Ga direct naar: Hoofdinhoud
Ga direct naar: Hoofdnavigatie

Anna Larsson zingt 25 jaar Mahler: 'Ik ga nu pas de diepte in'

19 september 2023

De Zweedse alt Anna Larsson maakte haar grote internationale debuut in de Tweede symfonie van Mahler bij de Berliner Philharmoniker onder leiding van Claudio Abbado. Sindsdien geldt ze al meer dan 25 jaar als een van de belangrijkste Mahler-zangeressen ter wereld. Waar begon haar liefde voor Mahler? En wat maakt Mahlers muziek zo bijzonder? We vragen het haar.

Tekst: Alexander Klapwijk Foto: Eduardus Lee

‘Ik kan me de eerste keer dat ik Mahler hoorde nog goed herinneren, ik was veertien of vijftien en ik luisterde naar de Vijfde symfonie. Er ging geen nieuwe wereld, maar een heel nieuw universum voor me open. Daarvoor hield ik van barokmuziek. Dat is makkelijk voor jonge mensen: ritmisch en duidelijk. Romantische muziek vond ik vaak ingewikkeld.

Mahler maakte me in één klap duidelijk dat romantische muziek niet altijd overvol georkestreerd is, dat het juist helder kan zijn, dat je de lijnen goed kan volgen. Voor mij was het een openbaring en ik was meteen helemaal verkocht.

‘Vanaf dat moment wilde ik meer horen. Ik ging naar een concert van de Zweedse alt Birgit Finnilä in de concertzaal van de Zweedse radio. Ze zong de Kindertotenlieder en ik was verrukt. Er is iets met tieners en treurige muziek, denk ik. In elk geval wist ik toen: dít wil ik zingen!

Kinderlijk gebed

‘Toen ik mijn professionele carrière begon heb ik een week met Christa Ludwig gewerkt, op aanraden van Claudio Abbado. Ik vroeg haar naar haar Mahler-opnamen, waar ik gek op was, vooral Das Lied von der Erde met Fritz Wunderlich. “Ik had geen idee wat ik zong”, zei Ludwig daarover. Zo zie ik het nu zelf ook. Toen ik begon leerde ik alle harmonieën, de muziek, de tekst. Maar die écht diep doorgronden is wat anders. Voor mij althans. Ik zing Mahlers muziek nu al meer dan 25 jaar op de podia. En er blijven zich steeds nieuwe lagen openbaren. Ik heb het gevoel dat ik nu pas de diepte in ga.

‘Dat merk ik in de Tweede symfonie. Het moment dat ik begin te zingen, aan het begin van het vierde deel, is heel speciaal. Eén stem, vanuit het niets: O Röschen rot. Mijn eerste noot is een halve toon hoger dan de muziek van het vorige deel. Mahler tilt alles als het ware op en opent een nieuwe klankwereld: simpel, onschuldig, magisch, een bijna kinderlijk gebed. Als je aan die woorden denkt, dan zou je verwachten dat Mahler een sopraan zou voorschrijven. Maar hij kiest voor een alt en daar ben ik hem natuurlijk erg dankbaar voor. Het middenregister van de alt is heel goed verstaanbaar, dat speelt een rol. Het is ook een soort echo van Bach: in de Matthäus Passion schrijft Bach ook de mooiste aria’s voor de lage stemmen.

Die eerste noot

‘De grootste uitdaging van deze solo, is dat je bijna drie kwartier moet wachten op je eerste inzet. De eerste keer dat ik het zong leek het wel een eeuwigheid te duren. Maar het is een beetje zoals autorijden: als je een bepaalde route vaak rijdt, dan lijkt het korter. Inmiddels heb ik het een stuk of 160 keer gezongen, het duurt nu voor mijn gevoel minder lang. Bij de eerste drie delen zie ik nu allerlei beelden voor me, ik adem mee met Mahler en voor ik het weet ben ik aan de beurt. Technisch blijft het lastig: die eerste noot moet er ineens zijn en die moet direct mooi klinken, want het is zo’n bijzonder moment. Daar helpt de ervaring die ik inmiddels heb wel mee. En de sopraan naast me heeft het nóg moeilijker, die moet langer wachten en dan een hele moeilijke, hoge noot zingen. Ik moet dus maar niet klagen.

‘Een dieper inzicht, dat ik pas later kreeg, is hoe Mahler religie hier koppelt aan de natuur. Het is het metafysische idee dat we teruggaan naar de natuur als we sterven. Onze moleculen verdwijnen niet, maar worden opgenomen in het universum. God en de natuur zijn één voor Mahler. Als ik begin te zingen is het een gebed van een kind dat wil geloven in God op een wolk in de hemel, die op haar wacht. Maar dan klinkt de werkelijkheid: je hoort de jachthoorn, de natuur, de storm en de regen. De kinderlijke, onschuldige klankwereld verdwijnt. En de klank van de altstem is ineens niet meer die van een kind, maar van een moeder – de alt wordt vaak geassocieerd met de moeder. Hier bij Mahler vallen kind en moeder samen. Iedere moeder is ook een kind. En zo verbindt Mahler alles in een eeuwig continuüm, dat religie overstijgt. Hij verbindt alles: de poëzie, de natuur, het publiek en ons als uitvoerenden. Mensen uit alle tijden en uit alle culturen kunnen dat voelen, ook zonder erover te praten of te lezen. Zeker als je durft te zeggen: luister naar de vogels, zie je de vissen? Voel je de regen, zie je de bloemen na de begrafenis? Voel je dat alles één wordt?’

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, jaargang 2022-23 nr. 2.

Klantenservice
Blijf op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en ontvang achtergrondinformatie, concerttips en algemeen nieuws.

Nieuwsbrief