljajev en zijn kring in een nationale muziekstijl, met dien verstande dat het Russische Nationalisme volgens hen wel gebaseerd moest zijn op een klassieke academische opleiding in westerse stijl. Rimski-Korsakov, die inmiddels compositielessen gaf aan het Conservatorium van Sint-Petersburg, zou deze visie zijn leven lang blijven uitdragen. 

De Beljajev-kring
Zo begon de Beljajev-kring gaandeweg het muziekleven in Sint-Petersburg te domineren. Componisten die op zoek waren naar een beschermheer en streefden naar publicatie of een openbare uitvoering van hun werken, werden gedwongen te schrijven in een muzikale stijl die door Glazunov, Ljadov en Rimski-Korsakov werd geaccepteerd. Dat leidde tot groepsdruk om in deze stijl te componeren en tot wantrouwen tegenover de componisten die dat niet deden. Diverse componisten die in de filosofie van de kring geloofden werden hoogleraar en hoofd van muziekconservatoria in Rusland, waardoor de invloed van de groep zich tot ver buiten de fysieke grenzen van Sint-Petersburg en zelfs tot ver in de 20e eeuw uitstrekte.

Leerlingen van het Conservatorium van Sint-Petersburg kregen hun inwijding door middel van een uitnodiging voor Beljajevs ‘Vrijdagavondsalon’ en toelating tot de Beljajev kring, wat hen gegarandeerd een goed betaalde publicatie door ‘Editie Belaieff, Leipzig’ opleverde, en daarnaast een optreden in de Russische Symfonie Concertprogramma's. Zo riep de Belyajev-kring een establishment in het leven dat alle aspecten van muzikale schepping, onderwijs en uitvoering beheerste. Dat had ook zo zijn schaduwkanten, getuige o.a. het commentaar van muziekrecensent Alfred Nurok, die in 1899 schreef: ‘De activiteiten van de heer Beljajev dragen een heel bijzonder stempel. Zijn ontegenzeggelijk gulle beschermheerschap van de nieuwste Russische muziek bevordert helaas niet zozeer de ontwikkeling van de talenten van begaafde, maar nog niet erkende componisten, als wel moedigt jonge mensen die hun conservatoriumopleiding met succes hebben voltooid aan om hoe dan ook productiviteit te kweken, waarbij hij zich weinig aantrekt van de kwestie van hun creatieve capaciteiten. Zo moedigt heer Beljajev vooral de industrie aan; onder zijn auspiciën heeft de muzikale compositie het karakter aangenomen van een arbeiderscollectief, of zelfs van een ambachtelijke industrie.’ Dit alles leidde tot een stroom van stukken in ‘Russische stijl’, die wel gepolijst en correct waren, maar over het algemeen weinig origineel. 

Zo kon het gebeuren dat de Eerste symfonie van Rachmaninov, die op 28 maart 1897 in première ging in Sint-Petersburg, genadeloos werd afgebrand door Rimski-Korsakov (‘Vergeef me, maar ik vind deze muziek helemaal niet aangenaam’) en Cui, die in zijn recensie over het werk schreef: ‘Als er een conservatorium in de hel zou zijn, en als een van zijn getalenteerde studenten een programma-symfonie zou componeren gebaseerd op het verhaal van de Tien Plagen van Egypte, en als hij dan een symfonie zou componeren als die van Mr. Rachmaninov, dan zou hij zijn taak op briljante wijze hebben volbracht en zou hij de bewoners van de hel in verrukking brengen.’ De symfonie bleef behouden, maar de kille ontvangst bezorgde Rachmaninov wel een zenuwinzinking, die drie jaar lang zou duren.

