Programmatoelichting
Sibelius: de late symfonieën

Printversie programmatoelichting (pdf)

zo 1 december 2019 • 14.15 uur

dirigent Jukka-Pekka Saraste

Jean Sibelius
1865-1957
Symfonie nr. 5 in Es, op. 82 [1915, herzien 1916-19]
• Tempo molto moderato
• Andante mosso, quasi allegretto
• Allegro molto

Pauze

Jean Sibelius
Symfonie nr. 6 in d, op. 104 [1923]
• Allegro molto moderato
• Allegretto moderato
• Poco vivace
• Allegro molto

Jean Sibelius
Symfonie nr 7 in C, op 105 [1918-24]
• Adagio – Un pochettino meno adagio – Poco rallentando al adagio
– Presto – Poco a poco rallentando al adagio

Einde concert circa 16.15 uur

Vorige uitvoering door ons orkest:
Sibelius Vijfde symfonie: feb 2018, dirigent Jukka-Pekka Saraste
Sibelius Zesde symfonie: apr 1988, dirigent Paavo Berglund
Sibelius Zevende symfonie: mrt 2013, dirigent Robin Ticciati

Een uur voor aanvang van het concert geeft musicoloog en componist Patrick van Deurzen een inleiding op het programma, toegang € 5. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

Het concert wordt opgenomen en op zondag 1 december of maandag 2 december ’s avonds uitgezonden door NTR op Radio 4

-----

Op weg naar een symfonisch ideaal

Hoewel de Tweede symfonie van Jean Sibelius zijn meest populaire is, zijn het vooral de Vijfde, Zesde en Zevende symfonie die substantieel hebben bijgedragen aan een nieuw symfonisch model voor de twintigste eeuw. Het zijn krachtige symfonieën die nog steeds niet volledig op waarde worden geschat.

Waar de Eerste en Tweede symfonie van Jean Sibelius nog een duidelijke band hadden met de romantische laat-negentiende eeuwse traditie, verkent de componist in de Derde en Vierde symfonie de nieuwe wegen. In zijn Vijfde, Zesde en Zevende symfonie die kort na elkaar ontstonden, vindt Sibelius een duidelijk eigen symfonische taal die onmiskenbaar Fins en twintigsteeeuws is.

Zwanenthema
Al ging dat niet zonder slag of stoot. Zelfkritiek was niet alleen een graadmeter voor Sibelius, maar ook een grote vijand. Nadat hij zijn Vijfde, het toen nog vierdelige werk, op 8 december 1915, de dag van zijn vijftigste verjaardag, in première had gebracht, reviseerde hij de symfonie nog twee keer. De versie van 1916 is nooit teruggevonden, maar in de uiteindelijke versie die in 1919 in première ging en die ook de critici zeer kon bekoren, had het werk drie in plaats van vier delen. Sibelius had het oorspronkelijke tweede deel min of meer geïncorporeerd in het eerste deel, al beschreef hij het zelf als een geheel nieuw gecomponeerd deel na de revisie. Feit is dat dit eerste deel organisch groeit uit het motief van vier noten waarmee het werk begint. Het tweede deel is een soort thema met variaties, al is geen sprake van een helder thema. Het is alsof de muziek zoekt naar een vorm, een melodie. Die melodie komt er uiteindelijk in het laatste deel dat begint alsof een groep zwanen wegvliegt. Het koraalachtige thema dat, ingezet door de hoorns volgt, wordt ook wel het ‘zwanenthema’ genoemd en het is alsof dit de melodie is die er zowel in het eerste als in het tweede deel niet volledig uit wilde komen. Sibelius zou de inspiratie voor deze melodie en de opening van het derde deel hebben gevonden in het aanschouwen van een vlucht van zestien zwanen. In zijn dagboeknotitie van 21 april 1915 noemt hij het ‘het meest indrukwekkende dat ik ooit heb mogen aanschouwen’.

Puur koud water
De tendens om zijn eigen regels te volgen en zijn eigen vormen te laten ontstaan zette Sibelius door met zijn Zesde symfonie. ‘Het is mijn intentie de muzikale gedachten en hun ontwikkeling hun eigen vorm te laten vinden in mijn ziel’, schreef hij al voordat hij zijn Vijfde symfonie afrondde in zijn dagboek. En tijdens een interview naar aanleiding van zijn Zesde symfonie verklaarde hij: ‘Ik denk bij een symfonie niet zozeer aan muziek die een bepaald aantal maten bevat, maar meer aan een expressie van een spirituele levensovertuiging, een fase in iemands innerlijk leven.’ De Zesde symfonie had, net als de snel volgende Zevende een lange incubatietijd. De eerste schetsen stonden al sinds 1914, terwijl hij aan zijn Vijfde symfonie werkte, op papier. Pas in februari 1923 voltooide hij het zo’n 25 minuten durende en op papier schijnbaar traditionele vierdelige werk. Van het strikt volgen van de symfonische traditie is, zoals inmiddels gewoonlijk bij Sibelius, weinig sprake. Het werk werd na de première omschreven als ‘een symfonisch gedicht in de vermomming van een symfonie’, en Sibelius zelf schreef vervolgens dat de symfonie hem deed denken aan ‘de geur van verse sneeuw’. Later definieerde hij zijn Zesde als ‘puur koud water’. Wat Benjamin Britten weer deed verzuchten dat Sibelius ‘waarschijnlijk dronken was toen hij deze symfonie schreef ’.

