Gustaw Bafeltowski: ‘Je kunt niet soleren in vechtstand’

Gustaw Bafeltowski is sinds vorig seizoen aanvoerder van de cello-sectie bij ons orkest. In oktober speelt hij de cello-solo in Brahms Tweede pianoconcert.
‘In 2024 ben ik begonnen als academist bij het Rotterdams Philharmonisch. In het eerste jaar heb ik vooral ervaring opgedaan in het orkest; van huis uit ben ik solist. Het tweede jaar, vorig jaar dus, begon mijn proeftijd als aanvoerder van de cellisten.
Ik heb in mei te horen gekregen dat ik aan mag blijven als aanvoerder. Dat was natuurlijk fantastisch nieuws! Bij het Rotterdamse orkest is zoveel passie. Als je in de pauze met mensen kletst, voel je een bepaald soort opwinding, zelfs bij musici die er al veertig jaar spelen.
Tijdens mijn proeftijd kwam er een grote uitdaging langs: ik mocht soleren in Brahms’ Tweede pianoconcert, met Daniil Trifonov als solist. In het derde deel, het andante, zit een lange solo voor cello. Ik kende het gevoel van soleren natuurlijk wel, maar dit was anders: als aanvoerder moet je steeds afwisselen tussen alleen staan en deel van het orkest zijn. Komend seizoen speel ik de solo weer, nu met de beroemde Yuja Wang op de piano.
Het derde deel komt als een verrassing. Het voelt alsof er een raam opent naar een soort droomwereld. De cello begint, maar staat ook steeds in dialoog met de pianopartij, het orkest, en een hobo solo. Ik las ergens dat Brahms zich misschien heeft geënt op Clara Schumanns Pianoconcert, waarin ook een cello solo zit in een langzaam deel, een romance. Dat zou me niets verbazen, want Clara Schumann en Brahms hadden een innige vriendschap, en misschien wel een liefdesrelatie. Omdat er zoveel dialoog in zit is het niet moeilijk je in te denken dat het gaat om een gesprek tussen twee zielsverwanten. Als de piano erbij komt, glijd je een fantasiewereld in.
Technisch is het geen moeilijke passage, maar een solo is ook altijd psychologisch. Je moet zo kalm mogelijk blijven, je kunt niet soleren in vechtstand. Ik werk altijd toe naar een bepaald geluid, een bepaald soort gebaar. Hier wil ik een gevoel van wiegen oproepen, alsof je in een bootje ligt, maar tegelijkertijd ook een soort verlangend reiken naar iets of iemand. Op zoek naar dat geluid speel ik de passage op allerlei manieren door. Daaruit komt in dialoog met het orkest en de dirigent de oplossing tevoorschijn.’
Tekst: Thomas Batelaan Beeld: Sanne Donders
Dit artikel verscheen eerder in Intrada, sept- nov 2026 nr. 1.