Les Vendredis
Hoe nu ging het eraan toe op ‘Les Vendredis’, de legendarische Vrijdagavondsalons in het landhuis van Beljajev?  Op een willekeurige vrijdagavond, kort na acht uur, kwamen de leden van het Beljajev Kwartet (Beljajev en drie andere amateurs) de salon binnen, kort daarna gevolgd door gasten en bezoekers. Er was een overvloed aan comfortabele stoelen en sofa's. De eetzaal begon zich te vullen met gasten en diegenen die vroeg kwamen waren de mensen die van kwartetmuziek hielden, zelfs wanneer deze muziek werd uitgevoerd door amateurs. Glazunov, misschien uit eerbied voor zijn vriend en gastheer, bedacht en herhaalde vaak het motto: ‘Alleen amateurs zouden mogen spelen... zolang ze maar weten hoe.’ Na een poosje dronken de musici en de gasten hun thee op en begonnen ze de grote, helder verlichte rechthoekige muziekzaal binnen te wandelen, intiem en toch bijna zo groot als een formele kamermuziekzaal. Overal in de zaal stonden armstoelen, kleine sofa's, love seats en er lagen zelfs enkele reusachtige en sierlijke Perzische kussens in plaats van de gebruikelijke rijen oncomfortabele concertstoelen met rechte rugleuning. Op de vrijdagen werd geen enkele gast gedwongen om deel uit te maken van het publiek. Zij die de muziek wensten te horen, kregen een comfortabel uitzichtpunt van waaruit zij konden luisteren en de musici konden zien. Degenen die niet zo van muziek hielden, bleven in de eetkamer rondom de samovar zitten, dronken kop na kop thee en wisselden de laatste roddels uit Sint-Petersburg uit.

In het midden van de kamer, op een deftig plateau van palissanderhout, stonden vier uitklapbare muziekstandaards met daarachter stoelen. Om ongeveer half negen nam het Beljajev Kwartet plaats op het podium en speelde een strijkkwartet van Haydn, Mozart of Beethoven. Daarna werd iets moderners gespeeld, zoals een kwartet van Schubert of Mendelssohn, of misschien een werk van een minder bekende maar nog steeds gespeelde componist als Onslow, Bruch, Raff of Dittersdorf. Beljajev was zeer gesteld op de kwartetten van Onslow, die vaak op het programma stonden. Dan werd een Russisch werk gespeeld, meestal voorgedragen uit het manuscript. Op die gedenkwaardige momenten raakten de spelers, componisten en andere musici die aanwezig waren, tussen de delen in met elkaar in gesprek, wisselden meningen uit of besproken de relatieve verdiensten van de muziek.

Polka
Vaak haastte Beljajev zich nadat het derde werk was uitgevoerd plotseling naar zijn studeerkamer, waar een groepje componisten zich rond zijn schrijftafel had geschaard. Als hij dichterbij kwam, kon hij vaak zien dat vier of vijf van hen verwoed kwartetpartijen aan het noteren waren op muziekpapier. ‘Is het klaar?’ vroeg hij dan ongeduldig. ‘Alstublieft, geef ons nog een ogenblik Mitrofan Petrovich!’ antwoordde Rimski-Korsakov. Maar een minuut of twee later was het nieuwe werk klaar. Dan pakte Belaiev het nieuwe werk waarvan de inkt nog nat was, en haastte zich terug naar de concertzaal om deze nieuwe compositie te dopen, met de anderen op sleeptouw achter hem aan. Bij één gelegenheid was het nieuwe werk een Polka, ontstaan uit de samenwerking tussen Glazoenov, Ljadov en Nikolai Sokolov, een veelbelovende leerling van Rimsky-Korsakov, die later de leraar van Sjostajovitsj zou worden.  Zoals altijd werden de partijen op de muziekstandaards geplaatst. Zelfs de roddelaars in de kamer ernaast haastten zich naar de muziekkamer als ze hoorden dat er een nieuw werk in première ging. De Beljajevs spelen goed en de Polka met zijn prominente altvioolpartij werd zeer geprezen. ‘Hoe zullen we het noemen?’ vroeg Belaiev waarop de anderen antwoordden ‘Les Vendredis Polka, we dragen het op aan jou Mitrofan Petrovich!" Hoewel het als een salonstuk moet worden beschouwd, laat Les Vendredis Polka zich beluisteren als een juweeltje dat altijd weer weet te behagen. Van de veelzijdige Felix Blumenfeld, de leraar van Vladimir Horowitz, staat de Sarabande in Russische stijl op het programma, gevolgd door het Strijkkwartet nr. 2 van Borodin waarvan de Nocturne klinkt als een liefdesduet. De avond wordt besloten met twee delen uit 5 Novelettes voor strijkkwartet van Alexander Glazunov, waarin de Spaanse folklore en oosterse bazaars de revue passeren. 

Wenneke Savenije

Cookies

We maken gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content van derden af te beelden, zoals video’s, voor marketingdoeleinden en voor verschillende andere toepassingen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door ‘akkoord’ te klikken, stemt u hiermee in. Als u niet akkoord bent, kunt u via de knop ‘Instellingen aanpassen’ uw voorkeuren opgeven. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketingactiviteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Klik hier voor ons volledige cookiebeleid.

Cookie instellingen