Rotterdams Philharmonisch Orkest

Programmatoelichting

Gergiev en de Pathétique

Zaterdag 18 september 2021
Aanvang: 20:15 uur
Einde: 22:00 uur
Locatie: Grote Zaal, de Doelen

***

Valery Gergiev, dirigent
Alexandre Kantorow, piano 
Rotterdams Philharmonisch Orkest

***

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Pianoconcert nr. 2 in G opus 44 (1879-1880)
Allegro brilliante
Andante non troppo
Allegro con fuoco

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Symfonie nr. 6 in b opus 74 ‘Pathetique’ (1893)
Adagio – Allegro non troppo
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso

***

Tsjaikovski’s onbekende Tweede pianoconcert
Behoren de pianoconcerten van Rachmaninov, Sjostakovitsj en Prokofjev tot het internationale standaardrepertoire, uit de negentiende eeuw bleef eigenlijk slechts één Russisch pianoconcert over: Tsjaikovski’s Eerste, en dan ook nog in een editie die niet met Tsjaikovski’s oorspronkelijke idee overeenkwam. Tot aan zijn dood, zoals tijdens het concert op 28 oktober 1893 waarbij hij zijn Zesde symfonie in première bracht, dirigeerde hijzelf een versie met piano-arpeggi als uitnodigend openingsgebaar, en niet de beroemde bombastische akkoorden.

Anders dan de genoemde twintigste-eeuwers, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld de in het Rusland van zijn tijd geliefde Franz Liszt en Anton Rubinstein, trad de componist zelf niet als concertpianist op. Toch is het Tweede pianoconcert, net als het Eerste, uiterst virtuoos geschreven. Tsjaikovski begon er in 1879 aan te werken in het Oekraïense huis van zijn zus, een beetje om toch iets omhanden te hebben – er waren even geen officiële opdrachten, en zijn baan aan het conservatorium had hij een jaar daarvoor kunnen opgeven door een vaste toelage van zijn bewonderaar Nadezjda von Meck. Hij componeerde verder vooral onderweg: in Parijs en Rome.

Ondanks de overwegend positieve publieke ontvangst, ook na de Russische première in Moskou, kreeg het stuk uit professionele hoek veel kritiek, kritiek die nog altijd niet verstomd is. Het stuk zou te lang zijn, melodieus niet bijster origineel, en het geheel te weinig gestructureerd. Terwijl Tsjaikovski, net als in zijn Strijkersserenade uit deze jaren, juist structurele vrijheid zocht!

Hoewel ook Tsjaikovski ging twijfelen, was hij het zeer oneens met de ingrijpende ‘correcties’ die de pianist en dirigent Alexander Ziloti in het werk aanbracht, met omvangrijke coupures in vooral de eerste twee delen. Ziloti schrapte onder andere de meest originele vondst uit het middendeel: het prachtige tegenspel van een viool- en een cellosolist uit het orkest. De drie solisten treden zelfs op als een pianotrio, als spelen zij de weemoedige kamermuziek van de rijke salon, die scherp afsteekt tegen de ‘wereld daarbuiten’ van het orkest. Ook in het contrastrijke openingsdeel en de feestelijke finale houdt de componist orkest en piano goeddeels van elkaar gescheiden; vermenging van hun beider klank achtte hij onmogelijk, zo schreef hij Von Meck.

Pas in 1955 verscheen de partituur zoals Tsjaikovski haar moet hebben bedoeld, en het is deze versie die vandaag wordt gespeeld.

Antons broer Nikolaj Rubinstein, die Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert wegens aanvankelijke afkeer pas na lang aarzelen op zijn concertprogramma’s zette, zou de première van het Tweede spelen. Hij overleed onverwacht in Parijs. De première vond daardoor, onvoorzien, plaats in New York. Ter herinnering aan Nikolaj componeerde Tsjaikovski in 1881-1882 zijn Pianotrio, precies voor de drie instrumenten die in het Andante de show stelen.

Cholera in Sint-Petersburg en Tsjaikovski’s ‘Pathétique’
Een simpel stukje in de rubriek ‘Gemengde buitenlandsche berichten’ in het Algemeen Handelsblad van 11 november 1893: ‘De onlangs overleden Russische componist Tschaikowsky is gisteren met grooten praal te Petersburg begraven. Het lijk is in het Alexander Newski-klooster bijgezet. Tschaikowsky, die jaarlijks 20,000 roebel of meer verdiende, laat geen vermogen na. Een honorarium van 1500 roebel, dat hij nog te vorderen had, is al het geld dat hij nalaat.’

