Ga direct naar: Hoofdinhoud
Ga direct naar: Hoofdnavigatie

Julia Wolfe: ‘Ik hoop dat mensen horen dat er ook een andere Amerikaanse stem bestaat’

18 september 2026
5 min leestijd

De Amerikaanse componist Julia Wolfe won in 2015 de Pulitzerprijs voor Anthracite Fields, een eerbetoon aan de mijnwerkers van Pennsylvania. In Fire in my mouth portretteert ze 146 immigrantenvrouwen die in 1911 omkwamen bij een gruwelijke fabrieksbrand in New York. Dit multimediale oratorium beleeft bij ons de Nederlandse première.

Julia Wolfe studeerde onder meer aan de Yale School of Music, maar haar wortels liggen niet in de wereld van de klassieke muziek. Ze kwam er zijdelings in terecht, via theater en literatuur. In 1987 richtte ze met Michael Gordon en David Lang het opzienbarende New Yorkse collectief Bang on a Can op, met een twaalf uur durende muziekmarathon die de grenzen tussen genres liet vervagen. Ze laat zich inspireren door folk, klassiek en rock en schrijft het liefst over maatschappelijke onderwerpen.

Wat voor soort componist ben jij?
‘Aanvankelijk was ik helemaal niet bezig met muziek maken, op de pianolessen die ik als kind had na. Als rebelse puber hield ik meer van theater, literatuur, geschiedenis en politiek, ik vertelde het liefst maatschappelijk relevante verhalen. Totdat ik rond mijn achttiende per ongeluk in een creatief muziekcollege belandde en dacht: wauw, dit is geweldig. Muziek kan iets overbrengen dat woorden niet kunnen! Ik raakte gefascineerd door het geluid van diverse instrumenten en het effect van opzwepende ritmes en zo kwam componeren opeens op mijn pad. Als ik naar mijn eigen muziek luister, herken ik die fascinatie voor ritme en groove nog altijd. Je hoort ook duidelijk de invloed van de Nederlandse componist Louis Andriessen terug, vooral in mijn harmonische taal. Zovelen van ons waren gegrepen door de directheid en schoonheid van zijn muziek, niet voor niets heb ik tijdens mijn studie een jaar in Amsterdam gewoond. Ik hoor het nog terug in bijna alles wat ik schrijf.’

‘Door een paar grootschalige werken te componeren over arbeidsgeschiedenis en politieke kwesties is de cirkel weer rond: de verhalen die ik als beginnend, tegendraads student wilde vertellen met woorden, vertel ik nu met muziek, tekst en beeld. Denk aan het zware werk van de mijnwerkers uit mijn geboortestreek Pennsylvania in Anthracite Fields en aan het protest van de dappere immigrantenvrouwen in Fire in my mouth. Een Amerikaanse journalist vertelde me tijdens een interview dat hij deze werken van mij het liefst omschrijft als ‘docu-toriums’, documentaires, gegoten in de vorm van een oratorium. Die term vind ik geweldig!’

Welke rol speelt Bang on a Can?
‘Na onze studie vonden mijn ‘partners in trouble’ Michael Gordon, David Lang en ik dat we nergens pasten. Dus organiseerden we zelf maar iets: een twaalf uur durende muziekmarathon, met muziek die nog nooit naast elkaar had geklonken. Er kwamen zo’n vierhonderd mensen, Steve Reich en John Cage waren er ook. Zo’n te gekke happening wilden we beslist nóg een keer mogelijk maken. Inmiddels bestaan we bijna veertig jaar en is Bang on a Can uitgegroeid tot een gerenommeerd festival, uitgebreid met een geweldig zomerinstituut voor jonge musici en componisten van over de hele wereld. Ik heb intussen ook veel eigen werk geschreven en met minstens twintig symfonieorkesten samengewerkt, waardoor mijn muzikale wereld enorm is verbreed. Toch voelt Bang on a Can nog altijd als mijn muzikale thuis.’

Hoe kwam je op het idee voor Fire in my mouth?
‘Het stuk ontstond uit een opdracht van de New York Philharmonic, na een geslaagde uitvoering van Anthracite Fields. Ik werd gevraagd om een New Yorks verhaal en hoefde niet ver te zoeken: ik doceer vlak bij het gebouw waar in 1911 de Triangle Shirtwaist-fabriek uitbrandde en waar 146 arbeiders gruwelijk om het leven kwamen. Het waren overwegend immigrantenvrouwen die zich enerzijds onwelkom voelden, en die anderzijds hun best deden om te assimileren. Er hangt een kleine plaquette op het gebouw, bijna onopgemerkt, en ieder jaar vindt er een herdenking plaats voor de nabestaanden.’

Je koos ervoor om het stuk niet alleen over de tragedie te laten gaan.
‘Ik wilde de vrouwen portretteren als activisten, niet als slachtoffers. Fire in my mouth vertelt het verhaal van de vrouwen die zware omstandigheden doorstonden, vrouwen die de strijd voor hervormingen op de werkvloer aanvoerden. De titel komt uit een interview met arbeidersleidster Clara Lemlich, die aan het eind van haar leven terugblikte: ‘Toen had ik vuur in mijn mond!’ Alle 146 namen van de slachtoffers hebben een plek gekregen in mijn stuk, uit respect voor de families en nazaten.’

Hoe is het stuk ontvangen, en wat komt er praktisch bij kijken?
‘De première in 2019, onder leiding van Jaap van Zweden, had meteen een grote impact. Het was mond-tot-mondreclame: dit tragische New Yorkse verhaal mocht je niet missen. Er volgden nog twee voorstellingen in New York, daarna kwam covid en lag het stil. Ik ben een tijd bezorgd geweest dat er geen herneming zou komen, ook omdat het zo’n complexe productie is: met groot orkest, 146 zangers, een jeugdkoor dat door de gangpaden loopt, videokunst en een onmisbare set van 36 enorm grote kleermakersscharen. Mijn zorgen waren onterecht: inmiddels is Fire in my mouth opgevoerd in Gothenburg, Oslo en Edinburgh en komend najaar volgen voorstellingen in Londen en Rotterdam.’

Wolfe woont het liefst zoveel mogelijk uitvoeringen en repetities bij, om de uitvoerenden te inspireren en te overtuigen van de urgentie van dit verhaal. ‘Het is mijn meest grootschalige werk tot nu toe en het is me zeer dierbaar.’

Wat hoop je dat het Nederlandse publiek meeneemt naar huis?
‘Vier jaar geleden had ik deze vraag waarschijnlijk anders beantwoord, dan had ik het gehad over de universaliteit van dit verhaal, over hoe overal waar kleding onder gevaarlijke omstandigheden wordt gemaakt, deze geschiedenis nog altijd actueel is. Maar in het huidige Amerika denk ik er anders over. Ik hoop dat mensen horen dat er ook een andere Amerikaanse stem bestaat – één die al lang strijdt voor eerlijkheid, voor zorg voor elkaar. Die stem is er altijd geweest, ook al is hij nu niet de luidste.’

Tekst: Noortje Zanen
Foto: Peter Serling

Dit artikel verscheen eerder in Intrada, september - november 2026 nr. 4.

Klantenservice
Nieuwsbrieven

Meld je aan voor onze tweewekelijkse agendamail en maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

inschrijven