Ga direct naar: Hoofdinhoud
Ga direct naar: Hoofdnavigatie

Dat we altijd rouleren, maakt het werk zeer levendig

12 februari 2026

Eerste violist Arno Bons en altviolist Francis Saunders nemen afscheid van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Een gesprek over hoogtepunten en fysieke en emotionele inspanning. Saunders: ‘Als ik iets geleerd heb in het orkest is het: pluk de dag, geniet van het moment.’

Hij noemt Engeland, waar hij tot zijn 28ste woonde, zijn home. Maar ook in ons land is hij zich thuis gaan voelen: altviolist Francis Saunders (rechts) verhuisde in 1987 naar Nederland. Zijn altviolistencarrière begon hij bij het Radio Symfonie Orkest. Sinds 1998 speelt Saunders in het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

‘Lastig, Engeland, om daar een goede orkestbaan te vinden. Hier is alles ook veel meer op orde dan daar, dat voelde en voelt prettig. Maar ik kende niemand in het Rotterdamse orkest en vond het allemaal erg spannend, toen. Ik heb ook een periode gekend dat ik terug wilde naar Engeland. Noem het heimwee. Maar ik heb hier uiteindelijk helemaal mijn draai gevonden. In Nederland ben ik gegroeid als orkestmusicus.’

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Saunders neemt begin dit jaar afscheid van het orkest. Met weemoed, en met een licht gevoel van opluchting. Een muzikantenbestaan wordt weleens vergeleken met topsport. Dat is het zeker, volgens hem.
‘Een Wagner-opera: lang! Een dergelijke productie, en sowieso vele orkestweken achter elkaar, hebben grote impact op je fysieke gesteldheid. De altviool is prachtig, maar met zo’n instrument in je handen heb je toch een bepaalde niet-natuurlijke houding. En de intensiteit op het podium is enorm.’

‘Topsport, absoluut’, beaamt violist Arno Bons – ook hij gaat met pensioen. ‘Maar echte topsporters kunnen minderen rond hun veertigste. Wij gaan door, fysiek, emotioneel en mentaal. Wij zijn op ons veertigste nog jong.’
Bons draaide heel wat jaren mee in Rotterdam, sinds 1982 speelt hij bij de eerste violen. ‘Een sporter moet resetten na zijn inspanningen. Dat geldt voor ons ook. Als ik eerlijk ben: ik heb steeds meer behoefte aan dat herstel.’
Dat gezegd hebbende noemt Bons zijn werk in het orkest een droombaan. En de viool, die moest het zijn. Als kind spande hij elastiekjes op een houten speelgoedgitaartje, en dat werd voor hem een strijkinstrument. De stok haalde hij uit de plantenbak. Op zijn zevende kwam er een echt viooltje in huis.
In het orkest speelt hij op een Degani, een instrument met grote eenheid van klank: van hoog naar laag blijft de viool egaal. En volgens Bons is-ie in de loop der jaren alleen maar beter gaan klinken. ‘Muziek is mijn tweede taal. Bij ons thuis was het vooral piano en orgel. Ik wilde duidelijk mijn eigen territorium afbakenen en juist iets anders doen. 

De pianolessen van mijn vader waren dan ook niet zo’n succes. Mijn vader heeft bij het Rotterdams Philharmonisch orgelpartijen gespeeld, dit orkest ken ik al van kindsbeen af. Toen de Doelen net gebouwd was, nam hij me mee. Ik keek vanuit een zijdeur de zaal in, machtig was dat. Iets later hoorde ik het orkest voor het eerst, onder leiding van Eduard Flipse. Daarna kwam ook de tijd dat je, als een dirigent kwam en twee concerten deed, naar allebei ging luisteren.’

Muzikale hoogtepunten

Saunders kreeg zijn eerste ervaring met het Rotterdamse orkest als remplaçant, tijdens een tournee naar Griekenland onder leiding van Valery Gergiev. ‘Een programma met Franse muziek. Ik vond het fantastisch. Sommige orkestprojecten vormen een uitdaging, bijvoorbeeld als de dirigent gelijkvloers met de musici staat. Hoe kun je iemand dan zien? Je zoekt oplossingen, verschuift je stoel wat of concentreert je op de concertmeester.’
Bons: ‘Het orkest bestaat gelukkig al meer dan 100 jaar, sinds 1918. Er zit continuïteit in, de samenspeltraditie wordt telkens aan nieuwe generaties orkestleden doorgegeven. Dat helpt ook om elkaar goed aan te voelen. Je merkt dat ook tijdens een concert, de chemie is dan totaal anders dan tijdens de repetities. Er lijkt meer te kunnen, maar dat kan alleen als je elkaar goed kent en elkaar vertrouwt. Je voelt dan extra energie. Het maakt uit dat we altijd rouleren in de groep, je zit telkens op een andere plek, dat maakt het werk zeer levendig.’
Bons zou weleens op hetzelfde moment als hij speelt willen weten hoe het orkest in de zaal klinkt. Je moet in de Doelen vrij intensief klank maken om ook de achterste rijen te bereiken, vindt hij.
‘Trouwens: je noemt Gergiev, dat was een gouden tijd. Hij wilde altijd dat de klank boven het orkest uitsteeg. Schiet mij direct een ander hoogtepunt te binnen: Mahlers Tweede symfonie onder Bernard Haitink, ik maakte hem toen voor het eerst mee.’
Saunders: ‘Wat dacht je van een concertuitvoering van Wagners Parsifal in Londen, de Royal Albert Hall, met Simon Rattle? Dat zal ik me voor altijd herinneren, de sfeer, de intensiteit, één groot muzikaal hoogtepunt.’
Bons: ‘Ook voor mij. Bij Haitink had ik altijd het gevoel dat hij op de eerste repetitie al een concert wilde neerzetten. Rattle daarentegen nam de tijd, hij repeteerde veel en lang. Heel interessant, die verschillen.’