De Nederlandse kranten van die tijd melden vrijwel dagelijks het aantal bekende sterfgevallen die de ‘Aziatische’ cholera wereldwijd veroorzaakt. Ook in Sint-Petersburg houdt het virus huis, en de 53-jarige Tsjaikovski behoort tot de slachtoffers. Zijn zopas voltooide Zesde symfonie heeft haar première dan al beleefd. Zij klinkt voor de tweede maal, kort na zijn dood. Het aangedane publiek interpreteert het werk met zijn langzaam wegstervende slotdeel nu als een requiem, als een laatste eerbetoon aan zijn schepper. In de Russische kranten woedt inmiddels een felle woordenstrijd: hoe kon de ‘armeluisziekte’ een man uit de hoogste kringen hebben geveld? En had zijn arts Bertenson gefaald in zijn behandeling? Er ontstaan uiteindelijk geruchten dat Tsjaikovski zelfmoord zou hebben gepleegd door bewust een glas ongekookt water te drinken, vanwege een onbereikbare (mannelijke) geliefde of om een publiek schandaal te vermijden na een affaire met een hoogstaand lid van het hof. Nog later zou daaruit de theorie ontstaan dat een geheim tribunaal van oud-klasgenoten van de School voor de Rechtswetenschap hem ter dood veroordeeld zou hebben.

Hoewel het een mooi verhaal voor een opera is, zoals Peter Schat en Gerrit Komrij met Symposion (1989) al bewezen, is de socratische zelfmoord gezien Tsjaikovski’s standing en de redelijk vrije seksuele moraal in hoge Russische kringen tamelijk onwaarschijnlijk. Velen zijn in Rusland immers bekend met Tsjaikovski’s talloze homoseksuele liefdes, maar deze vormen mede door zijn hoge afkomst geen belemmering voor zijn carrière. Tsjaikovski is de huiscomponist van de staatstheaters in Moskou en Sint-Petersburg, ontvangt vanaf 1888 een staatstoelage, en zijn begrafenis wordt door tsaar Alexander III persoonlijk bekostigd. En de man Tsjaikovski? Die zit op zijn sterfbed nog boordevol ideeën voor nieuwe werken. Bovendien heeft hij voor maart 1894 al een reis naar Amsterdam gepland. Hij zou daar, tegen zijn verwachting in, nooit arriveren.

De twee buitenste delen van Tjaikovski’s Zesde symfonie kunnen door hun lengte en impact de middendelen gemakkelijk overschaduwen: de melancholiek wankelende ‘wals’ van het Allegro con grazia – met wat onrust in het bijbehorende Trio (con dolcessa e flebile) – en het Allegro molto vivace, dat net als in de openingsscène van zijn opera Schoppenvrouw drama en de kinderlijke lol van ‘soldaatje spelen’ verenigt.

Werd de Zesde symfonie uit ontsteltenis over Tsjaikovski’s vroegtijdige dood bij de tweede uitvoering onbedoeld begrepen als een ‘afscheidssymfonie’, later – vooral in West-Europa en Amerika – werden de tot dan als irrelevant opzijgeschoven verhalen over Tsjaikovski’s mannenliefde geproblematiseerd. Tsjaikovski’s laatste symfonie lijkt sindsdien niet meer te kunnen worden losgezongen van zijn ‘persoonlijke leed’. Toch is het zeer waarschijnlijk dat Tsjaikovski ‘gewoon’ een hoog-dramatische symfonie heeft willen schrijven. Een symfonie met een hoogst originele vorm, dat wel.

Onno Schoonderwoerd

Cookies

We maken gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content van derden af te beelden, zoals video’s, voor marketingdoeleinden en voor verschillende andere toepassingen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door ‘akkoord’ te klikken, stemt u hiermee in. Als u niet akkoord bent, kunt u via de knop ‘Instellingen aanpassen’ uw voorkeuren opgeven. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketingactiviteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Klik hier voor ons volledige cookiebeleid.

Cookie instellingen