Ga direct naar: Hoofdinhoud
Ga direct naar: Hoofdnavigatie

Samenwerking Erasmus: Muziek als Medicijn

20 oktober 2026
6 min leestijd

Liveconcerten hebben een heilzame uitwerking. Dat blijkt uit een grensverleggend onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam, het Erasmus MC en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Sociologe Julia Peters ging, gesteund door musicus Norman van Dartel, het avontuur aan en zag bij proefpersonen de kama muta vol aangaan. En niet alleen bij Mozarts Veertigste. 

Dat naar een liveconcert gaan niet alleen leuk is, maar ook goed voor je welbevinden, mag toch verheugend nieuws heten. Niet alleen voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar voor musici in het algemeen. Want uit een onderzoek van de Erasmus School of History, Culture and Communication, de onderzoeksgroep Muziek als Medicijn (Erasmus MC) en het Rotterdams Philharmonisch Orkest komt naar voren dat de aanwezigheid van musici in een zaal de beleving van de toehoorders intenser maakt. De Muziek als Medicijn-onderzoeksgroep (Erasmus MC) doet al jaren onderzoek naar de medische voordelen van luisteren naar muziek vóór, tijdens en na operaties en het is bewezen dat dat stress en pijn kan verminderen. Over het effect van livemuziek bestonden hooguit vermoedens. Vermoedens die dusdanig de fantasie prikkelden, dat besloten werd het fenomeen te onderzoeken. De uitkomst lijkt alle reden te geven om luid te verkondigen dat livemuziek meer impact heeft op ons welbevinden dan luisteren via bijvoorbeeld livestreams. Sociologe Julia Peters, hoofdonderzoeker, plaatst vriendelijk, maar beslist kanttekeningen bij die wat haar betreft wat al te boute bewering. ‘Er valt nog veel te onderzoeken voor we daar zo stellig in kunnen zijn, maar de bevindingen zijn zeer interessant.’ 

Wat hield het onderzoek precies in? 
‘Het project bestond uit twee studies. In de eerste studie werden 130 studenten door loting toegewezen aan een liveconcert of een gelijktijdige livestream van precies dezelfde klassieke en popoptredens. In het grotere vervolgonderzoek luisterden 506 deelnemers van allerlei achtergronden live naar zowel klassieke als popmuziek, die varieerden in toegankelijkheid en bekendheid. Na ieder muziekstuk vulden zij vragenlijsten in. Daarnaast werden met hartslagbanden hun hartslag en hartritmevariabiliteit gemeten.’ 

Wat wilden jullie precies boven tafel krijgen? 
‘We wilden weten hoe de concertvorm, de muziek en kenmerken van luisteraars samenhangen met emotionele en lichamelijke reacties. Met hartslagbanden onderzochten we ook wat er tijdens het luisteren in het lichaam gebeurde. In de eerste studie lag de gemiddelde hartslag bij de livebezoekers hoger dan bij de livestreamgroep. In het grotere liveonderzoek hing sterker geraakt worden samen met een hogere hartslag en een lagere hartritmevariabiliteit. Dat is een lichamelijk patroon dat vaak met stress wordt geassocieerd. Maar zulke lichamelijke activatie hoeft niet automatisch te betekenen dat iets alarmerend of ongezond is; het kan ook uitdrukking geven aan positieve opwinding en emotionele intensiteit. Een betekenisvolle esthetische ervaring hoeft je niet alleen rustig te maken. Je mag ook geraakt of een beetje door elkaar geschud worden.’ 

Kama muta 

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de proefpersonen bij het liveconcert meer zogeheten kama muta ervoeren dan mensen die hetzelfde concert via een groot scherm in een andere concertzaal volgden. Kama muta is een begrip uit het Sanskriet, het staat voor diepe ontroering, voor geraakt worden. Deze intense emotie geeft mensen een gevoel van verbondenheid en kan gepaard gaan met kippenvel of een versnelde hartslag. Kama muta heeft ook een fysieke component; mensen krijgen een warm gevoel vanbinnen, een brok in hun keel, tranen in hun ogen. 

Wat was het meest verrassende aan de uitkomst? 
‘Opvallend was dat er geen verschil in beleving is als het gaat om muziekstijlen. De live-uitvoering van George Michael’s Faith en Crazy van Gnarls Barkley, riepen dezelfde positieve reacties op als die van Mozarts Veertigste. Het al kennen van een bepaald stuk, zo blijkt uit de data, draagt wél bij aan de positieve beleving ervan. Toegankelijke en bekende stukken leverden gemiddeld meer waardering en kama muta op dan minder toegankelijke en onbekende muziek. Ik had als socioloog wel verwacht dat het genre er niet toe zou doen, maar voor veel mensen is dat toch verrassend.’ 

Julia Peters bundelde voor het experiment haar krachten met musicus en theaterdirecteur Norman van Dartel, destijds interim project- en productieleider bij het Rotterdams Philharmonisch. Samen gaven ze handen en voeten aan het spannende experiment waarvan de resultaten begin dit jaar gepubliceerd werden in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports. 
Julia deed als cultuursocioloog al veel onderzoeksprojecten. ‘Mijn eerste onderzoek ging over karaoke en mijn proefschrift ging over subsidies voor beeldend kunstenaars. Ik wilde op zeker moment meer bewegen richting de overlap kunst, cultuur en welzijn. Dit onderzoek was precies wat ik zocht.’ 