Meer herinneringen komen boven tijdens het gesprek in een van de Doelenfoyers. Saunders: ‘Kurt Sanderling met Prokofjevs sombere Zesde symfonie zal ik niet licht vergeten. Sanderling was erbij toen Prokofjev in het laatste oorlogsjaar dit werk componeerde. Een dirigent voor je neus hebben die een dergelijke roerige tijd heeft doorgemaakt – een tijd die in de muziek is terug te horen – en die daarover ook kan vertellen, zoiets is heel bijzonder.’
Bons: ‘Het orkest klonk totaal anders bij hem, warmer, dieper.’
Saunders: ‘Iedere dirigent drukt een eigen stempel op de klank. We krijgen als orkest vaak te horen dat we veel geven, veel energie uitstralen. Wij zouden als een Ferrari klinken, hoor ik weleens, en het Concertgebouworkest als een Rolls-Royce. Dat vind ik een grappige gedachte.’

Geen pensionado’s zonder muziek
De altviolisten zijn volgens Saunders de filosofen in het orkest. Waarom koos hij ooit voor dit instrument? ‘Net als Arno kom ik uit een muzikale familie. Ik begon met piano, maar om daar een bestaan als musicus mee op te bouwen is natuurlijk heel moeilijk. Om te beginnen kun je alvast niet aan de bak in een orkest. Op een gegeven moment kreeg ik een altviool onder mijn kin. Ik was vrij lang en een alt is groot. Net als bij de piano gaat het bij een altviool over harmonie. In het orkest voer ik niet de boventoon, maar vul ik in, de alt heeft een prachtige middenstem. Die rijke en lage klank vind ik heel fijn. En kamermuziek met altviool is heerlijk.

In het orkest speel ik op een instrument uit 1928, gebouwd door Annibale Fagnola, zijn werk wordt weleens vergeleken met die andere beroemde Italiaan, Stradivarius. Ik vond de alt in de verzameling van Sean Bishop in Londen. De Vriendenvereniging van het orkest kocht hem vervolgens aan, ik speel erop sinds 2006. De klank is helder, heel bijzonder voor een altviool, maar precies waar ik naar op zoek was. Binnenkort gaat iemand anders er hopelijk heel blij van worden.’
Bons: ‘Kamermuziek heb ik veel gespeeld, naast mijn orkestbaan. Dat was toen – maar nu klink ik heel oud, want dat is echt lang geleden – met Concerto Rotterdam in de Pelgrimvaderskerk in Delfshaven. Het ensemble bestond voornamelijk uit orkestleden. In zo’n intieme setting leer je elkaar als musicus op een heel andere manier kennen.’
Saunders wil met kamermuziek doorgaan, straks. Geen denken aan dat hij geen alt meer speelt. Hij geeft pianoles, op een laag pitje, dat wil hij ook uitbreiden. En hij begeleidt zijn eigen studenten. ‘Ik wil graag een andere levensfase aansnijden, maar mocht een orkest af en toe een gepensioneerde altist nodig hebben, ik houd me aanbevolen!’

Afscheid neemt hij met werk van Vaughan-Williams, diens Derde symfonie, A Pastoral Symphony. Saunders houdt van die muziek, als Engelsman. Gevraagd naar zijn lievelingscomponisten noemt hij direct Brahms en Mozart. ‘Maar wacht, nee, lievelingscomponisten zijn zij die je op dat moment tijdens een orkestproject speelt. Je zit er dan zo intensief in, dat die muziek de hele wereld is.’
Bons: ‘Er is zoveel muziek die ik nog niet ken. Daar valt nog een hele wereld te ontdekken straks, eigenlijk in alles wel, ik heb niets vastgelegd voor de komende jaren. Ik speelde graag de klassieken: Haydn, Mozart. Beethoven is bij uitstek een componist voor het orkest, het Rotterdams klinkt in zijn werk zeer goed. Beethoven snijdt een waarheid aan waar je niet omheen kunt.’
Saunders: ‘Als ik iets geleerd heb in het orkest is het: pluk de dag, geniet van het moment. Dat neem ik mee de toekomst in.’
Bons: ‘De muziek blijft. Mijn viool leg ik zeker niet in de kast, ik kan me voorstellen dat ik tijd ga besteden aan kamermuziek. Weet je waar ik echt naar uitkijk? Veel lezen. Dat is er in die ruim veertig jaar orkest niet van gekomen. Echt contact maken met goede literatuur.’

Dankjewel Francis voor alle mooie jaren, we zullen je missen!

Klantenservice
Nieuwsbrieven

Meld je aan voor onze tweewekelijkse agendamail en maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

inschrijven