Ga direct naar: Hoofdinhoud
Ga direct naar: Hoofdnavigatie

Mitja's eerste ovatie

08 april 2026

Terwijl hij bijklust als bioscooppianist om zijn moeder financieel te steunen, componeert de 18-jarige Dmitri Sjostakovitsj zijn Eerste symfonie. Het wordt een wereldhit.

Achttien jaar is Dmitri Sjostakovitsj als zijn eindexamen aan het conservatorium van Leningrad in zicht komt. Na vijf jaar in de compositieklas van Maximilian Steinberg moet hij als afstudeerwerk een symfonie schrijven. De omstandigheden thuis werken niet mee. Het gezin lijdt armoede: sinds de dood van haar man weet moeder Sonja niet goed rond te komen met drie thuiswonende kinderen. Er is vaak onvoldoende te eten. Er dreigt uithuiszetting vanwege huurachterstand. Sonja schaamt zich diep wanneer haar zoon een baan als bioscooppianist aanneemt om wat extra geld binnen te brengen. 

Ondanks alles lukt het Dmitri – of Mitja, zoals iedereen hem noemt – om in één jaar zijn symfonie te voltooien. Zijn leraar Steinberg is diep onder de indruk als hij de partituur ziet. Ook Nikolaj Malko, chefdirigent van het Leningrad Filharmonisch Orkest, herkent meteen de uitzonderlijke kwaliteit van de symfonie. Hij belooft de première voor zijn rekening te nemen en prikt met zijn orkest een datum in het aankomende voorjaar. Eindelijk is er voor Mitja weer eens iets om naar uit te kijken. Maar naarmate de dag van het concert nadert, slaan de zenuwen toe. Sonja beschrijft het, als alles achter de rug is, in geuren en kleuren in een brief aan een goede vriendin van haar. 

“Ik zal proberen je een indruk te geven van onze opwinding vanwege de uitvoering van Mitja’s symfonie. De hele winter leefden we toe naar deze ene blijde dag. Hoe dichterbij die datum kwam, hoe meer die onze gedachten, onze gesprekken en onze wensdromen bepaalde. De affiches verschenen twee weken van tevoren op de aanplakborden. Mitja telde de dagen en de uren. Hij maakte zich druk, vroeg zich af of de orkestpartijen wel correct zouden zijn gekopieerd, of zijn orkestratie wel goed zou zijn, en hoe het allemaal zou klinken. 
Eindelijk brak de 10de mei aan, de dag van de eerste repetitie. Ik was de hele dag op kantoor aan het werk, maar kon mijn hoofd er niet bij houden – ik wachtte alleen maar tot de telefoon zou gaan. Rond drie uur hoorde ik uiteindelijk Mitja’s blije stem: ‘Het klinkt prima – alles is in orde!’ De orkestleden en iedereen die verder nog aanwezig was geweest bij die repetitie hadden Mitja zijn eerste ovatie ooit gegeven. 

Zelf ging ik op 11 mei naar de tweede repetitie – het lukte me om even weg te glippen van mijn werk. Ik hoorde alle uitbundige complimenten voor Mitja’s talent van iedereen die verstand had van muziek. Glazoenov [directeur van het conservatorium] vertelde me dat hij vooral verrast was door Mitja’s meesterlijke orkestratie – een kunst die veel componisten pas na jarenlange ervaring onder de knie krijgen, maar die in deze allereerste compositie voor groot orkest al zo stralend aanwezig was. Opnieuw was er lof, een ovatie – en Mitja’s gelukkige gezicht.

Toen kwam de dag van het concert, de 12de mei. De opwinding begon al in de vroege ochtend. Mitja had niet geslapen – en hij wilde ook niet eten of drinken. Ik durfde nauwelijks naar hem te kijken. Om half negen ’s avonds verkleedden we ons om naar de Filharmonie te gaan. Tegen negenen zat de grote zaal stampvol. Wat ik voelde toen Malko het podium op kwam lopen en zijn dirigeerstokje oppakte, kan ik amper onder woorden brengen. Ik kan alleen maar zeggen: ook momenten van groot geluk kunnen soms bijna onverdraaglijk zijn. 

Alles verliep meer dan schitterend: een voortreffelijk orkest en een grandioze uitvoering! Maar de held van de avond was Mitja. Het publiek luisterde met enthousiasme en het scherzo moest tweemaal worden gespeeld. Aan het eind werd Mitja het podium op geroepen. Toen onze knappe jonge componist daar verscheen, met het uiterlijk van een klein jochie, ontplofte het enthousiasme in een lange donderende ovatie. Hij bleef terugkeren om naar het publiek te buigen, soms samen met Malko, soms alleen.  

Na het concert was er een souper bij ons thuis, waar vrijwel alle muzikale kopstukken aanwezig waren – Malko, Nikolajev [Sjostakovitsj’ pianodocent aan het conservatorium], Steinberg. Glazoenov kwam niet (hij was wel bij het concert); hij heeft last van zijn klieren en de klim naar onze vijfde verdieping is te inspannend voor hem. Toen Mitja en Malko binnenkwamen, speelden Nikolajev en Steinberg de Fanfare van Glazoenov op de piano en juichten hem toe. 

Mitja kreeg van Nikolajev drie fraai gebon den boeken over Skrjabin met een hartverwarmende opdracht. De schilder Kostenko gaf een ets, andere vrienden kwamen met een ijsmachine, twee perziktaarten, twee flessen wijn, sinaasappels en appels. Zijn tante Maroesia schonk hem tien roebels. Michail Michailovitsj Koetsjerov had gedichten geschreven voor bij de toosts, die tijdens het souper werden voorgelezen. Het feest was bescheiden, maar het eten was lekker – er was genoeg van alles – en de gasten vertrokken om vijf uur ’s ochtends.”

Eén jaar later klinkt Sjostakovitsj’ Eerste in Berlijn onder leiding van Bruno Walter. Het jaar daarop dirigeert Leopold Stokowski de symfonie in Philadelphia. Ook een plaatopname volgt al snel. Dmitri Sjostakovitsj heeft de wereld veroverd met zijn afstudeerwerk. De rest van zijn leven zal hij 12 mei blijven vieren als zijn tweede verjaardag. 

Klantenservice
Nieuwsbrieven

Meld je aan voor onze tweewekelijkse agendamail en maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

inschrijven