Bevond Julia zich op bekend terrein, voor Norman van Dartel was de onderzoekswereld compleet nieuw. ‘Ik weet nog dat er tijdens de eerste gesprekken met Julia meteen een klik was’, vertelt hij. ‘Maar van de inhoud begreep ik nog niet zo veel. Ik vond dingen soms ook nodeloos ingewikkeld. Omdat het mijn taak was om uitzonderlijke projecten van het orkest te laten slagen, zowel artistiek als productioneel, werd ik ook op dit onderzoek gezet.’ 
Julia: ‘Een experiment op deze grote schaal had ik nog niet gedaan. De samenwerking met medici had ik ook nog niet eerder ervaren, evenmin als het werken binnen een culturele instelling. Ik verwachtte veel dynamiek, frictie ook, maar vooral avontuur.’ 

Militaire precisie 

Een avontuur was het, een avontuur waarin Julia en Norman elkaar steeds beter aanvulden, ook de musici van het orkest werden in het onderzoek meegenomen. Zij waren enthousiast en volgden het project met veel interesse. Norman groeide steeds meer in zijn rol: ‘Als je niet in dat vak zit, ben je je niet bewust van alle afwegingen die gemaakt moeten worden. Hoe ga je zo’n onderzoek inrichten? Er moest gemeten worden, maar meet je wel echt wat je wil meten, of ben je aan het invullen, aan het sturen. Daar is Julia vanuit haar vak heel kritisch op. Voor mij was die materie nieuw, maar het ging steeds meer onder mijn huid zitten en uiteindelijk kon ik ook meedenken.’

‘Norman dacht op zeker moment zelfs zó goed mee, dat ik even heb gedacht: schoenmaker, blijf bij je leest,’ zegt Julia lachend, ‘maar,’ voegt ze eraan toe, ‘ik vond het heel leuk dat Norman niet uit de onderzoekswereld kwam, maar wel nadacht over hoe zo’n onderzoek in elkaar zit, hij stelde zeer relevante vragen, zoals ook studenten dat doen. De praktische kant van dit experiment was onmogelijk geweest zonder hem.’ 

Norman: ‘We hebben interessante discussies gevoerd over hoe je het experiment zo dicht mogelijk bij de echte concertbeleving kreeg en wel de voorwaarden hanteert die horen bij wetenschappelijk onderzoek. Met zoveel mensen tegelijk het gebouw in, de hartslagband koppelen aan de juiste meet-app; er waren zoveel elementen om aan te denken, dat vroeg productioneel om welhaast militaire precisie.’ Julia vult aan: ‘Het was elke keer koorddansen tussen data verkrijgen en de natuurlijke flow van een concertbezoek vasthouden. Op welk moment laten we mensen naar de wc gaan, bijvoorbeeld.’ Er moesten soms ook concessies worden gedaan tijdens het onderzoek. 
Julia: ‘Zo gaat het bij een popband vaak om authenticiteit en sfeer, ze spelen eigen nummers, bezoekers staan vaak, drinken er een biertje bij, zo hebben we dus niet gemeten, dat was een concessie.’ 
Norman: ‘Tja, het Rotterdams speelt werk van anderen en is dus eigenlijk een coverband, wel een heel goeie natuurlijk.’ 

Met de Erasmus School of History, Culture and Communication en de Muziek als Medicijn onderzoeksgroep werkt het Rotterdams Philharmonisch inmiddels aan initiatieven om het heilzame effect van live-concerten in de praktijk zo groot mogelijk te maken. Op dat vlak staat nog veel te gebeuren. 

Dromen 

Julia wil er niet op vooruitlopen, maar zegt wel: ‘Ik ben er helemaal voor om een beetje te dromen over wat het voor implicaties zou kunnen hebben, je moet met de uitkomst van het onderzoek immers ook iets kunnen.’ Hoezeer het experiment leeft, ook bij de mensen van en rond het orkest, lijdt geen twijfel. 
Norman: ‘Grappig hoe een paar musici al de ochtend na het experiment vroegen naar de uitkomst ervan. Zo van: En? En?’ Julia lacht: ‘Was het maar zo’n feest.’ Voor haar begon na het experiment nog een periode van noeste arbeid, het schrijven van wetenschappelijke artikelen over de bevindingen. Het onderzoek heeft vooralsnog een prachtige uitkomst voor de concertwereld, maar het heeft ook persoonlijk iets opgeleverd voor Julia en Norman. 

Norman van Dartel, liefhebber en beoefenaar van zeer uiteenlopende muziekstijlen, ziet als directeur van De Regentes in Den Haag des te meer het belang van een diverse programmering. ‘Het onderzoek bevestigt voor mij dat niet één genre iedereen vanzelf meer raakt dan een ander. De reactie hangt mede af van wat iemand mooi vindt en al kent. Als theater zoek je daarom steeds naar de ontmoeting tussen een specifieke voorstelling en het publiek dat erdoor geraakt kan worden. Daarin zit voor mij de magie.’ 

Julia Peters, moeder van een zoontje van anderhalf, liefhebber van veel soorten muziek en ‘niet vies van een beetje heavy metal’, denkt er zelfs weer over accordeon te gaan spelen. ‘Ik heb er spijt van dat ik daar ooit mee ben gestopt. Verder mis ik de dynamiek en de samenwerking met Norman en het orkest oprecht. Het was superfijn om te doen.’

Tekst: Marion Florusse      Beeld: Annabel Oosteweeghel

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, sept- nov 2026 nr. 1. 

Klantenservice
Nieuwsbrieven

Meld je aan voor onze tweewekelijkse agendamail en maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

inschrijven