Oudste Finse volksmuziek
Toch is de beschrijving van deze minst geliefde maar zeer briljante symfonie van Sibelius wel adequaat. Het werk lijkt één grote stroom waarin krachtige thema’s nauwelijks te onderscheiden zijn. Het lijkt een moderne interpretatie van de vloeiende meerstemmigheid van de Italiaanse renaissancecomponist Giovanni Pierluigi da Palestrina die Sibelius tijdens zijn opleiding uitgebreid bestudeerde. Ook de vraag-antwoordsequens waarmee het laatste deel begint herinnert aan veel kerkmuziek uit de late renaissance. Nog belangrijker is in deze symfonie de keus voor een oude kerktoonsoort, de Dorische toonladder, die ook een link heeft met ‘de oudste Finse volksmuziek’ die aldus Sibelius bestaat uit ‘vijf noten – D, E, F, G, A – die op momenten gecombineerd worden met de noten B en C als de melodie expressiever wordt.’ Juist deze vijf noten vormen de opening van de Zesde symfonie.

Sluitstuk
Hoewel de symfonie nog steeds tot de minst gespeelde werken van Sibelius behoort, was het juist deze symfonie die veel invloed had op latere generaties Finse componisten. Toch is het uiteindelijk de Zevende symfonie die algemeen beschouwd wordt als het sluitstuk van de zoektocht van de componist naar een geheel eigen symfonische vorm en taal. Ook de ontstaansgeschiedenis van deze symfonie gaat terug tot 1914. Het oorspronkelijke idee was destijds een groots symfonisch gedicht in vier delen, dat kwam er nooit van, al waagde Sibelius kort na het voltooien van de Zesde symfonie nog een poging. De eerste opzet van wat de Zevende symfonie zou worden was een meerdelig werk dat Sibelius omschreef als een Symfonische fantasie. Zo ging het ook in maart 1924 in première, alleen was er van de meerdeligheid toen al niets meer over. Bij de publicatie in 1925 veranderde Sibelius de titel uiteindelijk toch in Symfonie nr. 7. En terecht, want met deze symfonie benaderde Sibelius ten slotte zijn symfonisch ideaal – een groots opgezet werk in één organische beweging dat ontspruit aan een enkel muzikaal motief – het dichtst. Het eerste thema, een van de thema’s die gereserveerd stonden voor het symfonisch gedicht, is de cel waaruit de hele symfonie groeit. En hoewel in het geheel vier gedeelten zijn te onderscheiden die een link leggen naar de traditionele symfonische structuur, ontleent deze Zevende symfonie zijn kracht juist aan die onverbrekelijke eenheid waarin het thematisch materiaal steeds van kleur verschiet en toch herkenbaar blijft als iets vertrouwds. Na deze Zevende symfonie leek Sibelius alles gezegd te hebben en viel zijn notenpen nagenoeg stil. ‘Als ik geen betere symfonie kan schrijven dan mijn Zevende, dan zal dat mijn laatste zijn,’ bezwoer hij zijn naaste vrienden. In 1932 verbrandde hij de paar schetsen voor zijn Achtste symfonie en waagde hij verder geen pogingen meer nog een symfonie aan zijn oeuvre toe te voegen. Sibelius had alles gezegd wat hij symfonisch te zeggen had en zou tot zijn dood in 1957 nauwelijks meer iets componeren.

Paul Janssen

-----

Jukka-Pekka Saraste

Dirigent
Geboren: Heinola, Finland
Huidige positie: chef-dirigent WDR Sinfonieorchester Köln; oprichter en artistiek adviseur symfonieorkest van Lahti; artistiek directeur Tammisaari Festival; eredirigent Philharmonisch Orkest Oslo
Studie: Sibelius Academy Helsinki, orkestdirectie bij Jorma Panula 
Prijzen: Pro Finlandia Prize, Sibelius Medaille, Finse Staatsprijs voor muziek 
Gastdirecties: London Philharmonic Orchestra, Philharmonia Orchestra, Orchestre de Paris, Gewandhausorchester Leipzig, Koninklijk Concertgebouworkest, NHK Symphony Orchestra, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Münchner Philharmoniker, Wiener Symphoniker, Staatskapelle Dresden, Cleveland Orchestra, symfonieorkesten van Boston, Chicago, San Francisco, Los Angeles Philharmonic Orchestra, New York Philharmonic Orchestra
Debuut Rotterdam: 1990

Jukka-Pekka Saraste (c) Felix Broede
Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op je computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt en kunnen wij onze content afstemmen op de interesses van onze bezoekers.
Meer informatie over cookies